leon plus Korte checklist voor de inbedrijfstelling
Test
1.
Visuele controle
Apparaat uitschakelen
2.
CGV aansluiten, netsnoer met stopcontact verbinden
3.
Netvoeding
4.
O
-nooddosering
2
Apparaat inschakelen
5.
Potentiaalvereffening* Aangesloten (op het apparaat en op de wandaansluiting)
6.
CO
-absorber
2
7.
Ademhalingsbalg in
koepel
8.
Koepel
9.
Patiëntenmodule
10.
APL
11.
Patiëntenslangsysteem Beademingsslangen op de conussen Ø 22 mm aan de
12.
AGA, AGAS
13.
Gasmeting
(O
, CO
*, N
O*, NG*)
2
2
2
14.
Anestheticaverdamper* Juiste zitting, vulniveau, is ingesteld op 0, elektrisch aangesloten*
15.
Systeemtest uitvoeren
16.
O
-controle
2
17.
O
-flush
2
18.
Ext. O
-uitgang*
2
19.
Versgasuitgang*
20.
Bronchiale afzuiging
21.
Accu geladen
22.
Reservegasflessen*
23.
Alarmsignaal visueel,
akoestisch
24.
Extra apparaten*
25.
Onafhankelijk beademingsysteem, bijv. beademingszak met masker aanwezig, gekeurd
26.
Alarmen testen (ook op extra apparaten*)
27.
PaF-test uitvoeren als het patiënten- of slangsysteem wordt vervangen
*Indien aanwezig
Naam van de examinator
Beschrijving
Beschadiging, volledige en correcte montage, hygiënische
schoonheid, geschiktheid van accessoires, keurmerk voor
technische controle
Aanwezig (groene LED "Netaansluiting controle" brandt)
O
-nooddosering ingesteld op 15 l/min, hoorbaar instroomgeluid
2
in de beademingszak. O
Zeef met juist geplaatste pakking, beschermkap aanwezig,
gevuld, vuldatum, kalk niet verkleurd, vergrendeld
Aanwezig en goed aangepast
Aangepast, handvast aangedraaid, dicht
Aanbouwdelen/randapparatuur volledig en goed aangepast,
blauw insp./exp. klepmembraan aanwezig op dragers, juist
geplaatst, zwenkarm met patiëntendeel juist vergrendeld aan
het apparaat
Aanwezig, op 20 mbar ingesteld. Snelontluchting gecontroleerd*
voorzijde van de patiëntenmodule (opgelet: niet kortsluiten),
beademingszak op de conus Ø 22 mm aan de onderkant van
de patiëntenmodule, Y-stuk aanwezig en op testadapter
geplaatst, beademingsfilter nieuw
Juist aangesloten (met adapter op conus Ø 30 mm aan de
onderkant van de patiëntenmodule), afzuigvermogen geregeld
Aanwezig (intern of extern), aangesloten, (patiëntenadapter*,
meetgasslang*, waterslot*), functioneel, vulpeil en vervaldatum
van waterslot gecontroleerd*
Patiëntenadapter* van de gasmeter met Y-stuk van de
testadapter loskoppelen, MAN/SPONT starten, vers gas op
100 % O
en 5 l/min instellen. De O
2
zichtbaar toenemen. Patiëntenadapter* met Y-stuk weer op
testadapter steken.
Op drukknop "O
-flush" drukken, hoorbaar instroomgeluid in de
2
beademingszak, reset van de drukknop
Ext. O
-flowmeter op 15 l/min ingesteld, er stroomt gas hoorbaar
2
uit de ext. O
-uitgang. Ext. O
2
Schakelaar externe versgasuitgang op 1 (AAN), drukknop "O
flush" indrukken, er stroomt gas hoorbaar uit de
versgasuitgang. Schakelaar externe versgasuitgang op 0 (UIT)
Aangesloten, filter aanwezig, functioneel -> weergave VAC
≤(−0,7) bar wanneer de afzuigslang gesloten is
Netsnoer loskoppelen. Weergave van de resterende looptijd =
60min., = 100min vanaf SW-vers. ≥ 3.11.x
Dichtheid, aansluitingen en vulniveaus controleren
Een alarm activeren, LED op folietoetsenbord brandt,
alarmsignaal is hoorbaar
Beveiligd, volgens bijbehorende bedieningshandleiding controleren
Geslaagd
-nooddosering op 0 l/min ingesteld
2
-meetwaarde moet
2
-flowmeter op 0 l/min ingesteld
2
Handtekening
Ja Nee
-
2
Keuringsdatum