FLUXUS F60*
3.1.2
De stromingssnelheid meten in de TransitTime-mode
De signalen worden afwisselend door een sensorpaar met de stroomrichting mee en
tegen de stroomrichting in uitgezonden en ontvangen. Als het medium, waarin de signa-
len zich uitbreiden, stroomt, worden de signalen meegevoerd met het medium.
Deze verschuiving zorgt bij het signaal in stroomrichting voor een verkorting en bij het
signaal tegen de stroomrichting in voor een verlenging van de meetpad (zie Afb. 3.1 en
Afb. 3.2).
Hierdoor veranderen ook de looptijden. De looptijd van het signaal in stroomrichting is
korter dan die tegen de stroomrichting in. Dit looptijdverschil is evenredig met de gemid-
delde stromingssnelheid.
De gemiddelde stromingssnelheid van het medium wordt als volgt berekend:
t
v = k
· k
·
---------- -
Re
a
2 t
met
v
– gemiddelde stromingssnelheid van het medium
k
– stromingsmechanische calibratiefactor
Re
k
– akoestische calibratiefactor
a
∆t
– looptijdverschil
t
– looptijd in het medium
γ
Afb. 3.1:
Meetpad van het signaal met de stroomrichting mee
3
stroomrichting van
het medium
c – geluidssnelheid
1 – sensor (zender)
2 – sensor (ontvanger)
3 – buiswand
UMFLUXUS_F60xV5-0-2NL, 2018-07-05
1
c
α
α
β
c
β
γ
c
γ
2
verkorting van het
c
α
meetpad
meetpad zonder
stroming
meetpad met
stroming
3 Grondbeginselen
3.1 Meetprincipe
15