5
Controleer de papierontvangstlade.
(A
29 "De papierontvangstlade gebruiksklaar
maken")
6
Controleer de instelling van [Auto
verwerking].
(A
25 "Wat is [Auto verwerking]?")
BWanneer u originelen in de optio-
nele automatische documentinvoer
plaatst, wordt [Auto verwerking]
automatisch ingeschakeld.
U kunt de standaardinstelling wijzi-
gen bij [Auto verwerking] onder
[Admin.]
(A
7
Geef de instellingen voor het
maken van masters op.
(A
44 "Functies voor het maken van masters")
(A
80 "Nuttige functies")
8
Geef met de numerieke toetsen op
hoeveel kopieën moeten worden
afgedrukt.
9
Druk op de toets [START].
De procedure voor het maken van een master
wordt gestart en er wordt een testkopie gemaakt.
• Als [Auto verwerking] aan is, gaat u naar stap 12.
• Als [Auto verwerking] uit is, gaat u naar stap 10.
BMogelijk wordt automatisch inktver-
deling uitgevoerd (om de bruikbaar-
heid en stabiliteit van de inkt te
waarborgen). U kunt de instelling
van [Auto-inktverdeling] wijzigen
onder [Admin.]
10
Geef de afdrukinstellingen op.
Controleer de afdrukpositie en afdrukzwarting
op de testkopie.
(A
68 "Functies voor afdrukken")
BDruk op de toets [PROOF] om de
uitvoer aan de hand van een andere
testkopie te controleren.
BAls de machine langere tijd niet
wordt gebruikt, droogt de inkt op de
afdruktrommel op, wat in kopieën
met vage of fletse kleuren resulteert.
Maak in dat geval meerdere testko-
pieën om de bruikbaarheid en stabi-
liteit van de inkt te controleren. U
kunt meerdere testkopieën na
elkaar maken door herhaaldelijk op
de toets [PROOF] te drukken.
108).
(A
110).
11
Druk op de toets [START].
De afdrukprocedure wordt gestart.
BAls u de afdrukprocedure wilt stop-
pen, druk u op de toets [STOP].
12
Verwijder de uitgevoerde kopieën.
Klap de geleiders van de papierontvangstlade
uit om de kopieën gemakkelijk te kunnen ver-
wijderen.
BAls u meer kopieën wilt afdrukken,
voert u het aantal kopieën in en
drukt u op de toets [START].
BAls u de master voor het volgende
origineel wilt maken, herhaalt u de
procedure vanaf stap 3.
BWanneer u originelen in de optionele
automatische documentinvoer
plaatst en de instelling [ADF Semi-
Auto]
(A
108) ingeschakeld is, wordt
automatisch begonnen met het
maken van de master voor het vol-
gende origineel. Herhaal de proce-
dure vanaf stap 10 voor elk origineel.
BAls u de verificatiestatus wilt annule-
ren, druk u op de toets [WAKE-UP].
De verificatiestatus wordt ook gean-
nuleerd wanneer de tijd die bij [Auto-
slaap]
(A
110) of [Auto wissen]
(A
110) is opgegeven, verstrijkt.
Hoofdstuk 2 Basishandelingen
33
2