Overige componenten
12.6.2 Bediening
1. Om de fiets te gebruiken, houdt u de fiets vast en klapt de
fietsstandaard naar boven.
2. Om de fiets te parkeren, houdt u de fiets vast en klapt de
fietsstandaard naar beneden.
3. Zet de fiets neer op de fietsstandaard.
4. Als de fiets veilig staat, laat u hem los.
5. Beveilig de fiets tegen diefstal of tegen ongeoorloofd gebruik.
12.6.3 instellingen
Afhankelijk van het model is uw fiets voorzien van een instelbare
standaard (zonder afbeelding).
•
Stel de standaard opnieuw af wanneer de fiets niet op een
veilige manier op de standaard geplaatst kan worden.
•
Vraag een erkende fietsspecialist om advies wanneer het u
niet lukt de standaard van uw fiets af te stellen.
12.7 Frameslot
opmerking:
Dit hoofdstuk geldt uitsluitend voor modellen met
frameslot.
12.7.1 Frameslot sluiten
1. Steek de sleutel erin en open het slot.
2. Druk de greep omlaag tot de vergrendeling vastklikt (zie afb.
"Frameslot").
• Zorg ervoor dat de spaken het slot niet blokkeren.
3. Trek de sleutel eruit.
Afb.: Frameslot
1 Greep
12.7.2 Frameslot openen
1. Houd de greep van het frameslot.
2. Steek de sleutel erin en sluit het slot.
3. Als het slot opent, beweegt u de greep naar boven.
1
98