Download Print deze pagina

Advertenties

VeRlICHtING eN sIGNAleN
2
4
k

Dimlichten

Handbediend
Draai het einde van de schakelaar 1 tot
het symbool zichtbaar wordt bij het merkte-
ken 2.
In alle gevallen licht een controlelampje op
het instrumentenpaneel op.
1.68
(2/5)
Automatische werking (afhankelijk van
de auto)
1
Als de motor draait, schakelen de dimlichten
automatisch in als het buiten donker wordt
en uit als het weer licht wordt, zonder dat
de schakelaar 1 (stand 0) gebruikt hoeft te
worden.
Deze functie kan ingeschakeld of uitgescha-
keld worden.
– Voor het inschakelen: contact aan, druk
gedurende minstens vier secondes op
de knop 4. Een boodschap op het instru-
mentenpaneel bevestigt deze handeling.
– Voor het uitschakelen: contact aan, druk
op de knop 4 gedurende minstens vier
secondes. De boodschap "Lichtautomaat
OFF" verschijnt op het instrumentenpa-
neel.
Als u schakelaar 1 in een andere stand zet,
schakelt u hiermee bovengenoemd automa-
tisme tijdelijk uit.
Functie "uitschakelvertraging"
Met deze functie branden de dimlichten ge-
durende enige tijd na het verlaten van de
auto (bijvoorbeeld om een hek of een gara-
gedeur te verlichten bij het openen).
Contact uit en lichten uit, trek de lichtschake-
laar 1 naar u toe: de dimlichten gaan onge-
veer dertig secondes branden.
Dit kan tot vier keer gedaan worden voor
een maximum duur van twee minuten.
Om de verlichting uit te schakelen voordat
dit automatisch gebeurt, draait u het einde
van de schakelaar 1 en zet u dit weer terug
in stand 0.

Advertenties

loading