Bediening
6.5.1
6.5.1.1
6.5.1.2
BA.NLD.20-32118-03-24-FTA-jr
Werken met het bedieningsveld van de STEMPELBESTURING
Voorwaarde:
Kraanarm in steunpunt draagarm.
Stempelbesturing aan het besturingspaneel van het werkplatform
niet geactiveerd.
Bediening van de steun-drukknoppen
De beweging van het stempelsysteem, d.w.z. de stempelsituatie van de
steiger op dat moment wordt gestart met behulp van de desbetreffende
drukknop. De volgende stempelsituaties zijn mogelijk:
Volledig afstempeling,
Eenzijdige afstempeling links binnen het voertuigprofiel,
Eenzijdige afstempeling rechts binnen het voertuigprofiel,
Minimale afstempeling/tweezijdige afstempeling binnen het
voertuigprofiel.
Zolang u de betreffende drukknop ingedrukt houdt, bewegen de steunen
zich naar de stempelsituatie van dat moment, tot de beweging door de
computerbesturing wordt stilgezet. Als er nog geen verticale beweging van
de steunen werd ingezet, kunt u nog tussen de drukknoppen wisselen. De
stempelarmen worden dan automatisch aan de nieuwe stempelsituatie
aangepast. De steiger stelt zich in de afstempelsituatie op. De opstelhoek
moet in ieder geval met de ronde waterpas worden gecontroleerd voordat u
met enige kraanarmbewegingen start.
Voertuigmotor uitschakelen resp. starten
Component
Voertuigmotor
Voertuigmotor
Om de voertuigmotor uit te schakelen resp. te starten, moet u
de drukknop zolang indrukken tot de voertuigmotor tot stilstand
is gekomen resp. is gestart.
Bij geschakelde versnelling of ingedrukte NOODSTOP-scha-
Positie/
Uitvoering op het bedieningsveld
aanwijzing
Stop
Drukknop START/STOP indrukken.
of
Start
Drukknop START/STOP indrukken.
®
STEIGER
TB 300
6-11