Toepassingsvoorbeelden
4 Toepassingsvoorbeelden
4.1 Overzicht toepassingsvoorbeelden
De VLT® AQUA Drive FC 202 is ontworpen voor water- en
afvalwatertoepassingen. Tot het uitgebreide pakket
standaard- en optionele functies behoren een geoptima-
4
4
liseerd SmartStart- en snelmenu, afgestemd op water- en
afvalwatertoepassingen:
•
Cascaderegeling
De basiscascaderegeling is standaard ingebouwd
en kan tot 3 pompen regelen. De cascaderegeling
voorziet in een snelheidsregeling van één pomp
in een systeem met meerdere pompen. Dit is een
kostene ectieve oplossing, bijvoorbeeld voor
boostersets. Voor systemen met meerdere
pompen met variabel toerental hebt u de
uitgebreide cascaderegelaar (MCO 101) of de
geavanceerde cascaderegelaar (MCO 102) nodig.
•
Motorwisseling
De motorwisselingsfunctionaliteit is geschikt voor
toepassingen met 2 motoren of 2 pompen die
samen gebruikmaken van 1 frequentieomvormer.
•
Flowcompensatie
Flowcompensatie past het setpoint aan op basis
van de ow, en maakt het mogelijk om de
druksensor dicht bij de pomp te monteren.
•
Droogloopdetectie
De functie voorkomt beschadiging van de pomp
door drooglopen en oververhitting van de pomp
te voorkomen.
•
Einde-curvedetectie
Deze functie detecteert wanneer de pomp op het
maximale toerental werkt en het setpoint niet
kan worden bereikt gedurende een door de
gebruiker gede nieerde tijd.
•
Deragging
Deze preventieve of reactieve reinigingsfunctie is
bedoeld voor pompen in afvalwatertoepassingen.
Zie hoofdstuk 4.2.3 29-1* Deragging Function voor
meer informatie.
•
Initiële/uiteindelijke ramps
Programmering van korte ramp-tijden naar/vanaf
het minimale toerental beschermt lagers en zorgt
voor voldoende koeling in toepassingen met
dompelpompen.
•
Beveiliging afsluit-/terugslagklep
Een trage uitloopsnelheid beschermt afsluiters en
terugslagkleppen en voorkomt waterslag.
•
STO
STO maakt een veilige stop (vrijloop) mogelijk
wanneer een kritieke situatie ontstaat.
100
®
VLT
AQUA Drive FC 202
4.2 Speciale toepassingsfuncties
4.2.1 SmartStart
Dankzij de SmartStart-wizard is het in bedrijf stellen van de
frequentieomvormer nu eenvoudiger en e ciënter.
SmartStart wordt geactiveerd bij de eerste inschakeling en
na het herstellen van de fabrieksinstellingen en leidt
gebruikers door een reeks eenvoudige stappen om een
correcte en zo e ciënt mogelijke motorregeling te
realiseren. SmartStart kan ook rechtstreeks via het
snelmenu worden gestart. Selecteer de instellingen op het
gra sche bedieningspaneel met 28 talen.
Danfoss A/S © 09/2014 Alle rechten voorbehouden.
•
Detectie weinig ow
Deze functie detecteert een conditie met weinig
of geen ow in het systeem.
•
Slaapmodus
De slaapmodusfunctie bespaart energie door de
pomp te stoppen wanneer er geen vraag is.
•
Leidingvulmodus
De leidingvulmodus omvat functies om leidingen
soepelen en zonder waterslag te vullen. Deze
functie biedt diverse modi voor horizontale en
verticale leidingen.
•
Realtimeklok
•
Smart Logic Control (SLC)
SLC maakt het mogelijk om een reeks gebeurte-
nissen en acties te programmeren. SLC biedt een
uitgebreide reeks PLC-functies op basis van
comparatoren, logische regels en timers.
•
Voor-/nasmeren
Zie hoofdstuk 4.2.4 Voor-/nasmeren voor meer
informatie.
•
Flowbevestiging
Zie hoofdstuk 4.2.5 29-5* Flow Con rmation voor
meer informatie.
•
Geavanceerde bewaking van het minimale
toerental van dompelpompen
Zie hoofdstuk 4.2.6 Geavanceerde bewaking van het
minimale toerental van dompelpompen voor meer
informatie.
•
Preventief onderhoud
De functie voor preventief onderhoud maakt het
mogelijk om geplande onderhoudsintervallen in
de frequentieomvormer te programmeren.
•
Eén pomp/motor in een regeling met of zonder
terugkoppeling
•
Motorwisseling: wanneer 2 motoren samen
gebruikmaken van 1 frequentieomvormer.
MG20N610