GeReedSCHaP
(2/2)
12
11
10
9
Heft van schroevendraaier 8
Twee schroevendraaierbladen 9
Bestaande uit vier verschillende einden.
Ratelsleutel 10
dop van de krik 11
Sierdopsleutel 12
Laat geen spullen op de vloer
(bij de bestuurder) liggen. In
geval van plotseling remmen
zouden deze onder de peda-
len terecht kunnen komen, waardoor de
bestuurder deze niet meer goed kan be-
dienen.
5.10
/SIeRdOP – WIeL
11
7
8
Montage van de wielmoersleutel
Gebruik de dop van de krik 11, de ratelsleu-
tel 10 en het verlengstuk 7.
Draai het verlengstuk 7 in de ratelsleutel
tot de nokjes van het verlengstuk goed zijn
vastgeklikt.
10
7
Sierdop
Steek het haakje van de wieldopsleutel 3
(opgeborgen bij het gereedschap) in een
van de openingen langs de omtrek van de
wieldop.
Om hem weer terug te plaatsen, richt u hem
ten opzichte van ventiel 2. Duw de haakjes
er in, te beginnen met kant A daarna B en C
en eindig met de kant tegenover ventiel D.
d
C
b
1
a
2
3