Gemeenschappelijke
bediening voor alle functies
Betreffende deze handleiding
Tenzij anders aangegeven, wordt bij alle procedures in deze
handleiding verondersteld dat het Digitale Keyboard in de
begintoestand staat (d.w.z. de toestand meteen na het
inschakelen van de stroom). Als u problemen ondervindt bij
het uitvoeren van een procedure, schakelt u het keyboard uit
en dan weer in, en daarna probeert u de procedure opnieuw
uit te voeren.
• Houd er rekening dat wanneer het Digitale Keyboard
tijdens een procedure wordt uitgeschakeld, eventuele
niet opgeslagen gegevens verloren gaan.
Invoeren van nummers
De [NUM] indicator op het display geeft aan dat er nummers
kunnen worden ingevoerd.
[NUM] indicator
S t a
Gebruik de onderstaande procedures om toonnummers,
numerieke waarden enz. in te voeren.
■ Gebruik van de bm cijfertoetsen
Wanneer u een nummer of waarde invoert, moeten alle
vereiste cijfers worden ingevoerd. Het aantal cijfers dat u
moet invoeren hangt af van hetgeen u invoert. Om
bijvoorbeeld toonnummer 015 (alle drie de cijfers zijn vereist)
in te voeren, voert u in: [0] 3 [1] 3 [5]. In dit geval knipperen
de ingevoerde cijfers totdat u de laatste 5 invoert. De
ingevoerde waarde wordt geregistreerd (en 015 wordt
weergegeven zonder dat de cijfers knipperen) nadat u alle
vereiste cijfers hebt ingevoerd.
• Het bereik van de toegestane waarden hangt af van
hetgeen u invoert. Als u probeert om een waarde in te
voeren die buiten het toegestane bereik valt, verandert de
waarde naar een waarde binnen het bereik die zo dicht
mogelijk bij de waarde is die u heeft ingevoerd.
• Om een waarde in te voeren zonder dat er een nul aan het
begin wordt ingevoerd, voert u de waarde in en drukt dan
op bk FUNCTION. Om bijvoorbeeld een driecijferig
toonnummer in te voeren, kunt u de volgende bediening
uitvoeren die zou resulteren in de invoer van toonnummer
010: [1] 3 [0] 3 bk FUNCTION.
• Om een invoer te wissen zonder deze af te maken, houdt u
de [4] (EXIT) bm cijfertoets lang ingedrukt.
NL-14
e P n o
g
■ Gebruik van de bn [–] en [+] toetsen
• Bij indrukken van [–] wordt het getoonde nummer of de
waarde met één verlaagd en bij indrukken van [+] met één
verhoogd. Houd een van de toetsen ingedrukt om de
nummers of waarden achter elkaar te doorlopen totdat u de
toets loslaat. Bij gelijktijdig indrukken van beide toetsen
keert het nummer of de waarde terug naar de
standaardinstelling of de aanbevolen instelling.
• Als invoer van een negatieve waarde is toegestaan, drukt u
op [–] terwijl de waarde op het display knippert om een min-
teken (–) links voor de waarde te plaatsen. Door op [+] te
drukken terwijl de waarde knippert, wordt teruggekeerd
naar een positieve waarde.
■ Gebruik van de bl regelaar
U kunt een nummer of waarde die wordt getoond ook
veranderen door aan deze regelaar te draaien.
Andere functies van de bm
cijfertoetsen
In de onderstaande tabel worden de andere functies
beschreven die de bm cijfertoetsen hebben wanneer de
[NUM] indicator niet wordt weergegeven. Sommige toetsen
voeren ook een bediening uit die specifiek is voor bepaalde
functies.
Toets
[0] (NUM)
Door deze toets in te drukken bij een
instelitem waarbij een waarde kan worden
ingevoerd, wordt de numerieke invoer
ingeschakeld (de [NUM] indicator
verschijnt).
[1] (V)
Gebruik deze toetsen terwijl een instelmenu
[3] (W)
wordt weergegeven om tussen de menu-
items om te schakelen. Bij sommige
functies worden deze toetsen gebruikt om
tussen onderdelen om te schakelen voor
het maken van instellingen voor de
onderdelen.
[2] (w)
Gebruik deze toetsen om tussen instelitems
[5] (q)
om te schakelen in de mixermodus (pagina
NL-64) en bij het bewerken van MIDI-
recorder gebeurtenissen (pagina NL-105).
[4] (EXIT)
Bij bepaalde functies wordt deze toets
gebruikt om de functie te verlaten.
[6] (ENTER)
Door op [6] (ENTER) te drukken wordt het
getoonde menu-item uitgevoerd, wordt er
naar een bepaald submenu gegaan of wordt
een bepaalde bewerking uitgevoerd.
[7] (WRITE)
Druk op deze toets om een gebruikerstoon
(pagina NL-71) of een gebruikersritme
(pagina NL-76) op te slaan.
[8] (INSERT)
Gebruik deze toetsen bij het invoeren van
[9] (DELETE)
tekst (pagina NL-15) om bepaalde tekens in
te voegen of te wissen.
[9] (DELETE) wordt ook gebruikt bij het
bewerken van MIDI-recorder
gebeurtenissen (pagina NL-105).
Hoofdfunctie