10
Onderhoudscontrolelijst
10.1 Exploitant
10.1.1 Standaarduitvoering
Remmen
1
Controleren of de remmen werken.
Elektrische installatie
Waarschuwings- en veiligheidssystemen aan de hand van de
1
gebruikshandleiding controleren.
2
Controleren of de NOODSTOP-schakelaar werkt.
Voeding
Controleren of de aansluitingen van de batterijkabel goed vastzitten,
1
indien nodig polen invetten.
2
Batterij en batterijcomponenten controleren.
3
Zuurstand controleren, indien nodig gedestilleerd water bijvullen.
Controleren of de batterijstekker niet beschadigd is, goed
4
functioneert en vastzit.
Rijden
Wielen controleren op slijtage, beschadiging en bevestiging, indien
1
nodig luchtdruk controleren.
Frame en opbouw
1
Deuren en/of afdekkingen controleren.
2
Controleren of alle borden/plaatjes aanwezig en leesbaar zijn.
Beschermdak en/of cabine controleren op beschadigingen en
3
bevestiging.
Controleren of het veiligheidssysteem bestuurdersstoel controleren
4
niet is beschadigd en werkt.
Hyd. bewegingen
Smering van hefkettingen controleren, indien nodig hefkettingen
1
smeren.
190
W A B C
t
W A B C
t
t
W A B C
t
t
t
t
W A B C
t
W A B C
t
t
t
t
W A B C
t