Afb.36
Voorbeeld van de warmtevraag 10 V
V
[°C]
F2=130
F2=100
F1=0
U1=0
0,15
7633763 - 01 - 23032017
Spanningswrde 1 H2 mod 1 (7314) tot Func wrd 2 H2 moduul 1
(7317), Spanningswrde 1 H2 mod 2 (7389) tot Func wrd 2 H2
moduul 2 (7392)
F1 Functiewaarde 1
F2 Functiewaarde 2
S Spanning tot Hx
U1 spanningswaarde 1
U2 spanningswaarde 2
V Richtwaarde aanvoertemperatuur
De lineaire sensorkarakteristiek wordt bepaald door twee vaste punten. De
instelling wordt gerealiseerd met twee parameterparen voor Funktionswert
S
en Spannungswert (F1/U1 en F2/U2).
[V]
U2=10
RA-0000084
Belangrijk
Voor een nadere beschrijving wordt verwezen naar de voorbeelden
onder (5953) ff.Input waarde 1 H1 (5953) en volgende.
Spannings uitg GX21 mod 1 (7341), Spannings uitg GX21 mod 2
Specificeert de uitgangsspanning voor bijv. de actieve sensor.
Functie ing. EX21 moduul 1 (7342) , Functie ing. EX21 moduul 2
(7417)
Geen: Geen functie.
Teller 1e brandertrap: De signalen voor de tellerwaarden (bedrijfsuren en
starts) voor de eerste branderfase worden gedetecteerd met ingang EX1.
Indien deze functie niet is ingesteld, worden de tellerwaarden geteld op
basis van de status van het relais.
Wrmt Opwekkings blokkade: De warmteproducent wordt vergrendeld
door contact EX1 te sluiten. Alle temperatuurverzoeken voor het verwar
mingscircuit en het tapwater worden genegeerd. De vorstbeveiligings
functie van de ketel blijft hierbij ingeschakeld. De schoorsteenreinigings
functie kan worden ingeschakeld ondanks dat de vergrendeling van de
warmteproducent is geactiveerd.
Storing/alarmmelding: Door het contact EX1 te sluiten, wordt er een fout
melding in de regeleenheid geactiveerd. Als de "alarmuitgang" (relaisuit
gang QX1-5, programma nr. 5890-5895) op de juiste manier wordt gecon
figureerd, wordt de fout doorgegeven of weergegeven door een extra con
tact (bijv. ext. indicator).
Overtemp afvoer: Door het contact te sluiten, wordt er een afvoer van
overtollige warmte geactiveerd. Door een actieve afvoer van overtollige
warmte kan bijv. een externe warmteproducent een geforceerd signaal
gebruiken om de verbruiker (verwarmingscircuit, tapwateropslagtank) te
dwingen de overtollige warmte op te nemen. Voor elke verbruiker kan de
parameter "Overtemperatuur afname" worden gebruikt om in te stellen of
de verbruiker rekening moet houden met het signaal en dus moet worden
betrokken bij de warmteafvoer.
Gevolg: Als het LPB-apparaatadres 0 of >1 is, heeft de afvoer van overtolli
ge warmte alleen gevolgen voor de lokale verbruikers van het apparaat.
Als het LPB-apparaatadres 1 is, heeft de afvoer van overtollige warmte ook
gevolgen voor de verbruikers van de apparaten in dezelfde sectie.
Functie uitgang UX21 mod. 1 (7348), Functie uitgang UX22 mod.
1 (7355), Functie uitgang UX21 mod. 2 (7423), Functie uitgang UX22
mod. 2 (7430)
Geen: Geen functie.
Toerentalgeregelde pompen: Het uitgangssignaal bij UX komt overeen
met de toerentalinstelwaarde voor de geselecteerde pomp.
Ketel gew wrde: Het uitgangssignaal bij UX komt overeen met de ketelin
stelwaarde.
9 Instellingen
133