Geheugenslot gebruiken
Normaal gesproken wordt een document meteen afgedrukt als u het ontvangt. Er kunnen echter
omstandigheden zijn waarin u wilt dat het apparaat alle documenten in het geheugen opslaat voordat u
ze afdrukt. Het vergrendelen van het apparaat om alle documenten in het geheugen op te slaan, wordt
geheugenslot genoemd.
U kunt het geheugenslot inschakelen wanneer het apparaat 's nachts onbeheerd wordt achtergelaten
of wanneer u op vakantie gaat. Zo voorkomt u dat zich grote hoeveelheden afgedrukte documenten in
de uitvoerbladen ophopen. Wanneer u terugkomt, kunt u de inhoud van het geheugen bekijken en het
geheugenslotwachtwoord invoeren om alle in het geheugen opgeslagen documenten af te drukken.
Het geheugenslot inschakelen en het wachtwoord instellen
Als het geheugenslot is ingeschakeld, gaat het apparaat automatisch over op de geheugenslotmodus.
De documenten die worden ontvangen terwijl het apparaat in geheugenslotmodus staat, worden
opgeslagen in het geheugen totdat het geheugen wordt geopend met een wachtwoord en de
documenten worden afgedrukt.
Volg deze procedure om het geheugenslot in te schakelen en het wachtwoord op te geven.
10
1
Druk op [Menu].
2
Druk op [ (-)] of [ (+)] om <4.FAXINSTELLINGEN> te selecteren
3
Druk op [ (-)] of [ (+)] om <7.SYSTEEMINSTEL> te selecteren
4
Druk op [ (-)] of [ (+)] om <1.RX GEH. BEVEIL.> te selecteren
5
Druk op [ (-)] of [ (+)] om <AAN> te selecteren
6
Druk op [ (-)] of [ (+)] om de gewenste instelling voor het geheugenslot weer te geven
10-6
Geheugenslot gebruiken
druk op [OK].
druk op [OK].
druk op [OK].
druk op [OK].
druk op [OK].