WAARSCHUWING
De instellingen van de
veervoorspanning en van de
demping zijn niet ingesteld
op de omstandigheden.
Rijgedrag wordt slechter.
Demping aan de veervoorspan-
ning aanpassen.
De stelknop 1 met behulp
van het boordgereedschap
rechtsom draaien om de veer-
voorspanning te verhogen.
De stelknop 1 met behulp van
het boordgereedschap linksom
draaien om de veervoorspan-
ning te verlagen.
Basisinstelling veervoor-
spanning achter
zonder Dynamic ESA
Stelknop tot de aanslag
linksom draaien. (Sologebruik
zonder belading)
Stelknop tot de aanslag
linksom draaien, daarna 20
omwentelingen rechtsom
draaien. (Sologebruik met
belading)
Stelknop tot de aanslag
rechtsom draaien. (Rijden met
duopassagier en belading)
Het boordgereedschap weer
terugplaatsen.
Buddyseat inbouwen (
Demping
Instelling
De demping moet aan de veer-
voorspanning en de veervoor-
spanning worden aangepast.
SU
Een oneffen wegdek vereist
een soepelere demping dan
een effen wegdek.
Een verhoging van de veer-
voorspanning vereist een stug-
gere demping, een verlaging
van de veervoorspanning een
zachtere demping.
Demping achterwiel
instellen
De motorfiets neerzetten en
erop letten dat de ondergrond
vlak en stevig is.
90).
6
119
z