• Als u de aanpassingswaarde niet kunt bepalen, selecteer dan het vak dat zich tussen de
meest rechte lijnen bevindt.
-4
-3
Elke verticale lijn bestaat uit een bovenstuk en een onderstuk. Als de printkop verkeerd is
geplaatst, wordt de verticale lijn als twee aparte lijnen weergegeven, zodat de lijn verkeerd
lijkt uitgelijnd.
• Als u de aanpassingswaarde nog steeds niet kunt bepalen, bekijk dan waar het vak is dat
zich tussen twee vakken bevindt die symmetrische lijnen vormen. Vakken die naast elkaar
staan, kunnen één of twee plaatsen naar beide zijden opschuiven (op positie ±1 of ±2).
Deze illustratie geeft een aanpassingswaarde aan die is ingesteld op "-1".
-3
-2
-5
-4
-1
-2
-1
-1
0
-3
-2
-1
0
+1
+2
0
+1
+2
Het menu [Onderhoud] gebruiken
0
CHU018
+1
+3
+3
CHU019
129