›
De toets
op de Climatronic indrukken
het infotainmentbeeldscherm aantippen en het
menupunt voor de koppeling van de stoel- en
stuurwielverwarming selecteren.
Of:
›
op het infotainmentbeeldscherm aan-
tippen en het menupunt voor de koppeling van de
stoel- en stuurwielverwarming selecteren.
Bij het inschakelen van de functie wordt op het info-
tainmentbeeldscherm de functietoets
ven. Hiermee kan de stuurwielverwarming worden
in- resp. uitgeschakeld.
Binnenspiegel
Bediening
Binnenspiegel met handmatige dimfunctie
Binnenspiegel met zelfdimfunctie
Het dimmen van de spiegel wordt na het starten van
de motor automatisch geregeld door de sensoren in
de spiegel.
VOORZICHTIG
Gevaar voor ongevallen!
Een oplichtend display van bv. een mobiele telefoon
of een navigatie-apparaat kan de werking van de
zelfdimfunctie beïnvloeden.
Deze apparaten niet in de buurt van de spiegel be-
▶
vestigen.
Buitenspiegels
Bediening
Standen van draaiknop
De buitenspiegels kunnen afhankelijk van de uitrus-
ting handmatig of elektrisch inklapbaar zijn.
op
weergege-
Spiegel niet gedimd
A
Spiegel gedimd
B
Spiegel links instel-
len
Bediening uitschake-
len
Spiegel rechts instel-
len
Spiegels elektrisch
inklappen (om terug
te klappen een ande-
re stand selecteren)
Stoelen, stuurwiel en spiegels ›
Spiegels verwarmen bij draaiende motor
Spiegelvlakken instellen
›
De stand of selecteren.
›
De draaiknop in de richting van de pijlen bewegen.
Elektrisch inklapbare spiegels automatisch inklap-
pen
De spiegels worden bij het vergrendelen van de wa-
gen ingeklapt en bij het ontgrendelen teruggeklapt,
wanneer deze functie is geactiveerd.
Het inklappen van de spiegels is geen indicatie
voor het vergrendelen van de wagen. Het vergrende-
len van de wagen wordt weergegeven door het knip-
peren van de knipperlichten.
Handmatig inklapbare spiegels
›
De spiegel met de hand richting de zijruit inklap-
pen.
Spiegelvlakken synchroon instellen
Bij de instelling van het spiegelvlak van de bestuur-
dersspiegel wordt tegelijkertijd het spiegelvlak van
de bijrijdersspiegel ingesteld, indien deze functie ge-
activeerd is.
Spiegel met geheugenfunctie
Geldt voor wagens met elektrisch verstelbare be-
stuurdersstoel.
De actuele instelling van de buitenspiegelvlakken kan
in het geheugen van de bestuurdersstoel worden op-
geslagen
» Pagina
35.
Spiegelvlak van bijrijdersspiegel bij het achteruitrij-
den laten zakken
Geldt voor wagens met elektrisch verstelbare be-
stuurdersstoel.
Het spiegelvlak van de bijrijdersspiegel neem de in
het geheugen van de bestuurdersstoel opgeslagen
positie in, om het zicht bij het achteruitrijden te ver-
beteren
» Pagina
35.
Voorwaarden
✓ De functie is in het infotainment geactiveerd.
✓ De spiegelpositie is opgeslagen.
✓ De achteruitversnelling is ingeschakeld.
✓ De draaiknop staat in stand .
De spiegel neem automatisch de uitgangspositie
weer in bij het vooruitrijden met een snelheid boven
15 km/u of na het uitschakelen van het contact.
WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen!
De buitenspiegels laten objecten verder weg lijken.
De binnenspiegel gebruiken om de afstand tot ach-
▶
teropkomend verkeer te bepalen.
Binnenspiegel
39