10 Infotainment
Audiofuncties
N.B.
De geluidskwaliteit kan verslechteren, als
10
de speler wordt opgeladen terwijl het audio-
systeem in stand AUX staat. Laad de speler
in dat geval niet op tijdens het beluisteren.
Streaming audio via Bluetooth *
Algemene informatie
Als de auto is uitgerust met Bluetooth -hand-
sfree* en er een mobiele telefoon is aangeslo-
ten, kunnen er draadloos "streaming audio"-
bestanden op de mobiele telefoon worden
weergegeven via het audiosysteem. Navigatie
en regeling van het geluid zijn in dat geval te
verrichten via de toetsen op de middenconsole
of via de toetsenset* op het stuurwiel. Bij som-
mige mobiele telefoons is het ook mogelijk op
de telefoon zelf van track te wisselen.
Voor weergave van de audiobestanden moet
er eerst een telefoon aan het systeem gekop-
peld en op de auto aangesloten worden. Voor
informatie over het koppelen en aansluiten, zie
pagina 293. Ook moet u BT als geluidsbron
hebben gekozen, zie pagina 266.
2
Premium Sound.
*
268
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
N.B.
De mobiele telefoon met Bluetooth moet
ondersteuning bieden voor de profielen
Audio/Video Remote Control Profile
(AVRCP) en Advanced Audio Distribution
Profile (A2DP). De telefoon dient AVRCP
versie 1.3 en A2DP 1.2 te hanteren. Anders
werken bepaalde functies mogelijk niet.
N.B.
Niet alle verkrijgbare mobiele telefoons zijn
volledig compatibel met de Bluetooth -
functie van het audiosysteem in de auto.
Volvo adviseert u contact op te nemen met
een erkende Volvo-dealer of
www.volvocars.com te bezoeken voor
informatie over compatibele telefoons en
externe mediaspelers.
Afspelen
Druk herhaalde malen op MODE om BT als
geluidsbron te kiezen.
U kunt op een van de volgende drie manieren
een audiobestand selecteren:
•
Draai de knop TUNING (4) links- of
rechtsom.
•
Gebruik toetsen
of
van de naviga-
tiebediening (6) om naar het gewenste
audiobestand te bladeren.
•
Met de toetsen
of
van de toetsenset
op het stuurwiel.
Audio-instellingen
Audio-instellingen bijregelen
Door te drukken op SOUND (5) kunt u de
onderstaande opties doorbladeren. U stelt de
opties in door aan TUNING te draaien.
•
BAS
– Niveau van de lage tonen.
•
TREBLE
- Niveau van de hoge tonen.
•
FADER
– Balans tussen luidsprekers voor
en achter.
•
BALANS
– Balans tussen luidsprekers
links en rechts.
•
SUBWOOFER
* – Niveau voor de lageto-
nenluidspreker. De subwoofer moet inge-
schakeld zijn om het niveau bij te kunnen
regelen, zie onder het kopje Subwoofer
activeren/deactiveren verderop.
•
2
MIDDEN
– Niveau voor de middenluid-
spreker. Driekanaals stereoweergave of
Pro Logic II moet zijn ingeschakeld om