Trak past selectief remdruk toe op
elk van de remmen van de auto om
de bestuurder te helpen de auto op
het gewenste pad te houden.
Als cruise control in werking is en
tractieregeling of StabiliTrak detec-
teren beginnende wielslip, schakelt
cruise control uit. Cruise control kan
dan weer worden aangezet zodra
de rijomstandigheden dit toelaten.
Beide systemen gaan automatisch
aan als de auto wordt gestart en
wegrijdt. Deze systemen zijn
mogelijk voel- of hoorbaar zodra
deze ingrijpen of terwijl diagnose-
functies worden uitgevoerd. Dit is
normaal en duidt niet op een
probleem met de auto.
Het is raadzaam om beide
systemen onder normale rijomstan-
digheden ingeschakeld te laten. Als
de auto vast raakt in zand, modder,
ijs of sneeuw moet TCS soms
worden uitgeschakeld. Zie Als de
auto vast is komen te zitten 0 180
en Systemen aan- en uitzetten ,
verderop in dit hoofdstuk.
Het controlelampje voor beide
systemen zit in de instrumenten-
groep. Dit lampje zal:
Knipperen terwijl TCS de wielslip
beperkt.
Knipperen terwijl StabiliTrak
actief ingrijpt.
Gaan branden en aan blijven
wanneer één van deze
systemen niet werkt.
Als een van beide systemen niet
aan gaat of niet activeert, toont het
Driver Information Center (DIC) een
melding;
gaat dan aan en blijft
aan om erop te wijzen dat het
systeem niet functioneert en de
bestuurder niet ondersteunt bij de
besturing van de auto. De auto blijft
veilig om mee te rijden maar de
bestuurder moet zijn rijstijl wel
aanpassen.
Rijden en bedienen
Als
aan gaat en blijft branden:
1. Breng de auto tot stilstand.
2. Zet de motor af en wacht 15
seconden.
3. Start de motor.
Rijd de auto. Als
aan gaat en
blijft, heeft de auto meer tijd nodig
om het probleem te diagnosticeren.
Raadpleeg de dealer als het
probleem aanhoudt.
Systemen aan- en uitzetten
201