Disclaimer voor ET5 Hartelijk dank dat u gekozen hebt voor de NIO ET5 slimme elektrische auto (die we hierna “ET5” noemen). Tijdens uw groene reis met de ET5 voorzien wij u van attente en doordachte gebruikersdiensten. We adviseren u om de “Gebruikershandleiding” op het centrale display door te nemen en alle nodige informatie over het gebruik van de auto te leren, voordat u de reis met de ET5 begint.
Pagina 3
Opmerking: Dit is bedoeld als aanbeveling om u te helpen uw auto beter te gebruiken. Als u vragen over deze handleiding hebt, bel dan met NIO op het nummer 00800-09996699 of log in op de officiële website van NIO voor de nieuwste versie van de gebruikershandleiding voor de ET5.
8 Keyless ontgrendelen en 66 Slimme sfeerverlichting vergrendelen 67 Verlichting van de make-upspiegel 10 Ontgrendelen of vergrendelen met 68 Volg me naar huis de NIO-app 69 Minimale verlichting 11 Ontgrendelen/vergrendelen via 70 Volle lichtsterkte Bluetooth 71 Zacht licht 13 Ontgrendelen en vergrendelen met...
Pagina 5
112 Bagageruimte achterin 178 Bedieningselementen op middendisplay 113 Aangekoppelde aanhanger 184 Gegevensrecorder voor Stuurwiel gebeurtenissen (EDR) 186 Systeemupgrade 122 De stand van het stuurwiel afstellen 188 Alle instellingen resetten 124 Bediening via knoppen op het stuurwiel Rijbeleving 126 Bediening via knoppen aan de linkerzijde op het stuurwiel 189 Basisbediening 127 Stuurwielverwarming...
Pagina 6
Rijhulp 417 Voertuigidentificatienummer (VIN) 419 Identificatielabel van de 301 Actieve rijstrookwisseling (ALC) aandrijfmotor 309 Rijstrookcentrering (LCC) 420 Aanbevolen vloeistoffen en 327 Adaptieve cruisecontrol (ACC) hoeveelheden 344 Schakelvrije automatische 421 Informatie over de elektrische parkeerassistent met Fusion (S-APA met aandrijflijn Fusion) 357 Power Swap met parkeerassistentie Specificaties en parameters (PSAP)
Pagina 7
468 Reddingsactie bij een brandend voertuig 469 Reddingsactie bij een voertuig met acculekkage 470 Zone voor snijden en knippen door de hulpdiensten...
Vergrendel Find My Car Om de auto te vinden wanneer die een eind weg geparkeerd staat U, of een gemachtigde gebruiker, kunt de informatie over de plaats waar de auto geparkeerd is nakijken in de mobiele app, zodat u de auto gemakkelijk terugvindt. Wanneer de auto verbonden is met het netwerk, kunt u de huidige plaats waar de auto geparkeerd staat controleren bovenaan de pagina "Mijn auto"...
Vergrendel Ontgrendelen/vergrendelen met de smart key Voordat u de auto binnengaat, kunt u de smart key gebruiken om de auto te ontgrendelen. Afhankelijk van de status van de smart key en de omgeving van de auto, is het grootste effectieve bereik van de smart key 30 - 70 meter buiten de auto.
Pagina 11
Vergrendel Als u "Bestuurdersportier ontgrendelen" selecteert, zal door de eerste º keer op de ontgrendelknop te drukken alleen het bestuurdersportier worden ontgrendeld, en door nogmaals op de ontgrendelknop te drukken de overige drie portieren worden ontgrendeld. 2.. Vergrendelknop • Wanneer de auto in de P-stand staat en alle portieren (inclusief de motorkap en achterklep) gesloten zijn, ontgrendelt u de gehele auto door indrukken van deze knop.
Pagina 12
Vergrendel moment de auto niet worden vergrendeld door op de vergrendelknop te drukken en ontvangt u een herinneringsmelding in de NIO-app die u mededeelt dat de auto niet met succes is vergrendeld. 3.. Achterklep-openknop Als de achterklep gesloten is, houdt u deze knop ingedrukt om de achterklep te openen.
Pagina 13
Als op de smart key of op de knop Ontgrendelen of Vergrendelen met de NIO-app wordt gedrukt tijdens het sluiten van de ruiten, zal het sluiten van de ruiten stoppen.
Gooi gebruikte batterijen weg volgens de plaatselijke voorschriften en wetgeving. Zie de website van NIO voor meer informatie. Plaats de knoopcelbatterij met de pluskant omlaag. Als u de batterij hebt geplaatst, lijnt u de contacten van de batterij uit en sluit u het achterklepje goed zodat u de afstandsbediening weer kunt gebruiken.
Pagina 15
Vergrendel methoden (bijvoorbeeld de mobiele app of de noodsleutel) om het voertuig te ontgrendelen. VOORZORG Radiogolven kunnen de werking van de sleutelhanger beïnvloeden. Houd andere elektronische toestellen (bijv. telefoons, laptops en tablets) op ten minste 30 cm afstand van de sleutelhanger.
Vergrendel Keyless ontgrendelen en vergrendelen Als u een geldige afstandsbediening bij zich draagt, of op uw smartphone de Bluetooth-sleutel hebt ingeschakeld (in uw jaszak of handtas), dan kunt u de auto zonder sleutel ontgrendelen of vergrendelen door het achterste deel van een van de portierkrukken aan te raken.
Pagina 17
Vergrendel VOORZORG Wanneer u het voertuig zonder sleutel vergrendelt, druk dan niet te hard op de buitendeurgreep. WAARSCHUWING Patiënten die afhankelijk zijn van pacemakers moeten minstens 22 centimeter uit de buurt van de binnenste antennes blijven, om te voorkomen dat hun pacemakers worden gehinderd door de antenne van het sleutelloze ontgrendelingssysteem.
Vergrendel Ontgrendelen of vergrendelen met de NIO-app Als u ver weg bent van de auto, kunt u in de NIO-app naar de pagina "Mijn auto" gaan en tikken op "Portiersloten" om de portieren vanaf afstand te ontgrendelen en de auto te starten, of om de portieren te vergrendelen. Op dat moment kunt u uw auto uitlenen aan iemand anders.
Met de functie Ontgrendelen en starten via Bluetooth kunt u het voertuig eenvoudig en snel ontgrendelen/vergrendelen zonder een sleuteltag. Open eerst de NIO-app. Tik op Mijn voertuig > Instellingen > Digitale Bluetooth- sleutel om een service Ontgrendelen en starten via Bluetooth aan te maken.
Pagina 20
Als een slimme sleutelhanger of telefoon met de digitale bluetoothsleutel in het voertuig is achtergelaten, kunt u het voertuig nog steeds vergrendelen met een slimme sleutelhanger en herinnert de NIO-app u aan een sleutel die in het voertuig is achtergebleven.
Het "NFC"-logo wordt nu weergegeven in de linkerbovenhoek van de interface van "Mijn auto". 2.. Schakel de NFC-functie van de smartphone in en stel NIO in als de standaard betaal-app. 3.. Houd het scherm van de telefoon ontgrendeld, breng de NFC-sensorzone van de telefoon dicht bij de NFC-sensorzone van de B-stijl aan bestuurderszijde.
Pagina 22
• Log bij het ontgrendelen of vergrendelen van het voertuig via NFC in op de NIO-app en download de NFC-sleutel opnieuw als u geen geverifieerde NFC- sleutel kunt verkrijgen. Als er geen geverifieerde NFC-sleutel wordt herkend, zorg er dan voor dat het voertuig overeenkomt met het NFC-account. Open vervolgens de NFC-app opnieuw en ontgrendel het scherm van de mobiele telefoon om het voertuig opnieuw te ontgrendelen of te vergrendelen.
Vergrendel Ontgrendelen en vergrendelen op de middenconsole U kunt de auto ontgrendelen of vergrendelen met de vergrendelknop op de middenconsole. Wanneer de auto volledig ontgrendeld is en alle portieren dicht zijn, kunt u de auto vergrendelen door te drukken op de vergrendelknop op de middenconsole. Het middendisplay geeft de vergrendelde status van de auto weer en de led in de knop gaat groen branden.
Vergrendel Ontgrendelen en vergrendelen in noodsituaties De auto in noodsituaties van buitenaf ontgrendelen/vergrendelen Wanneer u de auto niet van buitenaf kunt ontgrendelen of vergrendelen met een van de hiervoor genoemde conventionele methoden, kunt u de fysieke noodsleutel gebruiken om het bestuurdersportier te ontgrendelen of te vergrendelen.
Pagina 25
Vergrendel 3.. Houd de uitgeklapte buitenportierhendel met een hand vast terwijl u de fysieke noodsleutel met de andere hand in het sleutelgat van de buitenportierhendel duwt. Draai de sleutel nu tegen de klok in om het bestuurdersportier te ontgrendelen. 4.. Houd bij het vergrendelen het voorste deel van de buitenportierhendel ingedrukt, draai de fysieke noodsleutel tegen de klok in voor één ontgrendelingsactie, en draai de sleutel met de klok mee om het bestuurdersportier te vergrendelen.
Pagina 26
Vergrendel u de portiervergrendeling naar beneden drukken, en dan het portier gewoon sluiten om het te vergrendelen. Het portier kan in zo'n situatie echter niet vanaf de buitenkant worden geopend. De auto in een noodgeval van binnenuit ontgrendelen Als de hele auto is vergrendeld en het portier in een noodgeval moet worden geopend (bijvoorbeeld wanneer de elektronische schakelaar op de binnenhandgreep niet werkt of de auto doordrenkt is met water), moet u één keer aan de mechanische schakelaar van de binnenhandgreep trekken om het...
Pagina 27
Vergrendel • De ruiten kunnen niet worden neergelaten wanneer het portier wordt geopend met behulp van de mechanische schakelaar bij de binnenhandgreep omdat dit het risico met zich zou meebrengen dat het bekledingspaneel van de ruit wordt beschadigd. • Geen van beide achterportieren kan van binnenuit worden geopend wanneer de kinderslotfunctie is ingeschakeld.
Vergrendel Ontgrendelen bij naderen Ontgrendelen bij naderen werkt wanneer u een geldige smart key of een mobiele telefoon bij u hebt waarop de functie Ontgrendelen en starten via Bluetooth is ingeschakeld. Zonder de sleutel te pakken zal de auto automatisch worden ontgrendeld zodra u zich binnen 1,5 meter van de B-stijl bevindt.
Vergrendel Automatisch ontgrendelen in de parkeerstand Der auto kan automatisch worden ontgrendeld in de parkeerstand zonder de vergrendelingsfunctie op het middendisplay te gebruiken. Als de auto automatisch werd vergrendeld door Vergrendelen bij wegrijden (bij een snelheid hoger dan 8 km/u) en de bestuurder de auto tot stilstand brengt door het rempedaal in te trappen en de P-stand te selecteren, wordt de auto automatisch ontgrendeld.
• Wanneer u de wegloopvergrendeling gebruikt, zorg er dan voor dat het voertuig is vergrendeld via de geluids- of visuele controles van het slot (koplampen, zijspiegels of de NIO-app), om eventuele eigendommen in uw voertuig te beschermen. • Wanneer er een andere geverifieerde slimme sleutelhanger in het voertuig ligt...
Pagina 31
Vergrendel te dragen om ongemak veroorzaakt door de onbedoelde vergrendeling van het voertuig te voorkomen.
Vergrendel Wegrijvergrendeling Uw voertuig kan tijdens het rijden automatisch worden vergrendeld. Wanneer het voertuig is ontgrendeld en alle portieren, de motorkap en de achterklep zijn gesloten, worden alle portieren automatisch vergrendeld zodra de rijsnelheid hoger is dan 8 km/u. OPMERKING De wegrijvergrendeling wordt alleen geactiveerd wanneer het voertuig overgaat van stilstaand naar bewegend.
Portieren en ruiten Portierhendel De portierhendels op de buitenkant van de auto komen automatisch naar buiten wanneer de auto wordt ontgrendeld. U kunt vervolgens de binnenkant van de portierhendel aanraken om via de sensor de portierhendel te openen, waarna het portier een klein stukje open springt en de ruit een klein stukje omlaag gaat zodat u het portier gemakkelijk kunt openen.
Pagina 35
Portieren en ruiten WAARSCHUWING Wanneer de deur automatisch sluit of de buitendeurgrepen automatisch worden ingetrokken, zorg er dan voor dat inzittenden (vooral kinderen) hun handen uit de buurt van de deurgrepen houden. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel.
Pagina 36
Portieren en ruiten U kunt het portier van binnenuit openen door op de elektronische schakelaar op de binnenhandgreep van het betreffende portier te drukken. Druk één keer op de schakelaar als het portier ontgrendeld is, en twee keer als het portier vergrendeld is.
Portieren en ruiten Gemakkelijk instappen en uitstappen Nadat de portieren geopend zijn, kunnen u en de andere passagiers instappen. De auto is uitgerust met verschillende functies die het in- en uitstappen vergemakkelijken. Gemakkelijk instappen en uitstappen voor de bestuurder U kunt de beste stand voor gemakkelijk uitstappen instellen op het middendisplay: terwijl de auto stilstaat en in de parkeerstand staat en u het bestuurdersportier opent om uit te stappen, beweegt de bestuurdersstoel automatisch naar de door u ingestelde uitstapstand (inclusief de verticale en horizontale stand van het...
Pagina 38
Portieren en ruiten VOORZORG Verplaats bij het instellen van de uitstappositie de stoel niet naar de achterste stand en zet de rugleuning niet in de laagste stand. Dit kan vervelend zijn voor de passagiers achterin. U kunt de aanbevolen optimale uitstappositie instellen op het middendisplay.
Pagina 39
Portieren en ruiten en blijft in de stand waarin hij stond toen de passagier de laatste keer uitstapte. • Uit- en instappen: door de veiligheidsgordel los te maken of het voorpassagiersportier te openen, beweegt de stoel automatisch naar de standaardstand. Wanneer de passagier instapt en het voorpassagiersportier sluit, beweegt de stoel automatisch naar de gebruikelijk stand die onder de bijbehorende account is opgeslagen (in te stellen op het middendisplay onder Voorpassagiersstoel >...
Portieren en ruiten Achterklep De achterklep openen en sluiten door op de knop te drukken Wanneer u de afstandsbediening bij u draagt, drukt u licht op de knop op de handgreep van de achterklep om de achterklep te openen. Bij het openen van de achterklep kunt u de achterklepknop een paar seconden ingedrukt houden.
Pagina 41
Portieren en ruiten Druk op de knop op de achterklep om de klep automatisch te sluiten en te vergrendelen. U hoort een "klik" die de sluiting bevestigt. De achterklep openen en sluiten op het middendisplay Veeg naar rechts op de linkerrand van het middendisplay om naar de pagina Snelle toegang te gaan en tik vervolgens op Bagageruimte achterin om de achterklep te openen.
Pagina 42
Terwijl de auto in de parkeerstand staat en de portieren gesloten zijn, opent u in de app van NIO op uw mobiele telefoon de interface Mijn auto en tikt u op de knop Bagageruimte achterin om de achterklep te openen. U krijgt een melding dat de achterklep is geopend.
Pagina 43
Portieren en ruiten bagageruimte achterin en schakelt u de functie achterklep openen/sluiten met schopbeweging uit. OPMERKING • Wanneer u uw voet zijdelings beweegt, beweegt u in één richting en niet herhaaldelijk heen en weer. • Zet uw voet niet neer onder de bumper. Anders zal de achterklep niet worden geactiveerd.
Pagina 44
Portieren en ruiten Als een obstakel de beweging van de achterklep bij automatisch openen of sluiten belemmert, stopt het openen of sluiten en wordt de antiklembeveiliging geactiveerd. • Het openen wordt onderbroken, de achterklep stopt en u hoort een lang waarschuwingssignaal.
Portieren en ruiten Ruitbediening Aan de binnenkant van het bestuurdersportier zitten vier knoppen om de vier ruiten te bedienen die daar zitten om het de bestuurder makkelijk te maken om de ruiten te bedienen. 1.. Ruit aan bestuurderszijde 2.. Ruit aan passagierszijde voorin 3..
Pagina 46
Portieren en ruiten • Trek de knop van de ruit naar achteren om de gesloten stand van de ruit te regelen. Trek deze knop snel helemaal naar achteren en laat de knop los om de ruit volledig te sluiten (met één druk ruit sluiten). Daarnaast kunt u ook op het middendisplay in de interface van Instellingen op Portier- en ruitvergrendelingen >...
Pagina 47
Portieren en ruiten Wanneer een van de volgende situaties zich voordoet, wordt de antiklembeveiliging van de betreffende ruit tijdelijk uitgeschakeld, en wordt ook het sluiten van de ruit met één druk op de knop uitgeschakeld (deze twee functies worden automatisch na 10 seconden weer hersteld): 1..
Portieren en ruiten Zonnescherm Het zonnescherm regelt het zonlicht en de zonnestraling op effectieve wijze door de lichtdoorlating van het glazen zonnedak te veranderen. Het zonnescherm heeft drie modi: schaduw, helder en automatisch. Schaduwmodus: Het glazen zonnedak heeft de laagste lichtdoorlating waarmee schittering kan worden voorkomen en een zekere mate van warmtewering wordt geboden.
Pagina 49
Portieren en ruiten hebben, zal het zonnescherm automatisch overschakelen naar een schaduwstand om de warmtedoorlating te verminderen en uw auto te beschermen. Nadat de temperatuur van het glas is teruggekeerd binnen het bedrijfstemperatuurbereik, hervat het zonnescherm de normale werking. • Het zonnescherm zal automatisch overschakelen naar de schaduwmodus wanneer de auto wordt vergrendeld, en de instellingen zullen worden hersteld zodra u de auto weer gebruikt.
Portieren en ruiten Coating tegen steenslag De coating tegen steenslag bevindt zich aan beide zijden van de wielen aan de achterzijde van de carrosserie; deze coating beschermt de lak van de carrosserie tegen krassen door hard korrelvormig materiaal als de auto snel rijdt, zodat de lak glad en mooi blijft.
Als er een afwijking wordt gevonden, laad het voertuig dan niet op. Anders kan dit leiden tot schade aan het voertuig, het oplaadapparaat of persoonlijk letsel veroorzaken. Neem zo nodig contact op met NIO.
Pagina 52
. • Als tijdens het opladen het voertuig een eigenaardige geur heeft of rook afgeeft, stop dan met opladen en neem onmiddellijk contact op met NIO. • Verwijder de oplaadconnector pas als het opladen is voltooid. Het vroegtijdig verwijderen van de oplaadconnector kan een elektrische boog veroorzaken.
Opladen Laad processen U kunt de auto zowel aan een privélaadpaal als aan een publieke laadpaal opladen. Laadproces 1.. Zet de auto in de parkeerstand, open de afdekking van de laadpoort door erop te drukken, of veeg naar rechts op de hoofdpagina van het middendisplay om de pagina "Snelle toegang"...
Pagina 54
Opladen 3.. Schakel de laaduitrusting in en begin het opladen. U kunt op het middendisplay op de pagina Instellingen tikken op Accu of de app op uw mobiele telefoon gebruiken om de huidige laadstatus te controleren. Tijdens het opladen moet het controlelampje van de laadpoort blauw branden. Dit geeft aan dat het opladen bezig is.
Pagina 55
Laadpoort, waarna de afdekking van de laadpoort automatisch wordt gesloten. OPMERKING Wanneer u uw auto oplaadt met behulp van NIO Power Home, zal de afdekking van de laadpoort automatisch open gaan zodra u de laadkabel vanaf het laadstation verwijdert, en automatisch dicht gaan zodra u de laadkabel loskoppelt van uw auto.
Pagina 56
3.. Als u de laadkabel nog steeds niet kunt loskoppelen, stopt u onmiddellijk met opladen en neemt u contact op met het NIO Service Center.
Opladen Batterijniveau en laadscherm De status van de huidige hoogspanningsaccu en enige waarschuwingsinformatie met betrekking tot de accu kan worden weergegeven op het digitale instrumentenpaneel. 1.. Weergave van huidig vermogen Dit geeft de huidige vermogenswaarde van de hoogspanningsaccu aan terwijl deze vermogen levert of energie terugwint uit regeneratief remmen.
Pagina 58
Controlelampje voor hoogspanningsaccu bijna leeg Dit controlelampje geeft aan dat de huidige hoogspanningsaccu bijna leeg is. Laad hem op tijd op. Neem zo nodig contact op met het NIO Service Center. Waarschuwingslampje voor het uitschakelen van de hoogspanningsaccu Op dit moment ontvangt uw auto geen voeding vanuit de hoogspanningsaccu.
Pagina 59
Opladen Als dit waarschuwingslampje brandt, neemt u onmiddellijk contact op met het NIO Service Center. Waarschuwingslampje voor een storing in de hoogspanningsaccu Als dit waarschuwingslampje brandt, stopt u de auto onmiddellijk en neemt u contact op met het NIO Service Center.
Opladen Accuvoorbereiding De oplaadsnelheid van een hoogspanningsaccu neemt af onder koude omstandigheden, zoals in de winter. Als de functie Accuvoorbereiding is ingeschakeld, kan de hoogspanningsaccu van tevoren tot op zekere hoogte worden opgewarmd voordat de auto het oplaadpunt bereikt (een laadpaal ) om de oplaadsnelheid van de auto te verbeteren.
Pagina 61
Opladen • Als het huidige resterende bereik slechts 20 km is, wordt accuvoorbereiding tot de bestemming niet ondersteund. • De auto wordt in de ECO+-modus gezet. Handmatige accuvoorbereiding voor opladen De functie Handmatige accuvoorbereiding voor opladen is standaard uitgeschakeld. Als u bekend bent met de route naar het oplaadpunt en niet de navigatiebegeleiding hoeft te volgen, wordt het aanbevolen om in een omgeving met lage temperaturen de interface Accu weer te geven op het middendisplay en de functie Handmatige accuvoorbereiding voor opladen in te schakelen.
Pagina 62
Opladen bepalen. Let goed op of het huidige bereik toereikend is om de bestemming te bereiken voordat u deze functie inschakelt.
Tibber slim opladen: werkt alleen met Tibber. De gebruiker moet een energiecontract bij hen afsluiten. Aangezien NIO slim opladen en Tibber slim opladen elkaar kunnen beïnvloeden, mogen gebruikers slechts één oplossing voor slim opladen per locatie gebruiken. NIO slim opladen Deze functie kan worden geactiveerd in de instellingen van uw auto , en zal worden onthouden voor deze locatie.
Pagina 64
7.. De gebruiker kan altijd het opladen bedienen in de Tibber-app. Om het regelen van uw auto door Tibber in zijn geheel te stoppen, gaat u in de Tibber-app naar het gedeelte Power-ups en koppelt u de NIO Power-up los. Of u kunt contact opnemen met de helpdesk van Tibber.
Verlichting Grootlicht en dimlicht U kunt het grootlicht en dimlicht aanpassen met de verlichtingshendel aan de linkerkant van het stuurwiel. • Duw de verlichtingshendel naar voren om het automatisch grootlicht (AHB, Auto High Beams) in te schakelen. Duw hem nogmaals naar voren om het grootlicht in te schakelen.
Verlichting Richtingaanwijzers • Bocht naar links: zet de verlichtingshendel omlaag • Bocht naar rechts: zet de verlichtingshendel omhoog De richtingaanwijzers gaan uit als het stuurwiel terug komt of wanneer u de verlichtingshendel weer in het midden zet. Wanneer de richtingaanwijzers zijn ingeschakeld, gaat het bijbehorende controlelampje op het digitale instrumentenpaneel branden en hoort u een klikgeluid.
Verlichting Mistlampen U kunt de mistlampen voor en achter inschakelen door op de knop bovenop de verlichtingshendel te drukken. Wanneer de mistlampen gaan branden, worden de positielichten ook automatisch ingeschakeld. De lampen gaan in de volgende volgorde branden: • Eén keer drukken: de mistlampen voor worden ingeschakeld. •...
Verlichting Positielichten als de punctie positielichten is ingeschakeld, blijven de positielichten voor en achter branden. Schakel als volgt in: • Methode 1: Vergrendel uw auto na het inschakelen van de alarmknipperlichten en houd de alarmknipperlichten ingeschakeld. • Methode 2: Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Rijden/Parkeren >...
Verlichting Welkomstverlichting Wanneer u of een gemachtigde gebruiker een geldige smart key of een mobiele telefoon waarop de functie Ontgrendelen/vergrendelen via Bluetooth op de mobiele telefoon is ingeschakeld bij u draagt en de auto nadert tot een maximale afstand van ongeveer 10 meter zullen de dimlichten en de positielichten automatisch worden ingeschakeld om u te verwelkomen.
Verlichting In-/uitstapverlichting in de portierhendels op de buitenkant Elke portierhendel op de buitenkant is voorzien van een in-/uitstapverlichting in de portierhendel. De portierhendels op de buitenkant komen automatisch naar buiten wanneer de hele auto wordt ontgrendeld, en de in-uitstapverlichting in de portierhendels op de buitenkant zal gaan branden om het gebied rondom het portier voor u te verlichten.
Verlichting Leeslampen Automatische regeling van de leeslampen Wanneer u de auto volledig ontgrendelt of een van de portieren (of de achterklep) opent, gaan de leeslampen automatisch branden om het interieur te verlichten. In de volgende situaties worden de leeslampen automatisch uitgeschakeld. In dat geval kunt u ze handmatig inschakelen door de aanraakschakelaar op de dakconsole aan te raken.
Pagina 72
Verlichting Wanneer u de auto van buitenaf vergrendelt (met de afstandsbediening of de functie in de app op uw mobiele telefoon), worden alle leeslampen tegelijk uitgeschakeld. OPMERKING • Als de leeslampen voorin branden doordat op de afzonderlijke schakelaar in de hemelbekleding is gedrukt, kunnen deze niet worden uit- of ingeschakeld met behulp van de leeslampenhoofdschakelaar, maar kunnen alleen worden bediend met behulp van de afzonderlijke schakelaar.
Verlichting Grondverlichting Er bevindt zich een grondverlichtingslamp onder elk van de vier portieren, voor meer gemak bij het in- en uitstappen in het donker. De achterklep is ook uitgerust met twee lampen, zodat u duidelijk zicht hebt op de grond bij het inladen van de kofferbak en niet verrast wordt door modder of plassen.
Verlichting Slimme sfeerverlichting De auto is uitgerust met slimme sfeerverlichting op de portierpanelen, in de opbergvakken en op de vloer. U kunt uw favoriete sfeerlichteffect instellen om een aangename rijbeleving te creëren. Nadat u bent ingestapt, kunt u de sfeerverlichting inschakelen op het middendisplay.
Verlichting Verlichting van de make-upspiegel Tegen de hemelbekleding van de auto bevinden zich twee zonnekleppen, die voorzien zijn van make-upspiegels, die verlicht zijn zodra ze worden geopend.
Verlichting Volg me naar huis De auto is uitgerust met de functie "Volg me naar huis". Wanneer u de auto op uw oprit vergrendelt en naar uw huis loopt, zullen de dimlichten en positielichten ingeschakeld blijven om het pad vóór u te verlichten. Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Verlichting >...
Verlichting Minimale verlichting Terwijl de auto geparkeerd staat, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Verlichting > Interieurverlichting > Minimale verlichting om de functie in te schakelen. Alle sfeerverlichting, leeslampen en koplampen worden uitgeschakeld om met één tik een minimale verlichting te realiseren.
Verlichting Volle lichtsterkte Om de functie in te schakelen, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Verlichting > Interieurverlichting > Volle lichtsterkte. Als hulpmiddel bij het zoeken naar voorwerpen in de auto, worden de sfeerverlichting en alle leeslampen ingeschakeld op maximale helderheid.
Verlichting Zacht licht Om de functie in te schakelen, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Verlichting > Interieurverlichting > Zacht licht. Om een comfortabele slaapomgeving te creëren, licht de sfeerverlichting in de vloer binnenin de auto zachtjes op in een warme gele kleur, en de sfeerverlichting en leeslampen in de portieren en bagageruimte gaan uit.
Verlichting Kofferbak verlichting De verlichting van de opbergruimte gaat automatisch branden als de achterklep wordt geopend. De verlichting van de opbergruimte gaat automatisch uit als de achterklep wordt gesloten, of nadat deze 10 minuten is ingeschakeld.
De eigenaar kan ook een gemachtigd gebruikersaccount koppelen aan een slimme sleutelhanger door de sleutelhanger in de NIO-app te beheren. Wanneer een gemachtigde gebruiker het voertuig ontgrendelt met een sleutelhanger, logt het voertuig automatisch in op het account van de gekoppelde gebruiker.
Tik op de bijbehorende profielfoto of gebruikersnaam om over te schakelen naar het account en log na verificatie in met dit account (door de QR-code te scannen met de NIO-app of de verificatiecode in te voeren die op uw telefoon is ontvangen). U kunt zonder wachtwoord inloggen ook activeren via Accounts >...
NIO-app te gebruiken. Machtigen door eigenaar Tik op in de NIO-app op de pagina Instellingen op Profielfoto > Accountinstellingen of in de linkerbovenhoek van het middendisplay, en voer het gebarenwachtwoord van uw auto in om naar de pagina Machtigingenbeheer te gaan.
Pagina 84
Ontgrendelen met NFC: Open de NFC-sleutel-app op de mobiele telefoon en houdt deze dicht bij het middelste deel van de carrosserie aan de linkerkant van de auto. • Vanaf afstand ontgrendelen met de NIO-app: Tik in de NIO-app op de pagina "Mijn auto" op "Portiersloten".
Account en geheugen Gastmodus Als u het voertuig aan anderen wilt uitlenen door hun een slimme sleutelhanger te geven, tikt u op uw profielfoto op het middendisplay en kiest u gastmodus om uw privacy te beschermen (bijvoorbeeld navigatiegeschiedenis, contacten, video's, foto's).
Account en geheugen Servicemachtiging U of een gemachtigde gebruiker kan een serviceaanvraag naar NIO sturen via de NIO-app. NIO beheert en machtigt servicespecialisten om tijdelijk toegang te krijgen tot het voertuig en de gevraagde service uit te voeren (bijv. One Click for Power).
Account en geheugen Geheugen voor de stand van de bestuurdersstoel instellen Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Stoelen > Bestuurdersstoel > Geheugen voor de stand om uw gepersonaliseerde instellingen te configureren. Aan de hand van de voorkeuren die zijn ingesteld in de account van de gebruiker zal de auto automatisch de bestuurdersstoel, het stuurwiel, de buitenspiegels en de instellen op de bijbehorende gebruikelijke standen voor de gebruiker.
Pagina 88
Account en geheugen • Bedien tijdens het rijden geen knoppen op de geheugeninterface op het middendisplay om de bestuurdersstoel, het stuur of de zijspiegels te verstellen en houd rekening met uw veiligheid.
Account en geheugen Geheugen voor de stand van de voorpassagiersstoel instellen Om de functie van het geheugen van de voorpassagiersstoel te kunnen gebruiken, moet de auto in de P-stand worden gezet. Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Stoelen > Voorpassagiersstoel >...
Account en geheugen Geheugen voor de stand van het stuurwiel instellen Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Stuurwiel > Geheugen voor de stand om uw gepersonaliseerde instellingen te configureren. Nadat de stand van het stuurwiel is ingesteld met behulp van de knoppen erop, tikt u op het middendisplay op de interface voor het geheugen van de bestuurdersstoel op de knop Rijstand/ Alternatieve stand/Ruststand/Andere stand om voor verschillende situaties...
Pagina 91
Account en geheugen • Bedien tijdens het rijden geen knoppen op de geheugeninterface op het middendisplay om de bestuurdersstoel, het stuur of de zijspiegels te verstellen en houd rekening met uw veiligheid.
Account en geheugen Geheugen voor de stand van de buitenspiegels instellen Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Buitenspiegel > Geheugen voor de stand om uw gepersonaliseerde instellingen te configureren. Nadat de stand van de buitenspiegels is ingesteld, tikt u op het middendisplay op de interface voor het geheugen van de bestuurdersstoel op de knop Rijstand/Alternatieve stand/Andere stand om voor verschillende situaties gepersonaliseerde standen in te stellen en...
Pagina 93
Account en geheugen Tijdens het achteruitrijden met de auto kunnen de buitenspiegels automatisch omlaag kantelen om een duidelijk zicht op de weg te geven. Om deze functie in te schakelen, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Stand afstellen >...
Stoelen De bestuurdersstoel afstellen De stand van de stoel afstellen met de knoppen Met behulp van de knoppen aan de zijkant van de stoel kunt u de stand van de bestuurdersstoel afstellen. 1.. Lengte van het zitkussen Beweeg de knop heen en weer om de lengte van het zitkussen af te stellen. 2..
Pagina 95
Stoelen 1.. Hellingshoek van de voorrand van het zitkussen Om de hellingshoek van de voorrand van het zitkussen af te stellen kantelt u deze knop. 2.. Lengtepositie van de stoel Beweeg deze knop heen en weer om de stoel naar voren of naar achteren te zetten.
Pagina 96
Stoelen • Verstel de stand van de bestuurdersstoel, de hoofdsteun, enz. terwijl de auto geparkeerd staat. Verstellen van de stoel en andere aanpassingen tijdens het rijden kunnen veiligheidsrisico's veroorzaken. • Wanneer u de stoel verstelt (naar voor of achter, zithoogte, rugleuning, enz.) moet u opletten dat u uw handen of andere lichaamsdelen niet in het bewegingspad van de stoel plaatst, om te voorkomen dat u bekneld of gekneusd raakt.
Pagina 97
Stoelen Open de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Stoelen > Bestuurdersstoel om de stand van de bestuurdersstoel op deze pagina in te stellen. U kunt de stand van de stoel afstellen met behulp van de stoelknoppen of op het middendisplay om gepersonaliseerde standen af te stellen voor verschillende scenario's door in de interface op de knop Rijstand/Ruststand/Uitstapstand/ Alternatieve stand te drukken, waarna de instellingen worden opgeslagen onder...
Pagina 98
Stoelen WAARSCHUWING 1.. Gebruik geen diverse stoelhoezen en breng zelf geen wijzigingen aan de stoelbekleding. In het geval van een aanrijding kunnen deze hoezen of aan de aangepaste bekleding, de werking van de zij-airbags in de stoelen ernstig belemmeren. De bescherming van de inzittenden wordt daardoor sterk verminderd en het risico op letsel neemt toe.
Stoelen De voorpassagiersstoel afstellen De stand van de stoel afstellen met de knoppen Met behulp van de knoppen aan de zijkant van de stoel kan uw voorpassagier de stand van de voorpassagiersstoel afstellen. 1.. Lengte van het zitkussen Beweeg de knop heen en weer om de lengte van het zitkussen af te stellen. 2..
Pagina 100
Stoelen 1.. Hellingshoek van de voorrand van het zitkussen Om de hellingshoek van de voorrand van het zitkussen af te stellen kantelt u deze knop. 2.. Lengtepositie van de stoel Beweeg deze knop heen en weer om de stoel naar voren of naar achteren te zetten.
Pagina 101
Stoelen • Zorg ervoor dat de stoel is vergrendeld na het verstellen van de stand. • Kinderen mogen de stoel niet verstellen vanwege risico op beknelling. • Wanneer Gemakkelijke toegang is ingeschakeld, moet u ervoor zorgen dat er voldoende veilige ruimte is voor kinderen, inzittenden en huisdieren voor- en achterin om beknelling of botsingen door de stoel te voorkomen.
Pagina 102
Stoelen • Zet de stoel naar achteren of naar voren in een positie waarbij u beide voeten in de voetruimte vóór de stoel kunt plaatsen. • Stel de rugleuning van de stoel af op een geschikte rechtop-zithouding, waarbij uw rug volledig tegen de rugleuning komt en de rugleuning niet te ver is gekanteld.
Pagina 103
Stoelen 5.. Als de rugleuning van de stoel te ver wordt gekanteld tijdens het rijden, kan dit in het geval van een aanrijding leiden tot ernstige letsels. Zie de aanbevolen correcte stoelposities. 6.. Personen met beperkte pijngewaarwording door ziekte of leeftijd moeten het temperatuurregelsysteem en de stoelverwarming voorzichtig gebruiken om mogelijke brandwonden bij langdurig gebruik (zelfs bij relatief lage temperaturen) te voorkomen.
Stoelen De hoofdsteun van de stoel afstellen Druk op de rechterknop onder de hoofdsteun om de hoofdsteun omhoog en omlaag te verplaatsen. Zet de hoofdsteun in de juiste positie totdat u een klik hoort. Dit betekent dat de hoofdsteun in deze positie is vergrendeld. WAARSCHUWING •...
Stoelen De zitplaatsen van de achterbank afstellen Trek aan de mechanische hendel van de rugleuning van de stoel om de rugleuning te ontgrendelen en duw vervolgens de rugleuning naar achteren om de rugleuning van de stoel achterover te kantelen. WAARSCHUWING •...
Pagina 107
Stoelen • Ga niet op neergeklapte zitplaatsen zitten (bijvoorbeeld op neergeklapte zitplaatsen van de achterbank) terwijl de auto rijdt. Anders bestaat de kans op (dodelijk) letsel bij een aanrijding, of bij plotseling accelereren of afremmen. • Wanneer de rugleuning van een zitplaats van de achterbank wordt versteld, mag de veiligheidsgordel niet draaien of vast komen te zitten in de rugleuning.
Pagina 108
Stoelen WAARSCHUWING Achterpassagiers mogen zich niet op de volgende manier gedragen:...
Stoelen Stoelmassage De voorstoelen hebben een onderrugmassagefunctie, die standaard is uitgeschakeld. Open onderaan het middendisplay op de bedieningsbalk de pagina Comfortpaneel en tik op Stoelen > Massage en selecteer de gewenste massagestand (modus 1, modus 2, modus 3, modus 4, modus 5) en de massage- intensiteit (niveau 1, niveau 2).
Stoelen Stoelverwarming De voor- en achterstoelen hebben een verwarmingsfunctie, die standaard is uitgeschakeld. Open onderaan het middendisplay op de bedieningsbalk de pagina Comfortpaneel en tik op Stoel > Verwarming om de verwarmingsfunctie voor de betreffende stoel in te schakelen en het niveau te selecteren. Er zijn drie verwarmingsniveaus, die de stoel binnen 10 minuten tot het ingestelde niveau verwarmen en deze temperatuur handhaven.
Stoelen Stoelventilatie De voorstoelen hebben een ventilatiefunctie, die standaard is uitgeschakeld. Open onderaan het middendisplay op de bedieningsbalk de pagina Comfortpaneel en tik op Stoelen > Ventilatie om de ventilatiefunctie voor de betreffende stoel in te schakelen. Er zijn drie ventilatieniveaus. OPMERKING •...
Stoelen Stoelen met stressontlasting De voorstoelen zijn uitgerust met stressontlasting voor de onderrug. Ga naar de pagina Comfortpaneel op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay, tik op Stoelen > Stressontlasting en selecteer de gewenste stressontlastingsmodus. • Modus 1: Ontlasting van de rug boven •...
Opbergvak Opbergvak voorin De auto heeft een aantal praktische opbergvakken voor het opbergen van dagelijkse benodigdheden. WAARSCHUWING Plaats nooit brandbare voorwerpen of vloeistoffen met een hoog risico op spatten in de kofferruimte. Sluit de klep altijd na het plaatsen van voorwerpen in de kofferruimte.
Pagina 114
Opbergvak WAARSCHUWING • Plaats geen warme dranken in een bekerhouder. Morsen kan het risico op letsel vergroten. • Plaats geen breekbare voorwerpen om letsel bij breuk uit te sluiten Open opbergvak in de middenconsole Het open opbergvak onder de middenconsole kan worden gebruikt voor het tijdelijk opbergen van niet-belangrijke voorwerpen en achterin bevindt zich een 12V-voeding, waarmee de elektronische apparaten van inzittenden kunnen worden opladen.
Opbergvak Opbergvak achterin Achterportieren Naast de achterstoelen bevinden zich praktische opbergvakken. In beide achterportieren bevindt zich een opbergvak dat kan worden gebruikt voor drankjes of andere voorwerpen. Het opbergvak heeft verlichting die 's avonds en 's nachts, bij weinig licht of bij ingeschakeld positielichten wordt ingeschakeld. VOORZORG •...
Pagina 116
Opbergvak WAARSCHUWING Hang geen harde voorwerpen (zoals hangers, fruit, glazen flessen) aan de kledinghaak vlakbij het portier om letsel bij een ongeval te voorkomen. Middelste armsteun achter Wanneer niemand op de middelste zitplaats van de achterbank zit, kunt u de middelste armsteun uit de rugleuning openklappen om de bekerhouders te gebruiken.
Opbergvak Beveiligd opbergvak Opbergmodus Het beveiligde opbergvak staat standaard in de opbergmodus. In deze modus is het beveiligde opbergvak niet vergrendeld en kan de klep worden geopend met de knoppen links en rechts van de middelste armsteun: 1.. Knoppen voor het opbergvak Druk op de knop om de klep te openen.
Pagina 118
Opbergvak 1.. Knoppen voor het opbergvak Druk op de knop om de klep te openen. Deze kan worden gebruikt om bijvoorbeeld mobiele telefoons of zakdoekjes op te bergen (de klep kan worden geopend met zowel de linker- als de rechterknop). 2..
Pagina 119
Opbergvak opbergvak voor het eerst wordt ingeschakeld, wordt op het middendisplay een pop-upvenster voor het instellen van het wachtwoord weergegeven en moet u een wachtwoord instellen om de modus beveiligd opbergvak in te stellen. Eenmaal ingesteld moet u het wachtwoord op het middendisplay invoeren om het beveiligde opbergvak te ontgrendelen en daarna kunt u de klep openen met de knoppen op de zijkanten van de middelste armsteun.
Opbergvak Bagageruimte achterin Wanneer de achterklep is geopend, kunt u voorwerpen in de laadruimte van de bagageruimte achterin plaatsen. VOORZORG Bij het opslaan van vloeistoffen in het voertuig moet u ervoor zorgen dat het reservoir goed is afgesloten. Morsen of lekken kunnen het voertuig beschadigen. Ruim bij morsen of lekkage de vloeistof zo snel mogelijk op.
Opbergvak Aangekoppelde aanhanger Aangekoppeld accessoire De trekhaak van de auto is een ronde koppeling conform de nationale norm ECR R55, die aangekoppelde accessoires kan ondersteunen (zoals een aanhanger, caravan of fietsendrager). De trekhaak kan een verticale belasting tot 75 kg dragen. Bij het vervoeren van fietsen of andere voorwerpen met de trekhaak moet u altijd controleren of het maximumgewicht niet wordt overschreden.
Pagina 122
Opbergvak OPMERKING Het wordt aanbevolen om uw voertuigaccessoires aan te schaffen via de NIO- website. Koop zo nodig producten van andere bedrijven die voldoen aan de nationale normen. NIO beveelt producten aan die door NIO zijn goedgekeurd en ondersteunt deze. Voordat u een accessoire van een andere fabrikant installeert, moet u de productinformatie doorlezen om er zeker van te zijn dat dit accessoire compatibel is.
Pagina 123
Opbergvak Bandenspanning tijdens het trekken van een aanhanger De bandenspanning moet worden aangepast aan de extra lading van de aanhanger/drager. Houd de bandenspanning op 290 kPa. De maximaal toegestane steigingspercentage is 12% voor slepen. OPMERKING Bij het trekken mag de technisch toelaatbare maximale massa op de achteras niet groter zijn dan 15% en de technisch toelaatbare massa van het voertuig in beladen toestand mag niet groter zijn dan 75 kg.
Pagina 124
Opbergvak controleer dan of het maximale trekvermogen en de kogeldruk uit de tabel "Trekvermogen" niet zijn overschreden. • Alle componenten van de trekhaak, accessoires en stekkers (waar aanwezig) zijn in goede staat en goed aangesloten. Trek geen aanhanger als er duidelijke problemen zijn.
Pagina 125
Opbergvak Aanhangwagenmodus. Een van de volgende indicatoren wordt nu op het instrumentenpaneel weergegeven: Pictogram Beschrijving De auto heeft gedetecteerd dat de verlichting van de aanhanger is aangesloten, maar de aanhangwa- genmodus is niet geactiveerd. Mogelijk is er al een accessoire op de auto aangesloten.
Pagina 126
Opbergvak Instructies voor het trekken van een aanhanger Uw auto is vooral als passagiersauto bedoeld. Het slepen van een aanhanger is extra belastend voor de motor, transmissie, remmen, banden en ophanging van de auto en beperkt het rijbereik. Als u besluit om een aanhanger te slepen, rijd dan voorzichtig en neem de volgende richtlijnen in acht: •...
Pagina 127
Opbergvak • Een andere persoon plaatst wielblokken onder de wielen aan de zijde van de helling omlaag; • Wanneer de blokken zijn geplaatst, laat u het rempedaal los en controleert u of de blokken het gewicht van de auto en de aanhanger kunnen dragen (schakel Autohold niet in).
Pagina 129
13.. Pen 9 aarde (rood en wit) WAARSCHUWING Gebruik alleen de elektrische stekkers die door NIO zijn ontworpen. Probeer de kabels niet rechtstreeks te splitsen of de kabel van de aanhangwagen op een andere manier aan te sluiten, omdat dit het elektrische systeem van het voertuig kan beschadigen en storingen kan veroorzaken.
Stuurwiel De stand van het stuurwiel afstellen Open de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay, tik op Stand afstellen > Stuurwiel >Afstellen beginnen en stel dan de stand af met de knoppen aan de rechterkant van het stuurwiel, en tik op Afstellen beëindigen nadat het afstellen is voltooid.
Pagina 131
Stuurwiel beantwoorden van telefoongesprekken en het verhogen of verlagen van het volume. WAARSCHUWING • Stel de stand van het stuurwiel niet onder het rijden af. Wanneer u dat wel doet, kunt u een ongeval veroorzaken. • Als het stuurwiel of stoelen verkeerd zijn afgesteld, kan er letsel ontstaan. Zorg ervoor dat uw borst minstens 25 centimeter van het stuurwiel is verwijderd.
Stuurwiel Bediening via knoppen op het stuurwiel De knoppen aan de rechterkant van het stuurwiel kunnen worden gebruikt om de stand van het stuurwiel, rechterbuitenspiegel, geluidsvolume, enz. af te stellen. De stand van het stuurwiel afstellen Open de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen >...
Pagina 133
Stuurwiel De aangepaste functie activeren Houd de knop Midden aan de rechterzijde van het stuurwiel ingedrukt om de aangepaste functie in te schakelen. De functie die standaard geactiveerd wordt is NOMI, maar u kunt de aangepaste functie veranderen op de pagina Instellingen door op Stand veranderen >...
Stuurwiel Bediening via knoppen aan de linkerzijde op het stuurwiel De knoppen aan de linkerkant van het stuurwiel kunnen worden gebruikt om de linkerbuitenspiegel af te stellen en de rijhulpfunctie te bedienen. De linkerbuitenspiegel afstellen Open de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen >...
Stuurwiel Stuurwielverwarming Bij lage temperaturen kunt u de verwarmingsfunctie van het stuurwiel inschakelen door op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay naar de pagina Comfortpaneel te gaan en op Stoelen >Verwarming > Stuurwielverwarming te tikken. Het stuurwiel wordt in 10 minuten geleidelijk opgewarmd tot een comfortabele temperatuur en handhaaft deze temperatuur.
4.. Na ongeveer 30 seconden gaan alle schermen branden en kan het systeem weer worden gebruikt. Als het systeem niet normaal werkt, neem zo snel mogelijk contact op met het servicecentrum van NIO. VOORZORG • Het voertuig moet in PARK staan om Tweeknops-reboot te kunnen gebruiken.
Pagina 137
• Als de normale werking van het scherm na Tweeknops-reboot niet wordt hervat, kunt u proberen het voertuig te vergrendelen en het voertuig in de slaapstand te zetten. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met NIO.
Voeding in de auto USB-poort In uw auto zijn drie USB-poorten aanwezig, waaronder één Type A-poort en twee Type C-poorten. Locatie: • Beveiligd opbergvak Type A-poort (2,5 W): Wordt gebruikt voor het exporteren van video's vanuit de DVR en het aansluiten van een microfoon of USB-luidspreker. Type C-poort (60 W): Wordt gebruikt voor het opladen van mobiele apparaten.
Pagina 139
Voeding in de auto Type C-poort (60 W): Wordt gebruikt voor het aansluiten van een AR-bril en het opladen van mobiele apparaten.
Pagina 140
Voeding in de auto 12V-voedingen Uw auto is uitgerust met twee 12V-voedingen. • Open opbergvak onder de middenconsole: achterin • Bagageruimte achterin: aan de linkerzijde...
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels Ruitenwissers van de voorruit De voorruitenwissers worden gebruikt om de voorruit schoon te vegen. De verschillende standen van de ruitenwissers kunnen worden ingesteld met de hendel aan de rechterkant van het stuurwiel. Bedieningsme- Pictogram Naam Functie thode De functie Eén keer wissen van de Zet de hendel van...
Pagina 142
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels De functie Langzaam wissen Zet de wisserhen- van de ruitenwiss- del omhoog in er voor de voorruit deze stand wordt ingescha- keld Continu wissen De functie Snel Zet de wisserhen- wissen van de del verder ruitenwisser voor omhoog in deze de voorruit wordt stand...
Pagina 143
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels Automatische stand van de ruitenwissers Nadat de functie automatische voorruitenwissers is ingeschakeld en de regensensor regen detecteert, beginnen de ruitenwissers te werken. Wanneer de regen stopt, stoppen ook de ruitenwissers. De snelheid van de ruitenwissers verandert automatisch afhankelijk van de rijsnelheid en regenval.
Pagina 144
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels Als u de ruitenwisserhendel aan de rechterkant van het stuurwiel naar u toe trekt selecteert, sproeien de wisserbladen op de ruitenwisserarmen water en wissen de ruitenwissers met lage snelheid. Laat de ruitenwisserhendel los om het sproeien te stoppen. Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Portier- en ruitvergrendelingen >...
Pagina 145
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels • Als de omgevingstemperatuur >5 °C is, stopt de verwarming van de rustzone van de voorruitenwissers. Automatisch verwarmen van de buitenspiegels en achterruit Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Buitenspiegels en schakel de automatische verwarmingsfunctie van de buitenspiegels en achterruit in.
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels De stand van de buitenspiegels afstellen Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Buitenspiegels afstellen > Afstellen beginnen. Stel vervolgens met behulp van de stuurwielknoppen de stand van de buitenspiegels af en tik op Afstellen beëindigen nadat het afstellen is voltooid.
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels Buitenspiegels inklappen U kunt instellen dat de buitenspiegels automatisch worden ingeklapt door naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay te gaan en op Stand afstellen > Buitenspiegels > Spiegels automatisch inklappen na vergrendelen te tikken. Als uw auto vanaf de buitenkant van de auto wordt vergrendeld, worden de buitenspiegels automatisch ingeklapt.
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels Buitenspiegels verwarmen De buitenspiegels zijn uitgerust met verwarming, zodat de buitenspiegels kunnen worden verwarmd om water of sneeuw bij regen- of sneeuwval snel te verwijderen. Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Buitenspiegels > Buitenspiegels verwarmen om de verwarmingsfunctie van de buitenspiegels handmatig in te schakelen.
Ruitenwissers en achteruitkijkspiegels Automatisch dimmen van de binnen- en buitenspiegels Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Stand afstellen > Buitenspiegels > Automatisch dimmen van de binnen- en buitenspiegels om de functie Automatisch dimmen van de binnen- en buitenspiegels in te schakelen.
Airconditioning Klimaatregeling in de auto Bedieningsbalk U kunt de temperatuur en luchtverdeling in uw auto regelen met de bedieningsbalk voor de airconditioning onderaan het middendisplay. 1.. Hoofdinterface Tik om terug te gaan naar de hoofdinterface. 2.. Instellingen Tik erop om naar de lijst met instellingen te gaan. 3..
Pagina 151
Airconditioning Ingedrukt houden en verschuiven om de snelheid van de ventilator voor te veranderen. Er zijn acht niveaus, 0 – 8, waarbij op niveau 0 de airconditioning voor de hele auto wordt uitgeschakeld. 6.. Temperatuurweergave aan passagierszijde voorin Toont de gewenste temperatuur aan passagierszijde voorin. Als u erop tikt, gaat u naar het bedieningspaneel voor de temperatuur.
Pagina 152
Airconditioning . U kunt het luchtvolume, de temperatuur, de richting van de luchtstroom en andere eigenschappen instellen voor de airconditioning voorin en achterin door om te schakelen tussen de bedieningspanelen voor de airconditioning voorin en achterin. De luchtstroomstand wordt weergegeven terwijl u de luchtstroomrichting van de ventilatieopeningen wijzigt: •...
Pagina 153
Airconditioning Indien geactiveerd, wordt De voorruit ontdooien en condens vanaf de ontwasemen binnenkant van de voorruit verwijderd. Indien geactiveerd, wordt de achterruit verwarmd, Achterruitverwarming en wordt de functie automatisch na 15 minuten uitgeschakeld. Hiermee stelt u de Temperatuurinstelling temperatuur van de van de airconditioning airconditioning in binnen het bereik van 15 ~ 31 ℃.
Pagina 154
Airconditioning airconditioning voor de voorste en achterste zitri- jen, en de recirculatie-/ frisseluchtstand automa- tisch aangepast op basis van de vooraf ingestelde temperatuur. In de synchronisatiestand is de temperatuur voor Synchroniseren SYNC alle passagiers hetzelfde als voor de bestuurder. Ventilatieopeningen voor de voorste zitrij en het afstellen ervan De ventilatieopeningen voor de voorste zitrij van de auto bevinden zich bij de voorruit, het instrumentenpaneel en de beenruimte onder het instrumentenpaneel.
Pagina 155
Airconditioning 3.. Ventilatieopening voor de voeten onder het instrumentenpaneel U kunt de ventilatieopening in het instrumentenpaneel bij de voorste zitrij als volgt afstellen: Houd op het middendisplay de ventilatiezone aangeraakt en veeg vervolgens omhoog of omlaag om de verticale hoek af te stellen, en veeg naar links of rechts om de horizontale hoek af te stellen.
Pagina 156
Airconditioning De airconditioning aan de linker- en rechterkant wordt bediend met behulp van twee knoppen op de ventilatieopeningen voor het gezicht voor de achterste zitrij. Beweeg de knop omhoog en omplaag, naar links en naar rechts, om de richting van de luchtstroom af te stellen. Beweeg de knoppen naar onderen aan de linker- en rechterkant om de ventilatieopeningen te sluiten.
Airconditioning Klimaatregeling achter Ventilatieopeningen van de airconditioning voor de achterste zitrij en het afstellen ervan De ventilatieopeningen van de airconditioning voor de achterste zitrij bevinden zich achter de middelste armsteun en aan de onderkant van de bestuurdersstoel en voorpassagiersstoel. 1.. Ventilatieopeningen voor het gezicht voor de achterste zitrij 2..
Pagina 158
Airconditioning Beweeg de knop omhoog en omplaag, naar links en naar rechts, om de richting van de luchtstroom af te stellen. Beweeg de knoppen naar onderen aan de linker- en rechterkant om de ventilatieopeningen te sluiten.
Airconditioning Luchtzuivering Luchtzuivering PM2.5 Bekijk de huidige luchtkwaliteit in de auto in de rechterbovenhoek van het middendisplay en tik erop om de bijbehorende luchtzuiveringsstand weer te geven. • UIT: Schakel alle luchtzuiveringsfuncties uit; • AUTO: Past de snelheid van de gezuiverde luchtstroom automatisch aan op basis van de concentratie van PM 2.5 in het interieur van de auto.
Pagina 160
Airconditioning Resterende levensduur van het filterelement van de airconditioning Als het filterelement moet worden vervangen, gaat u naar de pagina comfortinstelling van de airconditioning op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op en selecteert u Timer levensduur zuiveringsfilterelement airconditioning om de timer voor de levensduur van het filterelement te resetten.
Gepersonaliseerd entertainment Muziek U kunt vanaf de hoofdpagina van het middendisplay naar de interface voor media gaan om het programma voor het luisteren naar muziek te selecteren: • Selecteer "Tidal" om uw favoriete muziek te ontdekken en ernaar te luisteren. U kunt dit tevens gebruiken om een bibliotheek van uw favoriete songs of albums op te bouwen.
Gepersonaliseerd entertainment Navigatie U kunt uw navigatieroute selecteren op de navigatie-interface op de hoofdpagina van het middendisplay. Als u eerdere een navigatieroute hebt gezonden vanuit een app op uw mobiele telefoon, wordt de geselecteerde navigatieroute automatisch weergegeven zodra het middendisplay wordt ingeschakeld. Tik op om navigatieopties in te stellen, zoals de routevoorkeuren, navigatiebegeleidingsstem en kaartweergavemodus.
Gepersonaliseerd entertainment Foto's Fotograferen NOMI kan op verzoek selfies van u maken in de auto. De applicatie Foto's op het middendisplay is de plek waar de video's en foto's worden opgeslagen. Om deze over te brengen, gebruikt u een USB-kabel. Foto's U kunt op het middendisplay in het applicatiecentrum toegang krijgen tot Foto's en alle foto's erin bekijken.
Gepersonaliseerd entertainment Telefoon Wanneer de Bluetooth op uw mobiele telefoon met succes is gekoppeld aan de Bluetooth van uw auto, kan de telefoonfunctie van de boord-Bluetooth worden gebruikt, nadat uw auto is gemachtigd op uw mobiele telefoon, om de contacten en recente gesprekken in uw mobiele telefoon te synchroniseren.
Gepersonaliseerd entertainment Verbinden met een mobiel apparaat U kunt uw auto verbinden met mobiele apparaten (zoals smartphones en tablets) via Bluetooth of draadloze hotspots. Na uw bevestiging kan het middendisplay de entertainmentfuncties (zoals telefooncontacten, muziek) in het mobiele apparaat synchroniseren, voor een betere infotainmentbeleving in de auto. Wanneer u hetzelfde mobiele apparaat de volgende keer met de auto verbindt, kan de synchronisatie met het middendisplay automatisch plaatsvinden zonder dat u dit opnieuw moet bevestigen.
Pagina 166
Gepersonaliseerd entertainment 3.. Open de pagina Bluetooth of Hotspot op het middendisplay en selecteer "NFC- functie op de mobiele telefoon voor een snelle verbinding met één tik". OPMERKING Verwijder uw telefoon niet uit het Power Swap Station wanneer deze via Bluetooth of Hotspot met het voertuig is verbonden.
Gepersonaliseerd entertainment Draadloos opladen U kunt uw apparaten die geschikt zijn voor draadloos opladen, neerleggen op de draadloos-oplaadplaat naast de bekerhouder in de middelste armsteun om ze draadloos op te laden. Draadloos opladen is standaard ingeschakeld. U kunt de interface van Draadloos opladen weergeven vanaf de statusbalk rechtsboven op het middendisplay om dit uit te schakelen.
Pagina 168
Gepersonaliseerd entertainment • Wanneer u de functie voor draadloos laden gebruikt, mag u geen metalen voorwerpen, zoals munten of kaarten met een chip of batterij, tussen de telefoon en de laadplaat leggen. Gebruik geen telefoonhoesje met metalen materialen, zoals hoesjes die magnetisch opladen ondersteunen (MagSafe). •...
Gepersonaliseerd entertainment NOMI Slimme assistent NOMI, de slimme assistent in de auto, bevindt zich boven de middenconsole. U en de andere inzittenden kunnen een aantal functies gemakkelijk in- en uitschakelen door gewoon met NOMI te praten. NOMI is een attente helper voor onderweg. Nadat u bent ingestapt (en nadat het bestuurdersportier is gesloten of het rempedaal is ingetrapt) wordt u door NOMI begroet.
Pagina 170
Gepersonaliseerd entertainment productexperts, samen met de noodzakelijke informatie, inclusief uw auto-ID, account-ID en een tijdstempel. De opname wordt na een vertraging verstuurd. Functies die u wilt Classificatie gebruiken (kom regel- van NOMI- Voorbeelden van spraakopdrachten matig kijken voor de opdrachten VERRASSING…) NOMI laten ontwaken Hi, NOMI...
Pagina 171
Gepersonaliseerd entertainment Grappen vertellen Vertel mij een mop. Entertainment Neem een foto van me. Selfie Nog een. Geef navigatieaanwijzingen. Navigeren naar de Ik wil de auto gaan opladen. nuttige plaats Ik wil stamppot eten. De eerste. Routeplanning Ga naar de dichtstbijzijnde. Herbereken de route.
Pagina 172
Gepersonaliseerd entertainment Open/sluit alle ruiten/de ruit (linksvoor, rechtsvoor, linksachter, rechtsachter). Ruiten Ruitbediening Schakel de Open-stand in. Open de ruit 20%. Open de achterruit op een kier. Schakel de stoelventilatie (voor de bestuurder/voorpassagier) in. Stoelventilatie Zet de stoelventilatie een beetje minder hard.
Pagina 173
Gepersonaliseerd entertainment • Plaats geen helm of hoed bovenop NOMI om hem tegen beschadiging te beschermen. Zo voorkomt u persoonlijk letsel in geval van een ongeval.
Gepersonaliseerd entertainment Comfortfuncties Als het voertuig in PARK staat (zonder van buiten vergrendeld te zijn) en er niemand op de bestuurdersstoel zit, kunnen passagiers het voertuig nog altijd openen en bepaalde comfortfuncties gebruiken. De functie schakelt na 10 uur zonder handelingen automatisch uit. Om een comfortfunctie verder te gebruiken, opent u een deur, drukt u het rempedaal in of neemt u plaats op de bestuurdersstoel met de deur aan bestuurderskant dicht.
Gepersonaliseerd entertainment Intelligent geursysteem Uw auto is voorzien van een intelligent geursysteem. U en uw gezin kunnen uw favoriete geur kiezen, en de hele rit genieten van een verfrissende en aangename geurervaring. U kunt kiezen uit diverse geuren. U kunt uw favoriete geur kiezen en die plaatsen in het geurmechanisme boven het open opbergvak in de middenconsole, en een andere geurflacon aanbrengen op basis van uw voorkeuren.
Pagina 176
Gepersonaliseerd entertainment pagina kunt u het geursysteem in en uitschakelen, de concentratie van de betreffende geur instellen, en uit de verschillende geuren kiezen. WAARSCHUWING • Houd het geurpatroon buiten het bereik van kinderen om te voorkomen dat ze deze per ongeluk doorslikken, omdat dit schadelijk kan zijn voor hun gezondheid.
Pagina 177
Gepersonaliseerd entertainment • Koop alleen echte keramische geursticks en vermijd beschadiging van het geurpatroon om de kwaliteit ervan te garanderen. • Als het geurpatroon geen verbinding heeft gemaakt met het geursysteem na plaatsing ervan, probeert u het opnieuw.
Gepersonaliseerd entertainment Tide Tide is een fysieke en psychologische gezondheidsapp die u helpt om te slapen, mediteren, ontspannen en geconcentreerd te blijven. Geïnspireerd op reizen, natuur en meditatie, biedt Tide een rijkdom aan audiobronnen zoals natuurgeluiden en meditatieoefeningen om u te helpen ontsnappen uit de jachtige wereld naar een stille vredige ruimte, waar u een tijdje kunt mediteren om uw geest te laten rusten en beter te slapen met minder angst en stress en tegelijkertijd geconcentreerd en rustig te blijven.
Pagina 179
Gepersonaliseerd entertainment schakelt over naar de Niet storen-modus om een ontspannende omgeving voor u te creëren. Na het dutje herstelt het voertuig de instellingen van voor het dutje. VOORZORG • Voordat u de dutmodus opent, moet u ervoor zorgen dat het voertuig in de parkeerstand staat en niet in de oplaadmodus.
Pagina 180
Gepersonaliseerd entertainment om een onderdompelende en stille omgeving voor u te creëren. Na het mediteren herstelt het voertuig de instellingen van voor de meditatie. VOORZORG • Zorg ervoor dat het voertuig in de parkeerstand staat en niet in de Power Swap-modus.
Gepersonaliseerd entertainment Snelle toegang U kunt tikken op Snelle toegang in de toepassingslauncher op het centraal scherm, om vrij toepassingen te combineren voor speciale scenario's of het Recht scherm openen om te genieten van een gepersonaliseerde en geautomatiseerde intelligente ervaring via de aanbevolen Snelle toegang-sjablonen. Acties die speciale snelkoppelingen ondersteunen omvatten: tijd, media, weer, comfort binnen, rijden, opladen, deuren, vensters, zetels, verlichting, systeeminstellingen en toepassingen en andere gebruikelijke instellingen.
Instrumenten en centraal regelsysteem Controlelampjes op het instrumentenpaneel Als de volgende controlelampjes niet gaan branden of uit gaan zoals ze normaal zouden doen, neemt u voor hulp onmiddellijk contact op met het NIO Service Center. Symbool op het scherm van het instru-...
Pagina 183
Instrumenten en centraal regelsysteem Controlelampje voor ingeschakeld/ storing in het elektronisch stabiliteits- controlesysteem Controlelampje voor hoogspanning- saccu bijna leeg Herinnering wegens overschrijding van de maximumsnelheid of storing- slampje voor de snelheidsbegrenzings- modus Controlelampje voor de status van de aanhangwagenkoppeling Storingslampje voor de slimme koplampen Controlelampje voor uitgeschakeld elektronisch stabiliteitscontrolesysteem...
Pagina 184
Instrumenten en centraal regelsysteem Waarschuwingslampje voor het uitschakelen van de hoogspanningsac- Waarschuwingslampje voor uitgescha- keld/storing in de autonome noodstop / waarschuwing voor een botsing aan de voorkant Controlelampje voor de status van de herinnering voor handenvrij Controlelampje voor de aangesloten laadkabel Controlelampje voor de elektronische parkeerrem...
Pagina 185
Instrumenten en centraal regelsysteem Waarschuwingslampje voor een te hoge temperatuur van de hoogspan- ningsaccu Waarschuwingslampje voor een storing in de elektrische aansluiting van de aanhangwagen Waarschuwingslampje voor een storing in de dodehoekdetectie en de waarschuwing bij een rijstrookwisseling Waarschuwingslampje voor een storing in de waarschuwing kruisend verkeer aan de voorkant (FCTA) / waarschuwing kruisend verkeer aan de...
Instrumenten en centraal regelsysteem Bedieningselementen op middendisplay Middendisplay voorin Nadat u of een gemachtigde gebruiker bent ingelogd, biedt het middendisplay eenvoudige toegang tot uitgebreide persoonlijke hulpbronnen, zoals muziek, navigatie en radiozenders. U kunt ook uw favoriete content selecteren en opslaan in uw persoonlijke account.
Pagina 187
Instrumenten en centraal regelsysteem...
Pagina 188
Instrumenten en centraal regelsysteem...
Pagina 189
Instrumenten en centraal regelsysteem...
Pagina 190
Instrumenten en centraal regelsysteem 1.. Meldingenbalk Toont informatiemeldingen, waarschuwingsmeldingen, waarschuwingspictogrammen, enz. 2.. Functietegelmenu Houd ingedrukt om om te schakelen naar een andere functietegel, zoals muziek, weer, enz. 3.. Hoofdpagina Om terug te keren naar de hoofdpagina tikt u op deze knop of knijpt u vijf vingers samen op een willekeurige interface van het middendisplay.
Pagina 191
Instrumenten en centraal regelsysteem 6.. Applicatiecentrum Selecteer verschillende applicaties, zoals weer en foto's. 7.. Volumeregeling Voor snel instellen van systeem- en mediavolume.
Instrumenten en centraal regelsysteem Gegevensrecorder voor gebeurtenissen (EDR) De auto is uitgerust met een gegevensrecorder voor gebeurtenissen (EDR). Het belangrijkste doel van de gegevensrecorder voor gebeurtenissen (EDR) is om gegevens op te nemen van sommige botsingen of de omstandigheden die lijken op een botsing, zoals het opblazen van een airbag of een botsing met een obstakel op de weg.
Pagina 193
De gegevens van een vergrendelde gebeurtenis zullen niet worden overschreven door de gegevens van latere gebeurtenissen. OPMERKING NIO zal zonder uw toestemming geen informatie die in het systeem is opgenomen aan een derde partij bekendmaken.
• Als de systeemupgrade niet kan worden gestart of niet met succes kan worden voltooid, neemt u onmiddellijk contact op met het NIO Service Center.
Pagina 195
Instrumenten en centraal regelsysteem • Wijzig voertuigcomponenten of software niet zelf om persoonlijk letsel of schade aan eigendommen als gevolg van een storing van de systeemupgrade te voorkomen.
Instrumenten en centraal regelsysteem Alle instellingen resetten Als u uw voertuig moet verkopen, kunt u alle inhoud en instellingen wissen door het openen van Instellingen onderaan het centraal scherm en te tikken op Algemeen > Alle instellingen resetten. De volgende gegevens en instellingen zullen gewist worden, met inbegrip van voertuiginstellingen (zoals instellingen voor zetels, zijspiegels en klimaatregeling), rij-instellingen (zoals ADAS en rijmodus), NOMI-instellingen, systeeminstellingen (zoals tijd en datum), navigatie-instellingen, media-afspeellijsten en foto's en...
Rijbeleving Basisbediening De auto starten De auto kan zich voorbereiden op het rijden wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1.. De bestuurder zit op de bestuurdersstoel. 2.. Sluit het bestuurdersportier of trap het rempedaal in. De bestuurder kan de auto op vele manieren starten, zoals met de smart key, NFC- kaart en NFC van de mobiele telefoon.
Pagina 198
Rijbeleving Een versnellingsstand selecteren Nadat het rempedaal is ingetrapt en de schakelhendel in de D- of R-stand is gezet, geeft het digitale instrumentenpaneel weer om aan te geven dat de auto klaar is voor vermogensuitvoer. Na het schakelen geeft het digitale instrumentenpaneel de real-time stand van de schakelhendel van de auto weer.
Pagina 199
Rijbeleving VOORZORG Bevestig na het schakelen altijd de versnelling op het digitale instrumentenpaneel. Als er iets niet klopt bij de weergegeven versnelling, bevestigt u dit nogmaals of schakelt u opnieuw. VOORZORG U kunt alleen naar PARKEREN schakelen als het voertuig stilstaat en het rempedaal wordt ingetrapt.
Pagina 200
Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Rijden/Parkeren > Elektrische parkeerrem (EPB) om te parkeren. Wanneer het digitale instrumentenpaneel weergeeft, betekent dit dat het remsysteem defect is. Rijd voorzichtig en neem contact op met het NIO Service Center voor onderhoud.
Rijbeleving Rijmodi De auto heeft vijf basisrijmodi: Sport+, Sport, Comfort, Eco en Aangepast. U kunt de instellingen voor acceleratie, regeneratief remmen, stuurkracht en airconditioning veranderen met behulp van deze modi. De rijmodi kunnen worden geselecteerd om de rijeigenschappen van de auto te wijzigen, uw rijervaring te verbeteren, of te voorzien in uw unieke rijbehoeften in speciale situaties.
Rijbeleving Scenariohulp Sneeuwmodus De sneeuwmodus is bedoeld voor gebruik op wegen die bedekt zijn met sneeuw, wegen met een geringe tractie door een afwisseling van nat asfalt, sneeuw en ijs, naast glad gras. Als deze modus is ingeschakeld, blijft de auto de vierwielaandrijving gebruiken, waarbij het vermogen in gelijke mate wordt verdeeld tussen de voor- en achterwielen.
Pagina 203
Rijbeleving • Rijd niet met de auto op modderige of drassige wegen om te voorkomen dat u vast komt te zitten of strandt. Zandmodus De zandmodus is geschikt voor een verzadigd, hard ballastbed van zanderige grond en Gobi-wegoppervlakken. De zandmodus maakt het wegrijden en remmen soepeler en staat enig zijwaarts slippen toe terwijl vastzitten wordt voorkomen en vooruitrijden mogelijk blijft.
Pagina 204
Rijbeleving handmatig wilt in- of uitschakelen, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Rijden > Aanhangwagenmodus. Een van de volgende indicatoren wordt nu op het instrumentenpaneel weergegeven: Pictogram Beschrijving De auto heeft gedetecteerd dat de verlichting van de aanhanger is aangesloten, maar de aanhangwa- genmodus is niet geactiveerd.
Pagina 205
Rijbeleving • Zet het voertuig op de normale rijhoogte voordat een aanhanger wordt aangekoppeld. Als u de aanhangwagenmodus met een abnormale rijhoogte inschakelt, wordt de rijhoogte automatisch bijgesteld naar normaal. Super-ecomodus Het energieverbruik van de auto kan worden verlaagd om een groter bereik te krijgen door functies uit te schakelen die niet noodzakelijk zijn voor het rijden terwijl tegemoet wordt gekomen aan de minimale behoeften voor rijden.
Rijbeleving Functie-instellingen Autohold De functie Autohold dient om de auto in stilstand te houden tijdens tijdelijk parkeren terwijl het rempedaal is losgelaten. Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Rijden/Parkeren > Autohold inschakelen en selecteer de gewenste methode om Autohold in te schakelen.
Pagina 207
Rijbeleving • Houd de knop voor de parkeerstand ingedrukt om de noodstop te activeren. • Laat de knop voor de parkeerstand los of trap het gaspedaal in om de noodstop te deactiveren. Om de noodstop weer te activeren, met u opnieuw op de knop drukken.
Rijbeleving Digitale videorecorder (DVR) De digitale videorecorder (DVR) is uitgerust met de functies lusvideo-opname, video-opname in een noodsituatie en snelle video-opname. VOORZORG De digitale videorecorder werkt niet als het voertuig is geparkeerd en is uitgeschakeld. Lusvideo-opname De digitale videorecorder (DVR) heeft naast de hoofdkijkhoek tevens de 360- gradenkijkhoeken voor/achter/links/rechts, en ondersteunt gelijktijdige opnamen en real-time voorbeeldweergave.
Pagina 209
Rijbeleving sluit u een opslagapparaat aan, zoals een USB-stick, selecteert u het videobestand en brengt u het over naar het opslagapparaat om het daarop op te slaan. Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Veiligheid > Digitale videorecorder (DVR) om deze functie in of uit te schakelen.
Pagina 210
Rijbeleving Snelle video-opname De functie snelle video-opname dekt de meeste handmatig geactiveerde scenario's, zoals een overtreding van de regels, opzettelijke provocaties, lol maken, enz., die op tijd kunnen worden opgeslagen, gemakkelijk kunnen worden opgenomen en snel kunnen worden gevonden. Ga naar de pagina Snelle toegang door op de hoofdpagina van het middendisplay naar rechts te vegen, tik op Snelle video-opname om de opname te starten.
Rijbeleving Akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem (AVAS) Als uw auto met lage snelheid rijdt (typisch lager dan 30 km/u), brengt het een geluid voort om andere weggebruikers in de omgeving te waarschuwen, zoals voetgangers en andere voertuigen. U kunt op de hoofdpagina van het middendisplay naar rechts vegen om de pagina Snelle toegang weer te geven, of u kunt de instelpagina Geluid weergeven.
Rijbeleving Parkeercamera en parkeerassistent De parkeerassistent monitort de omgevingsomstandigheden van de auto bij lage snelheid door middel van ultrasoonsensoren om u te helpen veilig te rijden. Tijdens het parkeren zal uw auto u waarschuwen door middel van waarschuwingstonen en beelden afhankelijk van de afstand tussen obstakels en de voorkant of achterkant van uw auto.
Pagina 213
Rijbeleving Parkeercamera inschakelen.uitschakelen U kunt de parkeercamera op de volgende manieren inschakelen: • Veeg op de hoofdpagina van het middendisplay naar rechts om de pagina Snelle toegang weer te geven en tik op 360-gradenweergave om de 360° panoramacamera te openen. •...
Pagina 214
Rijbeleving • Sensoren worden beïnvloed door andere elektrische apparatuur of apparaten die storing kunnen veroorzaken. VOORZORG In sommige situaties kan de ultrasoonsensor een vals alarm veroorzaken als gevolg van zijn eigenschappen. Dit verdwijnt wanneer de wegomstandigheden veranderen en is niet van invloed op normaal rijden met de auto. Dit is inclusief, maar niet beperkt tot: •...
Pagina 215
Rijbeleving Schakel over naar de camera voor twee beelden. Schakel over naar de 360°-panorama- camera. Schakel over naar Snelle toegang. Schakel over naar de hubweergave. Weergave van de parkeercamera Nadat de interface van de camera voor twee beelden is geopend, kunt u overschakelen naar de weergave voorkant en de weergave achterkant door te schakelen tussen de vooruitrijstand (D-stand) en de achteruitrijstand (R-stand), en kunt u overschakelen tussen de verschillende weergaven door linksonder op het...
Pagina 216
Rijbeleving middendisplay handmatig aanpast, verzekert u zich ervan dat de schakelaar "Automatisch" is uitgeschakeld. Cameraweergavehoek volgt de stuurwielhoek Wanneer deze functie is ingeschakeld, zal de weergavehoek van de beelden bij vooruit- en achteruitrijden worden aangepast aan de hand van de draaihoek van het stuurwiel om bestuurders te helpen een breder gezichtveld te bieden en veiliger te parkeren.
Pagina 217
Rijbeleving U moet altijd letten op het verkeer en de wegomstandigheden en het voertuig pas parkeren zodra u zeker weet dat het veilig is. Vanwege het bestaan van dode hoeken worden sommige lage objecten in de buurt van het voertuig mogelijk niet volledig weergegeven. Let goed op en rijd voorzichtig.
Veiligheid Veiligheidsgordels Gordelinstructies De veiligheidsgordels zijn het belangrijkste veiligheidssysteem voor passagiers om de passagiers bij een ongeval tegen ernstig letsel te beschermen, vooral in combinatie met de airbags. Er zijn gordelvoorspanners voor beide voorstoelen en beider buitenste zitplaatsen op de achterbank. Dit soort voorziening biedt een bepaalde voorspanningskracht voor de veiligheidsgordel bij een ernstig ongeval.
Pagina 219
Veiligheid werking is getreden, wordt aanbevolen om toch naar een NIO Service Center te gaan om hem te laten inspecteren en zo nodig te vervangen. • Kantel de rugleuning niet te ver achterover. Anders wordt de beschermende werking van de veiligheidsgordel ernstig geschaad.
Pagina 220
WAARSCHUWING Als de gordelverklikker defect raakt, gebruik de stoel dan niet en neem onmiddellijk contact op met NIO voor inspectie. Gebruik van de veiligheidsgordels De veiligheidsgordel moet als volgt worden gebruikt: 1.. Trek de tong van de veiligheidsgordel langs de voorkant van uw lichaam. Het bovenste deel van de veiligheidsgordel moet over uw schouder liggen en het onderste deel van de veiligheidsgordel over uw heup.
Pagina 221
Veiligheid 2.. Houd de knop voor de hoogteverstelling van de veiligheidsgordel ingedrukt en beweeg de veiligheidsgordel omhoog of omlaag om de hoogte van de veiligheidsgordel af te stellen. Als de veiligheidsgordel op een comfortabele hoogte is ingesteld, laat u de stelknop los. Als de hoogte is afgesteld, trekt u aan het schoudergedeelte van de veiligheidsgordel om te controleren of de veiligheidsgordel goed vastzit.
Veiligheid Airbag Instructies voor airbags Airbags zijn een aanvullend veiligheidssysteem dat in combinatie met de veiligheidsgordels werkt. Airbags worden bij ernstige ongevallen snel geactiveerd om het hoofd en de borstkas van passagiers te beschermen en de mate van letsel te beperken. Ze voorkomen echter geen letsel aan ledematen of schaafwonden en blauwe plekken.
Pagina 223
Veiligheid 1.. Voorairbag aan bestuurderszijde 2.. Voorairbag aan passagierszijde 3.. Zijairbag voorstoelen 4.. Gordijnairbag 5.. Middenairbag voorste zitrij WAARSCHUWING • Airbags vormen een aanvullend beveiligingssysteem en zijn geen vervanging voor veiligheidsgordels. De airbag kan alleen uw veiligheid maximaliseren wanneer deze wordt gebruikt in combinatie met de veiligheidsgordel. Daarom moeten alle inzittenden altijd hun veiligheidsgordel correct dragen en in de juiste positie zitten.
Pagina 224
• Als de airbag gedurende een periode van tien jaar vanaf de productiedatum nog nooit is opgeblazen, ga dan naar NIO om deze te laten vervangen. Een register van de vervanging van de airbag moet worden bijgehouden en aan de nieuwe eigenaar worden gegeven bij de eigendomsoverdracht van het voertuig.
Pagina 225
Veiligheid • Plaats, hang of monteer nooit voorwerpen op of in de buurt van het instrumentenpaneel aan de passagierszijde. Dit kan leiden tot letsel als een airbag wordt opgeblazen. • Pas nooit de dakbekleding van het voertuig aan. Dit kan de functionaliteit van de gordijnairbags negatief beïnvloeden en letsel als gevolg hebben wanneer een airbag wordt opgeblazen.
Pagina 226
Veiligheid 1.. Aanrijding tegen een boom, paal of ander smal object. 2.. Aanrijding van achteren door een voertuig. 3.. Zijdelings omslaan. 4.. Aanrijding met of vastzitten onder de achterzijde van een vrachtwagen voor u. 5.. Een aanrijding met een voertuig vanaf de zijkant bij de neus van het voertuig. 6..
Pagina 227
Veiligheid opgestart, gebruik de auto dan niet en neem onmiddellijk contact op met het NIO- servicecentrum. De voorpassagiersairbag uitschakelen De airbag blaast snel en met veel kracht op wanneer deze wordt geactiveerd en daarom moet de voorpassagier omwille van de veiligheid een afstand van minimaal 25 cm tot de voorpassagiersairbag aanhouden.
Veiligheid Kinderslot Het kinderslot is standaard uitgeschakeld. Wanneer u het kinderslot wilt gebruiken, moet u dat instellen. Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Portier- en ruitvergrendelingen > Portieren om de instellingen van het kinderslot weer te geven.
Veiligheid Kinderzitje Wanneer een kind jonger dan 12 jaar of kleiner dan 1,5 meter in uw auto meerijdt, gebruik dan altijd een kinderzitje of zitverhoger voor het kind. Laat het kind in het kinderzitje of op de zitverhoger zitten en neem het kind niet op schoot; alleen dan wordt het kind goed beschermd.
Pagina 230
Veiligheid • Laat kinderen nooit in uw auto staan of op hun knieën op de stoel zitten tijdens het rijden. Een staand of knielend kind kan tijdens een aanrijding naar voren schieten, wat tot (dodelijk) letsel bij het kind of een andere passagier kan leiden.
Pagina 231
Veiligheid Tabel 1: Tabel kinderbeveiligingssystemenTabel kinderbeveiligingssystemen univer- sele gordels (ja/nee) 'i-Size'- zitpositie n.v.t. (ja/nee) Zitpositie geschikt voor zijde- n.v.t. lingse bevestig- ing (L1/ L2)* Grootste geschikte naar achteren R1/R2X/R R1/R2X/R gerichte n.v.t. 2/R3 2/R3 bevestig- ing (R1/ R2X/ R2/ R3)* Grootste geschikte voren...
Pagina 232
(b) Het is verboden om een kinderzitje met een apart basisonderstel of een steunpoot te plaatsen op de middelste zitplaats van de 2 zitrij. Tabel 2: Door NIO aanbevolen kinderzitjesDoor NIO aanbevolen kinderzitjes Groep Fabrikant Model Bevestiging 0 &...
Pagina 233
22-36 kg gericht NIO adviseert uw kinderen in een geschikt en passend kinderbeveiligingssysteem op de 2 zitrij links of rechts te plaatsen. Het kinderbeveiligingssysteem moet in de auto bevestigd zijn met ISOFIX, met een steunpoot of met de veiligheidsgor- del.
Pagina 234
Veiligheid Kinderen moeten in een kinderzitje zitten of de veiligheidsgordel gebruiken op een van de buitenste zitplaatsen afhankelijk van de leeftijd, de lengte en het gewicht van het kind. • Voor kinderen lichter dan 13 kg moet een gekanteld kinderzitje worden gebruikt.
Pagina 235
Veiligheid • Voor kinderen van 22 tot 36 kg en een lengte van maximaal 1,5 meter moet een zitverhoger worden gebruikt. Ze moeten op de achterbank op zitplaatsen voorzien van veiligheidsgordels worden geplaatst. WAARSCHUWING De bovenste gordel moet plat over de schouder en borst liggen en nooit over de nek;...
Pagina 236
Veiligheid Bevestig het kinderzitje op de achterbank, trek de veiligheidsgordel door het kinderzitje en steek de tong in de gordelsluiting. Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel recht is aangebracht en niet gedraaid. Trek aan de veiligheidsgordel om te controleren of deze er niet uit kan worden getrokken. •...
Pagina 237
Veiligheid 3.. Trek hard aan het kinderzitje om te controleren of het goed is geïnstalleerd. WAARSCHUWING • De ISOFIX-bevestigingspunten zijn uitsluitend ontworpen voor kinderzitjes met het ISOFIX-systeem. Om letsel te voorkomen, moet u nooit andere objecten beveiligen met ISOFIX. • Volg altijd de instructies van de fabrikant van het kinderzitje en deze handleiding bij het installeren en demonteren van een kinderzitje.
Veiligheid Multi Collision Braking (MCB) MCB (Multi Collision Braking) is standaard op de ET5. Bij bepaalde soorten aanrijdingen activeert de auto de remmen om een secundaire aanrijding te helpen voorkomen of de gevolgen ervan te beperken. Om een secundaire botsing te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken, worden de remmen automatisch geactiveerd om de auto tot stilstand te brengen.
Veiligheid Huisdiermodus Terwijl de auto in de parkeerstand staat, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Rijden/Parkeren> Huisdiermodus om de huisdiermodus in te schakelen. U kunt uw huisdieren zo nodig in uw auto achterlaten. Nadat u uw voertuig op slot doet en vertrekt, zal uw voertuig een geschikte temperatuur behouden om de veiligheid van uw huisdieren en voertuig te garanderen.
Pagina 240
Veiligheid • De Huisdiermodus kan alleen worden ingeschakeld terwijl de auto in de parkeerstand staat en alle vier portieren gesloten zijn. Als de auto in de neutraalstand staat, kan de Huisdiermodus niet worden ingeschakeld. • Nadat de Huisdiermodus is ingeschakeld, ontvangt u elke twee uur via de app op uw mobiele telefoon een melding dat uw huisdieren in uw auto zitten.
Veiligheid Modus Ingeschakelde voeding Terwijl de auto in de parkeerstand staat, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Rijden/Parkeren> Modus Ingeschakelde voeding om de wegloop-vasthoudmodus in te schakelen. Als u de auto tijdelijk moet achterlaten (zoals wanneer u een kop koffie of ontbijt gaat kopen, enz.), kunt u het interieur comfortabel houden zodat, nadat u bent teruggekomen bij de auto, u comfortabel verder kunt rijden.
Pagina 242
Veiligheid • Als het huidige resterende bereik van uw auto minder is dan 60 kilometer en hij niet wordt opgeladen, wordt een bericht weergegeven. Als het huidige resterende bereik van uw auto minder is dan 10 kilometer, wordt de modus Ingeschakelde voeding automatisch verlaten.
Veiligheid Kampeermodus Terwijl de auto in de parkeerstand staat, gaat u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Rijden/Parkeren> Kampeermodus om de kampeermodus in te schakelen. Wanneer u de interne stroomvoorziening lange tijd moet gebruiken (bv. bij het buiten kamperen), draagt dit ertoe bij dat een veilige en comfortabele kampeerbeleving wordt gerealiseerd.
Pagina 244
Veiligheid • Als het huidige resterende bereik van uw auto minder is dan 60 kilometer en hij niet wordt opgeladen, wordt een bericht weergegeven. Als het huidige resterende bereik van uw auto minder is dan 10 kilometer, wordt de Kampeermodus automatisch verlaten en worden de ruiten automatisch geopend om de Open-stand in te schakelen.
Veiligheid Kindaanwezigheidsdetectie (CPD) Als extra functie voor de veiligheid van kinderen kan de kindaanwezigheidsdetectie (CPD) gebruikers effectief eraan herinneren dat kinderen alleen zijn achtergelaten in de auto, door middel van een herinnering op hoge frequentie, om de kans te verkleinen op incidenten veroorzaakt door gebruikers die hun kinderen vergeten.
Pagina 246
Veiligheid gebruikt. Het wordt niet aanbevolen om kinderen alleen achter te laten in uw auto. • Nadat u een sms-bericht of de app-melding op uw mobiele telefoon hebt ontvangen, gaat u zo snel mogelijk terug naar de auto om te controleren of de kinderen veilig zijn in de auto.
Veiligheid Alcoholslot Het alcoholslot verhoogt de verkeersveiligheid door te voorkomen dat iemand met een alcoholgehalte hoger dan een ingestelde limiet met een gemotoriseerd voertuig gaat rijden. Overweeg de volgende veiligheidsrisico's voordat u het alcoholslot monteert: • Wanneer uw auto in de P-stand staat, schakelt u de hoogspanningsvoeding uit (om het hoogspanningscircuit te onderbreken, koppelt u de stekker voor HV-uitschakeling in noodgevallen onder de motorkap nabij het koelvloeistofreservoir los en koppelt u vervolgens de kabel van de minpool van...
Pagina 248
De aanwijzingen voor de bediening worden weergegeven op de handset van het alcoholslot. WAARSCHUWING Verwijder het alcoholslot niet zelf. Als het alcoholslot moet worden verwijderd, neemt u contact op met het NIO Service Center. Het aansluitschema van het alcoholslot is als volgt: Positie van Functie...
Veiligheidsondersteuning van de auto Waarschuwing voor een botsing aan de voorkant (FCW) Als het systeem oordeelt dat het risico bestaat van een potentiële botsing met de auto, voetganger of fietser vóór uw auto, zal de waarschuwing voor een botsing aan de voorkant (FCW) u waarschuwen door middel van zichtbare, hoorbare en voelbare alarmen.
Pagina 250
Veiligheidsondersteuning van de auto testen. Wanneer gevaar opdoemt, wacht dan niet tot het waarschuwingssysteem voor een botsing aan de voorkant reageert voordat u zelf handelt. • Als het risico van een botsing verder toeneemt, zal de autonome noodstop (AEB) ingrijpen, ongeacht of de bestuurder op de rem trapt of niet. •...
Pagina 251
Veiligheidsondersteuning van de auto • Plotselinge veranderingen in de helderheid van de omgeving, zoals bij het binnengaan en verlaten van een tunnel • Grote schaduwen geworpen door gebouwen, landschappen of grote voertuigen • Wanneer het zonlicht schuin op de camera valt of als de camera wordt blootgesteld aan direct zonlicht •...
Pagina 252
Veiligheidsondersteuning van de auto • Dieren • Verkeerslichten • Muren • Barricades (verkeerskegels, enz.) • Andere voorwerpen dan voertuigen VOORZORG • Deze functie kan niet garanderen dat alle speciaal gevormde voertuigen onder alle omstandigheden kunnen worden geïdentificeerd. U moet extra opletten, vooral 's nachts.
Pagina 253
Veiligheidsondersteuning van de auto • De voetganger gebruikt een paraplu die het hoofd, armen en andere belangrijke kenmerken bedekt. • De voetganger buigt zich of knielt. • De voetganger zit in een rolstoel. • De afstand tussen de voetgangers is klein. •...
Pagina 254
Veiligheidsondersteuning van de auto • De functie kan een doel verkeerd selecteren of overslaan bij het naderen of oversteken van een bocht in de weg. • Bij heuvelopwaarts rijden kan de functie een doel overslaan of de afstand tot het doel verkeerd inschatten. •...
Pagina 255
Veiligheidsondersteuning van de auto WAARSCHUWING Het wordt niet aangeraden om deze functie te gebruiken bij zware weersomstandigheden (inclusief, maar niet beperkt tot onder meer regen, sneeuw, mist en nevel). De bovenstaande waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en beperkingen dekken niet alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de normale werking van de waarschuwing voor een botsing aan de voorkant (FCW).
Veiligheidsondersteuning van de auto Autonome noodstop (AEB) Als het systeem oordeelt dat een botsing tussen de auto en een voertuig, voetganger of fiets vóór de auto onvermijdelijk is, zal de auto actief een noodstop maken in een poging de rijsnelheid te verlagen zodat de impact van de kop- staartbotsing zo veel mogelijk wordt verminderd.
Pagina 257
Veiligheidsondersteuning van de auto WAARSCHUWING Als rijhulpfunctie kan Autonome noodrem niet alle situaties in alle verkeers-, weers- en wegomstandigheden aan en de functie kan voertuigen ook niet in alle situaties detecteren. Verschillende factoren kunnen een ongeldige, ongepaste of vroegtijdige waarschuwing veroorzaken. U moet altijd letten op het verkeer en de wegomstandigheden.
Pagina 258
Veiligheidsondersteuning van de auto • Geblokkeerde of vuile camera • Verminderd herkenningsvermogen als gevolg van een slecht verlichte omgeving, zoals tijdens ochtendgloren of avondschemering, 's nachts, in een tunnel, enz. • Plotselinge veranderingen in de helderheid van de omgeving, zoals bij het binnengaan en verlaten van een tunnel •...
Pagina 259
Veiligheidsondersteuning van de auto De autonome noodstop zal alleen reageren op voertuigen die voldoen aan de voorwaarden en in dezelfde richting rijden. De onderstaande doelen zullen het systeem niet activeren, inclusief maar niet beperkt tot: • Dieren • Verkeerslichten • Muren •...
Pagina 260
Veiligheidsondersteuning van de auto • Het contrast tussen de kleuren van de kleding van de voetganger en de achtergrond is laag. • De voetganger gebruikt een paraplu die het hoofd, armen en andere belangrijke kenmerken bedekt. • De voetganger buigt zich of knielt. •...
Pagina 261
Veiligheidsondersteuning van de auto • De autonome noodstop reageert niet op een doel in een dode hoek van de sensor, zoals een doel in een dode hoek op een hoek van, aan een zijkant van of achter de auto. • De functie kan een doel verkeerd selecteren of overslaan bij het naderen of oversteken van een bocht in de weg.
Pagina 262
Veiligheidsondersteuning van de auto VOORZORG De remweg neemt toe op gladde wegen. Als het antiblokkeerremsysteem, het tractiecontrolesysteem en het elektronisch stabiliteitsprogramma zijn geactiveerd, kan dit negatieve invloed hebben op de prestaties van de Autonome noodrem wat betreft het verminderen van de impact van een botsing. WAARSCHUWING Het rempedaal beweegt abrupt omlaag wanneer de autonome noodrem in werking treedt.
Pagina 263
Veiligheidsondersteuning van de auto WAARSCHUWING Het wordt niet aangeraden om deze functie te gebruiken bij zware weersomstandigheden (inclusief, maar niet beperkt tot onder meer regen, sneeuw, mist en nevel). De bovenstaande waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en beperkingen dekken niet alle situaties die van invloed kunnen zijn op de normale werking van de autonome noodstop (AEB).
Veiligheidsondersteuning van de auto Waarschuwing verlaten rijstrook (LDW) De rijstrookbewaking helpt het risico bij het wisselen van rijstrook te verlagen door u door middel van geschikte zichtbare en hoorbare waarschuwingen en stuurwieltrillingen eraan te herinneren dat uw auto neigt een naastgelegen rijstrook in te rijden of de rijstrookmarkering te overschrijden.
Pagina 265
Veiligheidsondersteuning van de auto Nadat de rijstrookbewaking is ingeschakeld, kunt u het type waarschuwing en de gevoeligheid instellen. • Type waarschuwing: Geluid: Waarschuwen door middel van een geluid º Trillingen: Waarschuwen door middel van stuurwieltrillingen º Geluid + trillingen Waarschuwen door middel van een geluid en º...
Pagina 266
Veiligheidsondersteuning van de auto VOORZORG Als de richtingaanwijzer aan staat, geeft de rijstrookhulp geen herinneringen of neemt deze de regie over als uw voertuig afwijkt naar de overeenkomstige kant. Wordt weergegeven op het digitale instrumentenpaneel 1.. Statuspictogram van rijstrookbewaking 2.. Rijstrookmarkeringen •...
Pagina 267
Veiligheidsondersteuning van de auto VOORZORG De informatie die op het digitale instrumentenpaneel wordt weergegeven, kan alleen als referentie worden gebruikt en kan de werkelijke verkeersomstandigheden niet perfect weergeven. Vertrouw daarom niet op de informatie die op het digitale instrumentenpaneel wordt weergegeven. Voorzorgsmaatregelen en beperkingen Mogelijk werkt de rijstrookbewaking niet zoals bedoeld of wordt deze in sommige situaties automatisch uitgeschakeld, inclusief maar niet beperkt tot:...
Pagina 268
Veiligheidsondersteuning van de auto waardoor de rijstrookmarkeringen reflecteren en slecht zicht of onvoldoende licht door slecht weer of 's nachts. • De rijstroken zijn te breed of te smal. Mogelijk werkt de rijstrookbewaking niet zoals bedoeld of wordt deze in sommige situaties automatisch uitgeschakeld als gevolg van een fout van de cameraherkenning, inclusief maar niet beperkt tot: •...
Pagina 269
Veiligheidsondersteuning van de auto • Hobbelige wegen. • Smalle wegen. • In- en uitgangen van tunnels. • Ongewone wegen. • Wegen zonder middenberm.
Veiligheidsondersteuning van de auto Rijstrookassistent (LKA) Als uw auto onvrijwillig of onbewust afwijkt uit de rijstrook of hiernaar neigt, zal de rijstrookassistent (LKA) de bestuurder kort assisteren het stuurwiel te bedienen en de auto weer binnen de rijstrook brengen, en zichtbare en hoorbare alarmen of trillingen in het stuurwiel voortbrengen.
Pagina 271
Veiligheidsondersteuning van de auto WAARSCHUWING De rijstrookhulp heeft een beperkt stuurkoppel dat slechts een lichte stuurondersteuning kan bieden en kan het voorkomen van het verlaten van de rijstrook niet volledig garanderen. Vertrouw bij het sturen niet alleen op de rijstrookhulp. Je moet altijd bereid zijn om de besturing over te nemen, vooral als je op wegen met bochten rijdt.
Pagina 272
Veiligheidsondersteuning van de auto Indien ingeschakeld kunt u de mate van assistentie, wijze van alarmeren en gevoeligheid instellen: • Mate van assistentie Alleen alarmen: brengt alleen alarmen voort º Alarmen en stuurcorrectie: brengt alarmen voort en verleent lichte º stuurassistentie •...
Pagina 273
Veiligheidsondersteuning van de auto Het stuurwiel zal draaien wanneer de functie Rijstrookbewaking en -assistent de rijrichting corrigeert. U kunt het stuurwiel draaien om weer de controle over de auto over te nemen en dan wordt de rijrichting van de auto door u bepaald. Gebruiksvoorwaarden voor de rijstrookassistent (LKA): •...
Pagina 274
Veiligheidsondersteuning van de auto • Geen pictogram: Niet ingeschakeld • Grijs pictogram: Stand-by • Witte rijstrookmarkeringen: De rijstrookmarkering aan de betreffende kant is gedetecteerd • Gele rijstrookmarkering: Niveau 1 van de rijstrookbewaking • Rode rijstrookmarkering: Niveau 2 van de rijstrookbewaking 2..
Pagina 275
Veiligheidsondersteuning van de auto niet meer in staat is om te voorkomen dat de auto afwijkt uit de rijstrook door middel van het verlenen van lichte stuurassistentie om in de rijstrook te blijven. • Het statuspictogram en één kant van de middelste rijstrookmarkering zijn geel: Dit gebeurt alleen als Alarmen en stuurcorrectie is geselecteerd.
Pagina 276
Veiligheidsondersteuning van de auto • Er zijn randen of andere hoogcontrast lijnen op wegen in plaats van rijstrookmarkeringen, zoals richels en wegranden • De rijstrookmarkeringen kunnen niet worden herkend of worden niet correct herkend als gevolg van hoogteverschillen, zoals op hellingen omhoog en omlaag •...
Pagina 277
Veiligheidsondersteuning van de auto • Waterverzadigde wegen, modderige wegen, kuilen in het wegdek, wegen bedekt met ijs en sneeuw, wegen met verkeersdrempels, wegen met obstakels • Verkeersomstandigheden met veel voetgangers, fietsen of dieren • Complexe en veranderlijke verkeersomstandigheden, zoals drukke kruisingen, op- en afritten van autosnelwegen, wegen met filevorming •...
Veiligheidsondersteuning van de auto Noodstop (EAS) Als het systeem detecteert dat u niet normaal aan het rijden bent (bijvoorbeeld u houdt uw handen lange tijd niet aan het stuurwiel, u bent afgeleid en vermoeid doordat u al lange tijd rijdt, u hebt uw stoel verlaten, enz.), zal het de actieve noodstop (EAS) activeren als het systeem voldoet aan de voorwaarden voor normale werking.
Pagina 279
Veiligheidsondersteuning van de auto • Water, stof, microkrassen, olieresten, vuil, ruitenwisser, ijs, sneeuw, enz. op de voorruit vóór de camera • Natte wegen De volgende situaties kunnen ertoe leiden dat een radar een herkenningsfout maakt die de prestaties van de actieve noodstop beïnvloedt, inclusief maar niet beperkt tot: •...
Pagina 280
Veiligheidsondersteuning van de auto geïdentificeerd en kunnen een reactie teweegbrengen, inclusief maar niet beperkt tot: • Voertuigen die vanaf de zijkant kruisen • Motorfietsen, trikes De onderstaande doelen zullen het systeem niet activeren, inclusief maar niet beperkt tot: • Voetgangers •...
Pagina 281
Veiligheidsondersteuning van de auto • Bij het naderen of omdraaien langs de weg, kunnen sommige doelen verkeerd worden geselecteerd of overgeslagen, waardoor de auto onverwacht kan versnellen of vertragen. • Bij heuvelopwaarts rijden kan de functie een doel overslaan of de afstand tot de voorligger verkeerd inschatten.
Pagina 282
Veiligheidsondersteuning van de auto • Verkeerd onderhoud aan de auto (buitensporige slijtage van de remmen of banden, abnormale bandenspanning, enz.) • De auto rijdt op een speciale weg (zoals wegen heuvelopwaarts of heuvelafwaarts, met water, modder, kuilen, ijs, sneeuw, enz.) WAARSCHUWING Het wordt niet aangeraden om deze functie te gebruiken bij zware weersomstandigheden (inclusief, maar niet beperkt tot onder meer regen, sneeuw,...
Veiligheidsondersteuning van de auto Rijstrookassistent voor noodgevallen (ELK) De rijstrookassistent voor noodgevallen (ELK) kan een bepaalde stuurassistentie verlenen om de bestuurder te helpen de positie van de auto snel te corrigeren om het risico van een botsing zo veel mogelijk te beperken wanneer de auto onvrijwillig afwijkt uit zijn rijstrook of wanneer een potentieel risico van een zijdelingse botsing in de naastgelegen rijstrook bestaat.
Pagina 284
Veiligheidsondersteuning van de auto Neem bij het afslaan, het omkeren of het rijden op bochtige wegen of wegen met scherpe bochten onmiddellijk het stuur over. WAARSCHUWING Als rijhulpfunctie kan de rijstrookhulp niet alle situaties aan in alle verkeers-, weers- en wegomstandigheden. U moet altijd letten op het verkeer en de wegomstandigheden.
Pagina 285
Veiligheidsondersteuning van de auto VOORZORG De rijstrookhulp wordt automatisch geactiveerd wanneer in geval van nood aan de voorwaarden wordt voldaan. De rijstrookhulp kan slechts beperkte stuurondersteuning bieden en kan de snelheid van het voertuig niet regelen. De rijstrookhulp is niet in staat om de besturing constant te regelen. Daarom kan het voertuig niet altijd in het midden van de rijstrook blijven.
Pagina 286
Veiligheidsondersteuning van de auto Rijstrookassistent voor noodgevallen (ELK) bij afwijken naar doorgetrokken rijstrookmarkering Als aan de gebruiksvoorwaarden voor ELK wordt voldaan, kan ELK een bepaalde mate van stuurassistentie leveren als uw auto onvrijwillig afwijkt uit zijn rijstrook naar de doorgetrokken rijstrookmarkering zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld.
Pagina 287
Veiligheidsondersteuning van de auto Rijstrookassistent voor noodgevallen (ELK) bij risico van botsing linksvoor Als aan de gebruiksvoorwaarden voor ELK wordt voldaan, kan ELK een bepaalde mate van stuurassistentie leveren als uw auto onvrijwillig afwijkt uit zijn rijstrook naar links zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld terwijl er een tegemoetkomend voertuig rijdt in de rijstrook links van u en de rijstrookmarkering duidelijk zichtbaar is.
Pagina 288
Veiligheidsondersteuning van de auto Rijstrookassistent voor noodgevallen (ELK) bij risico van botsing linksachter Als aan de gebruiksvoorwaarden voor ELK wordt voldaan, kan ELK een bepaalde mate van stuurassistentie leveren als uw auto onvrijwillig afwijkt uit zijn rijstrook of actief van rijstrook wisselt naar links terwijl er een voertuig snel van achteren nadert in de rijstrook links van u en de rijstrookmarkering duidelijk zichtbaar is.
Pagina 289
Veiligheidsondersteuning van de auto • Plotselinge veranderingen in de helderheid van de omgeving, zoals bij het binnengaan en verlaten van een tunnel • Grote schaduwen geworpen door gebouwen, landschappen of grote voertuigen • De camera wordt blootgesteld aan direct zonlicht •...
Pagina 290
Veiligheidsondersteuning van de auto • Water, stof, microkrassen, olieresten, vuil, ijs, sneeuw, gekleurde of transparante wrapfolie of andere obstructies op het LiDAR-venster • Oververhitting van de LiDAR veroorzaakt door langdurige blootstelling aan de • Als gevolg van de beperking van de LiDAR-kenmerken, kunnen in zeldzame bijzondere gevallen valse alarmen optreden voor de verkeersborden en botsbarrières op delen van autosnelwegen en verhoogde wegen Speciale of complexe wegomstandigheden kunnen ertoe leiden dat de...
Veiligheidsondersteuning van de auto Geavanceerd bestuurderbewakingssysteem (ADMS) Het geavanceerd bestuurderbewakingssysteem (ADMS) kan de rijstatus van de bestuurder in de gaten houden. Als deze functie is ingeschakeld en aan de voorwaarden voor activering wordt voldaan, zal wanneer wordt gedetecteerd dat de bestuurder vermoeid of afgeleid is, NOMI verschillende niveaus van waarschuwingen geven door middel van expressies en geluiden.
Pagina 292
Veiligheidsondersteuning van de auto Als u het stuurwiel verstelt tijdens het gebruik van de geavanceerd rijhulpsystemen, zoals de rijstrookcentrering (LCC) en de adaptieve cruisecontrol (ACC), geeft het systeem de melding "NP-rijhulp wordt uitgeschakeld, neem de bediening van het stuurwiel over" weer. Waarschuwing bij slaperigheid en aandacht van de bestuurder (DDAW) inschakelen/uitschakelen Het geavanceerde bestuurderbewakingssysteem (ADMS) monitort de slaperigheid...
Pagina 293
Als het volgende wordt weergegeven als gevolg van een systeemstoring of kwaadaardige blokkering van de camera, geeft dit aan dat de functie beperkt is. Neem onmiddellijk contact op met het NIO Service Center. VOORZORG De camera slaat geen afbeeldingen, audio´s of video´s op en deelt deze ook niet.
Pagina 294
Veiligheidsondersteuning van de auto • Verstellen of draaien van het stuurwiel • Situaties waarin de ogen bedekt zijn, inclusief maar niet beperkt tot diverse typen donkere brillen met weinig lichtdoorlating, polarisators, zonnebrillen, brilmonturen die blokkeren, enz • Dragen van accessoires, zoals een hoed, sjaal of bandana, die de vorm van het hoofd kunnen veranderen •...
Veiligheidsondersteuning van de auto Dodehoekdetectie (BSD) en waarschuwing bij een rijstrookwisseling (LCA) De dodehoekdetectie (BSD) en waarschuwing bij een rijstrookwisseling(LCA) herinneren u eraan te letten op de veiligheid bij het wisselen van rijstrook door middel van zichtbare, hoorbare en voelbare alarmen wanneer een ander voertuig zich in de dode hoek van uw auto bevindt of een ander voertuig snel uw dode hoek nadert.
Pagina 296
Veiligheidsondersteuning van de auto Wanneer een voertuig in de dode hoek van uw auto en een voertuig dat snel van achteren nadert worden gedetecteerd, wordt een symbool in de buitenspiegel weergegeven dat aangeeft dat een voertuig naast u rijdt. Als u in dat geval de richtingaanwijzer aan die betreffende kant inschakelt, herinnert deze functie u eraan niet van rijstrook te wisselen door middel van de volgende waarschuwingen: •...
Pagina 297
• Als deze functie niet goed werkt als gevolg van een botsing, krassen, radarstoring of defect, neem dan zo snel mogelijk contact op met NIO. • Als de radar gedurende een langere tijd storingen vertoont en geen storingsgerelateerde waarschuwingen geeft, neem dan zo snel mogelijk contact op met NIO.
Pagina 298
Veiligheidsondersteuning van de auto • U draagt altijd de eindverantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid en het naleven van de geldende verkeerswetten en -regels. WAARSCHUWING Zelfs met dodehoekdetectie (BSD) en rijstrookhulp (LCA) moet u nog steeds voorzichtig rijden en de binnen- en buitenspiegels verstandig gebruiken. WAARSCHUWING Het wordt niet aangeraden om deze functie te gebruiken bij zware weersomstandigheden (inclusief, maar niet beperkt tot onder meer regen, sneeuw,...
Veiligheidsondersteuning van de auto Waarschuwing portier open (DOW) Wanneer u het portier van uw auto opent, en motorvoertuigen, fietsers of voetgangers van achteren naderen die van invloed kunnen zijn op de veiligheid bij het openen van een portier of zelfs een botsing kunnen veroorzaken, zal de functie waarschuwing portier open (DOW) u eraan herinneren voorzichtig te zijn bij het openen van een portier door middel van zichtbare en hoorbare alarmen.
Pagina 300
• Als deze functie niet goed werkt als gevolg van een botsing, krassen, radarstoring of defect, neem dan zo snel mogelijk contact op met NIO. • Als de radar gedurende een langere tijd storingen vertoont en geen storingsgerelateerde waarschuwingen geeft, neem dan zo snel mogelijk contact op met NIO.
Pagina 301
Veiligheidsondersteuning van de auto • Gebruik deze functie nooit in de aanhangwagenmodus. • U draagt altijd de eindverantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid en het naleven van de geldende verkeerswetten en -regels. WAARSCHUWING Het wordt niet aangeraden om deze functie te gebruiken bij zware weersomstandigheden (inclusief, maar niet beperkt tot onder meer regen, sneeuw, mist en nevel).
Veiligheidsondersteuning van de auto Waarschuwing kruisend verkeer aan de voorkant (FCTA) Wanneer de auto langzaam rijdt en het systeem detecteert dat het risico bestaat van een potentiële botsing tussen de auto en het kruisende voertuig aan de voorkant, kan de functie waarschuwing kruisend verkeer aan de voorkant (FCTA) de bestuurder waarschuwen door middel van zichtbare en hoorbare alarmen.
Pagina 303
Veiligheidsondersteuning van de auto voorkant, herinnert de auto u hieraan door middel van zichtbare en hoorbare alarmen op de weergave van de dynamische omgevingssimulatie, de interface van de 360-gradenweergave en de interface van de parkeerassistent. Gebruiksvoorwaarden voor de waarschuwing kruisend verkeer aan de voorkant (FCTA): •...
Pagina 304
Veiligheidsondersteuning van de auto De waarschuwing kruisend verkeer aan de voorkant (FCTA) reageert niet op doelen in de dode hoek van de sensor. De waarschuwing kruisend verkeer aan de voorkant (FCTA) kan zijdelingse voertuigen vóór deze auto niet detecteren door obstakels of geparkeerde voertuigen.
Veiligheidsondersteuning van de auto Waarschuwing kruisend verkeer aan de achterkant met remmen (RCTA-B) Als tijdens het achteruitrijden het systeem detecteert dat het risico bestaat van een potentiële botsing met het kruisende voertuig aan de achterkant, kan de functie Waarschuwing kruisend verkeer aan de achterkant met remmen (RCTA-B) de bestuurder waarschuwen te letten op de veiligheid door middel van zichtbare en hoorbare alarmen, en zelfs het effect van het waarschuwen van de bestuurder versterken door zo nodig kort te remmen.
Pagina 306
Veiligheidsondersteuning van de auto WAARSCHUWING De waarschuwing voor kruisend verkeer achter geeft alleen een waarschuwing en kan niet garanderen dat uw voertuig stopt. Vertrouw nooit op deze functie om een botsing te voorkomen of de impact van een botsing te verminderen. Waarschuwing kruisend verkeer aan de achterkant met remmen (RCTA-B) inschakelen/uitschakelen Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay...
Pagina 307
Veiligheidsondersteuning van de auto • De bestuurder zit op zijn stoel • Alle portieren zijn gesloten • De schakelhendel van uw auto staat in de R-stand VOORZORG Wanneer u Waarschuwing en Remmen selecteert, grijpt de functie mogelijk niet in als u het rempedaal of het gaspedaal volledig intrapt. VOORZORG De dynamische omgevingssimulatieweergave kan alleen als referentie worden gebruikt en kan de werkelijke verkeersomstandigheden niet perfect weergeven.
Pagina 308
Veiligheidsondersteuning van de auto Bijvoorbeeld, de waarschuwing kruisend verkeer aan de achterkant met remmen (RCTA-B) kan de kruisende voertuigen aan de achterkant niet detecteren in de volgende situaties, inclusief maar niet beperkt tot: • Stoppen in de binnenste positie • De parkeerplaats ligt onder een hoek De volgende situaties kunnen ertoe leiden dat een radar een herkenningsfout maakt, waardoor de prestaties van de waarschuwing kruisend verkeer aan de...
Rijhulp Actieve rijstrookwisseling (ALC) De actieve rijstrookwisseling (ALC) voegt een rijstrookwisselhulpfunctie toe gebaseerd op het uitvoeren van de rijstrookcentrering. Na het inschakelen van deze functie in Instellingen, zal het systeem de auto helpen om de rijstrookwisseling uit te voeren door de richtingaanwijzerhendel te bedienen wanneer de omgevings- en wegomstandigheden aan bepaalde voorwaarden voldoen.
Pagina 310
Rijhulp Gebruiksvoorwaarden voor actieve rijstrookwisseling (ALC): • De bestuurder heeft zijn handen aan het stuurwiel. • De rijstrookcentrering (LCC) is ingeschakeld en werkt normaal. • De actieve rijstrookwisseling (ALC) is ingeschakeld en werkt normaal. • De sensor werkt goed en het gezichtsveld is onbelemmerd. •...
Pagina 311
Rijhulp daarna de richtingaanwijzerhendel aan de betreffende kant bedienen. Het systeem zal detecteren of u het stuurwiel met uw handen vast hebt. • Het systeem zal de functie actieve rijstrookwisseling (ALC) activeren om te helpen bij het wisselen van rijstrook als het vaststelt dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor het wisselen van rijstrook.
Pagina 312
Rijhulp WAARSCHUWING Het is mogelijk dat Actieve rijstrookverandering plotseling wordt geannuleerd als gevolg van onverwachte omstandigheden. Daarom dient u altijd te letten op het verkeer en de wegomstandigheden en op elk moment voorbereid zijn om de controle over te nemen. WAARSCHUWING U moet altijd bevestigen of het veilig en gepast is vóór en tijdens het wisselen van rijstrook.
Pagina 313
Rijhulp VOORZORG De dynamische omgevingssimulatieweergave kan alleen als referentie worden gebruikt en kan de werkelijke verkeersomstandigheden niet perfect weergeven. Vertrouw daarom niet op de dynamische omgevingssimulatieweergave. Voorzorgsmaatregelen en beperkingen De volgende situaties kunnen voorkomen dat de actieve rijstrookwisseling (ALC) de rijstrookwisseling voltooit of werkt zoals verwacht, waardoor de bestuurder de controle over het stuurwiel moet overnemen, inclusief maar niet beperkt tot: •...
Pagina 314
Rijhulp • Gewijzigde montagepositie van de camera • Geblokkeerde of vuile camera • Beperkte herkenning in het donker • Donkere omgeving, zoals tijdens ochtendgloren of avondschemering, 's nachts, in een tunnel, enz • Plotselinge veranderingen in de helderheid van de omgeving, zoals bij het binnengaan en verlaten van een tunnel •...
Pagina 315
Rijhulp • Uitlaatgassen, spatwater, sneeuw of stof opgeworpen door het voertuig dat voor u rijdt • Rijden op natte of waterverzadigde wegen • Water, stof, microkrassen, olieresten, vuil, ijs, sneeuw, gekleurde of transparante wrapfolie of andere obstructies op het LiDAR-venster •...
Pagina 316
Rijhulp of een onregelmatige vorm, voertuigen met een achterkant onder een bepaalde hoogte en lege platte aanhangers. • Het is mogelijk dat Actieve rijstrookverandering stilstaande of langzaam rijdende voertuigen niet opmerkt. Vooral 's nachts moet de bestuurder extra alert zijn. Het wordt niet aanbevolen om actieve rijstrookwisseling (ALC) te gebruiken onder speciale of complexe wegomstandigheden, inclusief maar niet beperkt tot: •...
Rijhulp Rijstrookcentrering (LCC) De rijstrookcentrering (LCC) helpt de functie Stuurassistent om de auto in de rijstrook te houden gebaseerd op de functies voor rijsnelheidsregeling en afstand houden van de adaptieve cruisecontrol. De rijstrookcentrering (LCC) maakt gebruik van high-definition camera's, radar en LiDAR om voorliggers in de rijrichting te detecteren om vervolgens actief de snelheid van uw auto te regelen en de afstand tussen uw auto en de voorligger te handhaven.
Pagina 318
Rijhulp WAARSCHUWING Als rijhulpfunctie kan de rijstrookcentrering niet alle situaties aan in alle verkeers-, weers- en wegomstandigheden. U moet altijd letten op het verkeer en de wegomstandigheden en de rijstrookcentrering pas gebruiken of niet zodra uw veiligheid is gewaarborgd. U moet altijd klaar staan om het stuur over te nemen wanneer u merkt dat de omstandigheden van het verkeer, de weg of het voertuig niet geschikt zijn om de rijstrookcentrering te activeren of dat er andere onveilige factoren zijn.
Pagina 319
Rijhulp Vertrouw niet op de rijstrookcentrering om uw voertuig volledig tot stilstand te brengen, ongeacht of het een stilstaand voertuig of een voertuig voor u volgt. WAARSCHUWING De kracht die de rijstrookcentrering op het stuur kan uitoefenen, is lager dan de maximale stuurkracht die tijdens een normale rijstijl op het stuur wordt uitgeoefend.
Pagina 320
Rijhulp 1.. Kruissnelheid instellen 2.. Voorligger 3.. Volgtijd en volgafstand 4.. Statusring van de rijstrookcentrering (LCC) • Als de ring niet wordt weergegeven: De rijstrookcentrering (LCC) is niet geactiveerd of er wordt nog niet voldaan aan de voorwaarden voor activering •...
Pagina 321
Rijhulp • Als de rijsnelheid hoger is dan 30 km/u maar niet hoger is dan 180 km/u, wordt de huidige rijsnelheid ingesteld als de kruissnelheid Als de rijstrookcentrering (LCC) de adaptieve cruisecontrol activeert en begint te zoeken naar de rijstrookmarkeringen, kunt u het gaspedaal loslaten en zal de auto de ingestelde kruissnelheid handhaven.
Pagina 322
Rijhulp De bestuurder trapt het rempedaal niet in º Het antiblokkeerremsysteem, tractieregelsysteem en º voertuigstabiliteitssysteem zijn niet geactiveerd De snelheid aanpassen tijdens gebruik van de rijstrookcentrering (LCC) Terwijl de rijstrookcentrering (LCC) is ingeschakeld, gaat u naar de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Rijhulp > Snelheid aanpassen met de stuurwielknoppen en selecteert u de geschikte manier om de kruissnelheid aan te passen.
Pagina 323
Rijhulp VOORZORG • Als u deze functie voor het eerst wilt activeren, houdt u +1 ingedrukt of drukt u kort op +5. • De snelheid van de cruise controle kan niet via NOMI worden aangepast. WAARSCHUWING Wanneer u met deze functie aan rijdt en als het systeem detecteert dat u zich niet in een normale rijtoestand bevindt (u houdt bijvoorbeeld het stuur een langere periode niet vast of u bent langdurig afgeleid en vermoeid of zit niet op uw stoel), activeert het de actieve noodstop als aan de normale werkingsvoorwaarden voor...
Pagina 324
Rijhulp Wanneer u het stuurwiel niet meer draait, de rijstrookmarkeringen aan beide kanten duidelijk zijn en de auto midden in de huidige rijstrook rijdt, zal de stuurassistentie automatisch worden hervat. Nadat u de rijstrookcentrering (LCC) hebt verlaten door op te drukken of het rempedaal in te trappen, kunt u deze weer inschakelen door aan de linkerkant van het stuurwiel op de omhoog-knop te drukken, waarna de snelheid van uw auto wordt verhoogd tot de eerder ingestelde kruissnelheid.
Pagina 325
Rijhulp WAARSCHUWING Stuurhulp werkt in bepaalde situaties mogelijk niet zoals bedoeld of schakelt uit naar stand-by, waarbij er geluids- en tekstwaarschuwingen worden weergegeven om u eraan te herinneren de besturing over te nemen. Gedurende deze tijd blijft adaptieve cruisecontrol ingeschakeld en zoeken naar de rijstrookmarkeringen. Wanneer aan de vereiste voorwaarden is voldaan, wordt de stuurhulp automatisch opnieuw geactiveerd, ook bij bijvoorbeeld als: •...
Pagina 326
Rijhulp onmiddellijk daarna de controle over het rempedaal, gaspedaal en stuurwiel over te nemen om de rijsnelheid en rijrichting van de auto te bepalen. Weergave van de dynamische omgevingssimulatie • Stand-by voor stuurassistentie gebruikt de functies van de adaptieve cruisecontrol en zoekt naar de rijstrookmarkeringen. U bepaalt de rijrichting van de auto.
Pagina 327
Rijhulp VOORZORG Wanneer geen van beide rijstroken vrij is, maar er een voertuig voor u staat dat aan de eisen voldoet, kan uw voertuig dit voertuig voor een korte tijd volgen. WAARSCHUWING Wanneer de rijstrooklijnen aan beide zijden onduidelijk zijn en uw voertuig het leidende voertuig volgt, kunt u in botsing komen met andere voertuigen op aangrenzende rijstroken als het leidende voertuig met een lage snelheid van rijstrook wisselt.
Pagina 328
Rijhulp rijstrookcentrering (LCC) geen veilige afstand meer kan handhaven en u onmiddellijk de controle over het rempedaal en stuurwiel moet overnemen om de rijsnelheid en rijrichting van de auto te bepalen. WAARSCHUWING Wacht bij een gevaarlijke situatie niet op een waarschuwing om te reageren en neem het rijden meteen over.
Pagina 329
Rijhulp Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Rijhulp > Intelligente snelheidsondersteuning om deze functie in of uit te schakelen. WAARSCHUWING De intelligente snelheidsregeling is slechts een aanvulling op, en geen vervanging voor, uw visuele waarneming. Vertrouw nooit alleen op de snelheidslimietinformatie die wordt herkend door de verkeersbordherkenning .
Pagina 330
Rijhulp • Gewijzigde montagepositie van de camera • Geblokkeerde of vuile camera • Beperkte herkenning in het donker • Donkere omgeving, zoals tijdens ochtendgloren of avondschemering, 's nachts, in een tunnel, enz • Plotselinge veranderingen in de helderheid van de omgeving, zoals bij het binnengaan en verlaten van een tunnel •...
Pagina 331
Rijhulp • Uitlaatgassen, spatwater, sneeuw of stof opgeworpen door het voertuig dat voor u rijdt • Rijden op natte of waterverzadigde wegen • Water, stof, microkrassen, olieresten, vuil, ijs, sneeuw, gekleurde of transparante wrapfolie of andere obstructies op het LiDAR-venster •...
Pagina 332
Rijhulp • De rijstrookcentrering (LCC) reageert niet op doelen in de dode hoek van de sensor. Bijvoorbeeld, het kan niets detecteren in de dode hoeken op de hoeken van de auto en in de dode hoeken aan de zijkanten van de auto. •...
Pagina 333
Rijhulp rijdt u voorzichtig zodat u altijd de controle houdt over uw auto. Dit is inclusief, maar niet beperkt tot: • Er rijdt wel een voertuig vóór de auto, maar het digitale instrumentenpaneel geeft het doelvoertuig niet weer. • Er rijdt geen voertuig vóór de auto, maar het digitale instrumentenpaneel toont wel een voertuig vóór de auto.
Pagina 334
Rijhulp In de volgende situaties levert de functie mogelijk niet voldoende remkracht, inclusief maar niet beperkt tot: • De remfunctie kan niet volledig werken (zoals wanneer de remonderdelen te koud, te heet, nat, enz. zijn) • Verkeerd onderhoud aan de auto (buitensporige slijtage van de remmen of banden, abnormale bandenspanning, enz.) •...
Rijhulp Adaptieve cruisecontrol (ACC) De adaptieve cruisecontrol (ACC) kan worden gebruikt om uw rijsnelheid te synchroniseren met de rijsnelheid van uw voorligger. Als er geen doel vóór u ligt om op te reageren, rijdt uw auto met de ingestelde snelheid. Als er een doel is om op te reageren, zal uw auto automatisch zijn snelheid regelen en proberen een ingestelde volgafstand aan te houden.
Pagina 336
Rijhulp van het verkeer, de weg of het voertuig niet geschikt zijn voor gebruik van Intelligente adaptieve cruisecontrole of dat er andere onveilige factoren zijn. U draagt altijd de eindverantwoordelijkheid voor het handhaven van voldoende afstand en een gepaste snelheid evenals het naleven van de geldende verkeerswet- en regelgeving.
Pagina 337
Rijhulp Adaptieve cruisecontrol inschakelen • Middenknop : de adaptieve cruisecontrol inschakelen of uitschakelen • Omhoog-knop: de kruissnelheid verhogen of hervatten • Omlaag-knop: de kruissnelheid verlagen • Links-knop: de volgafstand verkleinen • Rechts-knop: de volgafstand vergroten Als aan de gebruiksvoorwaarden voor de adaptieve cruisecontrol wordt voldaan, drukt u aan de linkerkant van het stuurwiel op de middenknop om de adaptieve cruisecontrol in te schakelen.
Pagina 338
Rijhulp Als u met de adaptieve cruisecontrol rijdt, kunt u op elk moment het gaspedaal snel intrappen om snel weer de controle over uw auto over te nemen. Op dat moment zal de adaptieve cruisecontrol niet meer reageren op de voorligger en volledig onder uw controle zijn.
Pagina 339
Rijhulp WAARSCHUWING Wanneer u met deze functie aan rijdt en als het systeem detecteert dat u zich niet in een normale rijtoestand bevindt (u houdt bijvoorbeeld het stuur een langere periode niet vast of u bent langdurig afgeleid en vermoeid of zit niet op uw stoel), activeert het de actieve noodstop als aan de normale werkingsvoorwaarden voor het systeem is voldaan.
Pagina 340
Rijhulp De Omhoog- of Omlaag-knop aan de linkerkant van het stuurwiel º ingedrukt houden om de kruissnelheid te verhogen of verlagen naar de eerstvolgende 5 km/u-stap. Bijvoorbeeld, wanneer de rijsnelheid 82 km/u is, houdt u de Omhoog-knop aan de linkerkant van het stuurwiel ingedrukt om de snelheid te verhogen naar 85 km/u •...
Pagina 341
Rijhulp VOORZORG Wanneer de tijdsafstand tot het leidende voertuig korter wordt ingesteld, zal Intelligente adaptieve cruisecontrole agressiever reageren, wat enig ongemak kan veroorzaken. WAARSCHUWING Het is uw verantwoordelijkheid om te allen tijde een veilige volgafstand in te schatten en deze te handhaven. Vertrouw niet alleen op Intelligente adaptieve cruisecontrole om een nauwkeurige of passende volgafstand aan te houden.
Pagina 342
Rijhulp Als de dynamische omgevingssimulatie en weergave (ESD) de waarschuwing "Rijd voorzichtig. De afstand tot uw voorligger is te klein." weergeeft, betekent dit dat het risico van een botsing bestaat omdat de maximale vertraging die beschikbaar is voor de adaptieve cruisecontrol (ACC) geen veilige afstand meer kan handhaven en u onmiddellijk de controle over het rempedaal en stuurwiel moet overnemen om de rijsnelheid en rijrichting van de auto te bepalen.
Pagina 343
Rijhulp WAARSCHUWING Intelligente adaptieve cruisecontrole kan niet in alle situaties andere verkeersdeelnemers detecteren, omdat deze functie niet of onjuist kan werken of onder invloed van meerdere factoren met vertraging kan reageren. U moet altijd letten op het verkeer en de wegomstandigheden. Vertrouw bij het rijden nooit alleen op de Intelligente adaptieve cruisecontrole om persoonlijk letsel of voertuigschade te voorkomen.
Pagina 344
Rijhulp dan niet gebruiken van verkeersbordherkenning en intelligente snelheidsregeling als dit veilig is. • Momenteel werkt de intelligente snelheidsregeling niet in complexe wegomstandigheden zoals opritten. • U draagt altijd de eindverantwoordelijkheid voor het veilig rijden en het naleven van de geldende verkeerswet- en regelgeving. •...
Pagina 345
Rijhulp onderen te duwen. Als u het stuurwiel naar links draait, handhaaft de adaptieve cruisecontrol de afstand tot de voorligger, maar staat wel toe dat u iets dichterbij komt dan de ingestelde volgafstand. Tijdens het wisselen van rijstrook versnelt de adaptieve cruisecontrol tot de ingestelde kruissnelheid zonder dat u het gaspedaal intrapt.
Pagina 346
Rijhulp WAARSCHUWING Wanneer u de inhaalhulp gebruikt, moet u alert zijn op een eventuele plotselinge versnelling of juist te weinig versnelling en steeds bereid zijn om het gaspedaal in te trappen of volledig in te trappen om het over te nemen. Vertrouw bij het inhalen van andere voertuigen niet alleen op de inhaalhulp.
Pagina 347
Rijhulp • Natte wegen De volgende situaties kunnen ertoe leiden dat een LiDAR een herkenningsfout maakt, waardoor de prestaties van de adaptieve cruisecontrol kunnen worden beïnvloed, of zelfs de functie wordt uitgeschakeld, inclusief maar niet beperkt tot: • Gewijzigde montagepositie van de LiDAR •...
Pagina 348
Rijhulp • Motorfietsen, trikes De onderstaande doelen zullen het systeem niet activeren, inclusief maar niet beperkt tot: • Voetgangers • Dieren • Verkeerslichten • Muren • Barrières • Tegemoetkomend verkeer • Fietsen • Andere voorwerpen dan voertuigen VOORZORG • Deze functie staat niet garant voor het herkennen van speciaal gevormde doelen, vooral 's nachts of in een omgeving met weinig verlichting waar de bestuurder extra alert moet zijn.
Pagina 349
Rijhulp • Wanneer slechts een deel van de carrosserie van een voertuig in de naastgelegen rijstrook voor uw auto gaat rijden (met name wanneer dit een groter voertuig betreft, zoals een bus, vrachtwagen, enz.), herkent de functie het doel mogelijk niet, waardoor deze niet goed reageert en u op tijd de controle moet overnemen •...
Pagina 350
Rijhulp • Waterverzadigde wegen, modderige wegen, kuilen in het wegdek, wegen bedekt met ijs en sneeuw, wegen met verkeersdrempels, wegen met obstakels • Verkeersomstandigheden met veel voetgangers, fietsen of dieren • Complexe en veranderlijke verkeersomstandigheden, zoals drukke kruisingen, op- en afritten van autosnelwegen, wegen met filevorming •...
Pagina 351
Rijhulp WAARSCHUWING Het wordt niet aangeraden om deze functie te gebruiken bij zware weersomstandigheden (inclusief, maar niet beperkt tot onder meer regen, sneeuw, mist en nevel). De bovenstaande waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en beperkingen dekken niet alle situaties die van invloed kunnen zijn op de normale werking van de intelligente adaptieve cruisecontrol.
Rijhulp Schakelvrije automatische parkeerassistent met Fusion (S-APA met Fusion) S-APA met Fusion maakt gebruik van 360-gradencamera's en ultrasoonsensoren om markeringen op de grond of parkeerplekken tussen twee voertuigen te detecteren en parkeerassistentie te kunnen verlenen. S-APA met Fusion ondersteunt haaks parkeren, fileparkeren en schuin parkeren, maar ondersteunt niet parkeren in driedimensionale parkeerplaatsen.
Pagina 353
Rijhulp Gebruik de geavanceerde parkeerhulp zonder versnellingen met Fusion niet als één van de twee zijspiegels, de surroundview-camera en de ultrasone sensoren beschadigd is of zich in een abnormale positie bevindt. WAARSCHUWING U moet letten op voetgangers, kinderen en dieren in de buurt van uw voertuig en andere fijne, puntige, lage of hangende obstakels die niet worden gedetecteerd door de ultrasone sensoren, zoals parkeersloten, lage steenblokken, verkeerskegels, lage cilinders, dunne staven, puntige objecten, hoeken van muren...
Pagina 354
Rijhulp gevonden. Houd de rem vast, controleer en kies een veilige en geschikte parkeerplaats; • Automatisch zoeken naar een parkeerplaats: Als aan de systeem- en wegomstandigheden wordt voldaan, rijdt u langzaam vooruit met een snelheid lager dan 16 km/u. Nadat een parkeerplaats is gevonden in de achtergrond, wordt de knop Parkeerassistent weergegeven op de pagina Kaart.
Pagina 355
Rijhulp • Als de parkeercamera is uitgeschakeld, spreekt u een commando uit, zoals "Ik wil parkeren" of "Parkeer de auto" zodat NOMI ontwaakt, waardoor direct de interface voor weergave van twee beelden wordt geopend en Zoeken naar een parkeerplaats wordt weergegeven •...
Pagina 356
Rijhulp VOORZORG Als de snelheid van het voertuig hoger is dan 16 km/u, wordt het zoeken naar een parkeerplaats geannuleerd. VOORZORG Bij het zoeken naar parkeerplaatsen lukt het parkeren waarschijnlijk niet als de richting van het voertuig aanzienlijk afwijkt de richting van de weg. VOORZORG Parkeerplaatsen op smalle wegen of te smalle plaatsen kunnen niet worden geselecteerd vanwege een gebrek aan ruimte.
Pagina 357
Rijhulp • De Geavanceerde Gecombineerde Parkeerhulp zonder schakelen kan niet bepalen of de gevonden parkeerplaats ook daadwerkelijk door u mag worden gebruikt (bijv. parkeerplaatsen die gereserveerd zijn voor gehandicapten). U moet nagaan of u de gevonden parkeerplaats inderdaad mag gebruiken voordat u de parkeerprocedure start. 2..
Pagina 358
Rijhulp beïnvloeden, wat het risico op beschadiging aan het voertuig of omliggende objecten kan vergroten. WAARSCHUWING U bent zelf verantwoordelijk voor veilig rijden. Let bij het parkeren altijd op de omgeving, zorg ervoor dat het parkeren veilig is en wees alert om het op elk moment over te nemen.
Pagina 359
Rijhulp VOORZORG Parkeren kan vanwege de omgeving eerder worden afgerond . In dit geval moet u mogelijk zelf bijsturen om de positie van het voertuig bij te stellen. Parkeren pauzeren Tijdens het parkeren met behulp van S-APA met Fusion, kunt u het rempedaal licht intrappen om de auto te vertragen zonder dat de functie wordt uitgeschakeld.
Pagina 360
Rijhulp Bovendien, als S-APA met Fusion is ingeschakeld, zal in de volgende situaties de in uitvoering zijnde parkeerprocedure worden gestopt, waardoor u op tijd de controle over de auto moet overnemen: • Te dicht bij een obstakel • De bagageruimte voorin, de achterklep of een portier is geopend •...
Pagina 361
Rijhulp • De wegrand is gemaakt van speciaal materiaal en kan niet worden gedetecteerd. Bij verkeerd parkeren bestaat de kans dat de banden en velgen van de auto beschadigd raken door de wegrand en moet u onmiddellijk de controle over de auto overnemen. •...
Pagina 362
Rijhulp • Onder sterk zonlicht of halfschaduw • Reflecterende grond of water op de grond • Slechte verlichtingsomstandigheden (donker), sterke reflectie vanaf de grond of slecht zicht (harde regen, zware sneeuwbui, dichte mist) • Een parkeerplaats van een ongebruikelijke afmeting (te smal of te breed) of een betegelde parkeerplaats •...
Pagina 363
Rijhulp S-APA met Fusion werkt mogelijk niet zoals verwacht als gevolg van de volgende omstandigheden van de beoogde parkeerplaats, inclusief maar niet beperkt tot: • De beoogde parkeerplaats ligt naast de afrastering van de weg, een hoge muur, straatverlichting, een boom, struiken, een pilaar, zwevend voorwerp zoals een vangrail, een verdeelkast, een oplaadpaal, enz., wat van invloed kan zijn op het uiteindelijke parkeerresultaat en zelfs schade aan de auto kan veroorzaken.
Pagina 364
Rijhulp wegomstandigheden en de omstandigheden van de auto om veilig te kunnen rijden.
VOORZORG • De locaties van uw voertuig en de NIO-app worden gecontroleerd tijdens het plaatsen van de bestelling. Een bestelling kan niet succesvol worden geplaatst tenzij uw voertuig zich binnen 200 meter van het Power Swap Station bevindt.
Pagina 366
• Als u om wat voor reden dan ook het Power Swap Station moet verlaten, let dan op de wachtrijstatus op de NIO-app of annuleer de bestelling op tijd. • Vermijd de rijstrook voor het station in afwachting van uw oplaadbeurt.
Pagina 367
Rijhulp • De linker of rechter buitenspiegel is beschadigd, of staat in een abnormale stand. VOORZORG • Nadat de bandenmaat is gewijzigd, moet u naar het servicecentrum gaan om de relevante parameters bij te werken. Momenteel worden alleen de officiële bandenmodellen ondersteund.
Pagina 368
Rijhulp Verzeker u ervan dat uw veiligheidsgordel is vastgemaakt en het portier gesloten is terwijl u wacht in het begingebied. Tik op de knop "Assisteren met parkeren in het Power Swap-station". Wanneer u de melding "Laat het rempedaal en het stuurwiel los" ziet, volgt u de instructies om te beginnen met parkeren in het Power Swap-station.
Pagina 369
Rijhulp WAARSCHUWING Als uw voertuig niet op zijn plaats is geparkeerd of niet automatisch is bijgesteld, dient u uw voertuig bij te stellen volgens de instructies van de technicus ter plaatse. De ruiten of de airconditioning kunnen tijdens het opladen niet worden versteld. Stel deze van tevoren in op de juiste standen.
Rijhulp Indicatiesysteem zijwaartse afstand (SDIS) Het indicatiesysteem zijwaartse afstand (SDIS) monitort met behulp van ultrasoonsensoren de voorkant van de auto wanneer deze met lage snelheid rijdt. Bij het naderen van obstakels wordt automatisch de interface en scenario's van de parkeercamera opgeroepen, zoals de hulp bij het beoordelen van de parkeerplaats of het passeren van verboden wegen.
Pagina 371
Rijhulp ingeschakeld, kunnen verschillende typen schermindelingen worden geselecteerd, zoals de weergave van twee beelden, volledig scherm of beeld-in-beeld. Als aan de volgende gebruiksvoorwaarden tegelijkertijd wordt voldaan, wordt de interface van de parkeercamera automatisch opgeroepen: • De auto staat in de D-stand •...
Pagina 372
Rijhulp • Als het indicatiesysteem zijwaartse afstand (SDIS) wordt uitgeschakeld doordat op het lege gedeelte van de parkeercamera te tikken of het scherm met vijf vingers vastte pakken, wordt dit tijdelijk uitgeschakeld gedurende 3 minuten en kan na 3 minuten het normale gebruik weer worden hervat. •...
Onderhoud van de auto Gezondheidsstatus van de auto Controleer de gezondheidsstatus van de auto regelmatig om uw auto in optimale conditie te houden. Tik op de hoofdpagina van het middendisplay op Mijn ET5 om de interface van Gezondheidsstatus van de auto te openen. Wanneer u deze pagina geopend hebt, kan de auto een zelfcontrole uitvoeren en daarna de huidige gezondheidsstatus tonen.
Routinematig onderhoud is zeer belangrijk om ervoor te zorgen dat je auto goed blijft presteren, de gebruikskosten van de auto dalen en de auto langer meegaat. We raden je aan om onderhoud volgens de volgende vereisten bij een NIO Service Center te laten uitvoeren.
Pagina 376
Vervang de batterij van de smart key volgens de aanwijzingen op het middendisplay van de auto. Periodiek onderhoud Wanneer je onder normale rijomstandigheden rijdt, ga naar het NIO Service Center voor onderhoud van de auto volgens de volgende onderhoudspunten en -intervallen: •...
Pagina 377
NIO voldoen. Onregelmatig onderhoud We raden je aan om naar het NIO Service Center te gaan om de volgende onderhoudspunten waar nodig uit te laten voeren op basis van de omstandigheden van je auto en de meldingen op het middendisplay: •...
Pagina 378
Onderhoud van de auto • Achteraf gemonteerd of aangepast voor speciale doeleinden.
Onderhoud van de auto De voorruitenwisserbladen vervangen De voorruitenwissers verwijderen regen en vuil vanaf de voorruit (in combinatie met ruitensproeiervloeistof). Als uw zicht door de voorruit wazig wordt of als er meerdere duidelijke, waterstrepen achterblijven na het wissen, die het zicht van de bestuurder hinderen, is het tijd om de ruitenwisserbladen te vervangen: Zo vervangt u de voorruitenwisserbladen: 1..
WAARSCHUWING • Om ruitensproeiervloeistof toe te voegen, opent u de motorkap. Neem zo nodig contact op met het NIO Service Center voor hulp om letsel als gevolg van het per ongeluk aanraken van onderdelen onder hoge druk te voorkomen. •...
Pagina 381
Onderhoud van de auto 3.. Open de dop van het reservoir en giet de juiste hoeveelheid ruitensproeiervloeistof bij in het reservoir. VOORZORG Ga bij het bijvullen van het reservoir met ruitensproeivloeistof zorgvuldig te werk om morsen te voorkomen en veeg eventuele spatten of druppels onmiddellijk op.
Pagina 382
Onderhoud van de auto • Vul ruitensproeiervloeistof toe die geschikte is voor de buitentemperatuur. Bij koude weersomstandigheden gebruikt u ruitensproeiervloeistof waarin antivries zit om te voorkomen dat het zicht door de voorruit verslechtert. • Bij gebruik van geconcentreerde ruitensproeiervloeistof volgt u de instructies van de fabrikant om het met water te verdunnen.
WAARSCHUWING Om het risico op een elektrische hoogspanningsschok bij het openen van de motorkap te voorkomen, neemt u contact op met NIO om de koelvloeistof van het voertuig bij te vullen. Koelvloeistof helpt ervoor te zorgen dat het e-aandrijflijnsysteem van de auto binnen een geschikt temperatuurbereik blijft werken.
Pagina 384
Onderhoud van de auto 4.. Draai de dop van het koelvloeistofreservoir stevig vast. 5.. Wanneer u de motorkap sluit, moet u de kap eerst met de handen een beetje omlaag brengen en dan naar beneden duwen tot de kap volledig dicht is. VOORZORG Sla niet op de kap en laat deze niet vallen.
WAARSCHUWING Om het risico op een elektrische hoogspanningsschok bij het openen van de motorkap te voorkomen, neemt u contact op met NIO om de remvloeistof van het voertuig bij te vullen. Remvloeistof is het medium dat de rem druk in het hydraulische remsysteem overbrengt.
Pagina 386
Onderhoud van de auto 4.. Draai de dop van het remvloeistofreservoir stevig vast. 5.. Wanneer u de motorkap sluit, moet u de kap eerst met de handen een beetje omlaag brengen en dan naar beneden duwen tot de kap volledig dicht is. VOORZORG Sla niet op de kap en laat deze niet vallen.
Stop nadat u hebt nagekeken of dat veilig kan, en neem dan onmiddellijk contact op met het NIO Service Center voor assistentie. • Als het ventieldopje van een wiel verloren raakt, moet u dit zo spoedig mogelijk vervangen.
Pagina 388
Lekken, bobbels of beschadigingen van de wangen van de band. • Vervorming of corrosie van de banden door langdurig parkeren. Als u niet zeker bent, moet u contact opnemen met het NIO Service Center. VOORZORG Als de bandenslijtage ongelijk is verdeeld, raden we u aan contact op te nemen met NIO om de banden te laten controleren op dynamische balancering.
Pagina 389
Onderhoud van de auto • Als de achterbanden minder slijtage vertonen dan de voorbanden, kunnen de voor- en achterbanden worden omgewisseld. We adviseren om voor- en achterbanden om de 10.000 km onderling om te wisselen. VOORZORG Wanneer u door grote kuilen, over verkeersdrempels, obstakels, of over een slecht wegdek rijdt, let dan op de veiligheid en verminder uw snelheid om de kans te verkleinen dat de banden met laag profiel, bobbels of scheuren gaan vertonen.
Onderhoud van de auto Inspectie en onderhoud remblokken en -schijven Druk het rempedaal af en toe in wanneer je op een regenachtige dag, of op besneeuwde of beijzelde wegen met je auto rijdt, zodat de remblokken door de wrijvingswarmte warm en droog blijven. Doe dat ook als je bij zeer nat of koud weer rijdt.
Pagina 391
Onderhoud van de auto Wanneer je een andere rijstand kiest, dan wordt de functie voor het verwijderen van roest en vocht van de remschijven automatisch uitgeschakeld.
Onderhoud van de auto Filterelement van de airconditioning inspecteren en onderhouden Na vervanging van het filterelement van de airconditioning, gaat u naar de pagina Comfortinstellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tikt u op Levensduur van het zuiveringsfilterelement van de airconditioning om de timer voor de levensduur van het filterelement te resetten.
VOORZORG • Als de 12V-accu vrijwel helemaal is leeggelopen (bijvoorbeeld omdat deze lange tijd niet gebruikt is), neem dan contact op met NIO voor hulp en vervang deze niet zelf. • Voordat u het voertuig verlaat, moet u ervoor zorgen dat alle elektrische systemen, zoals lichten en het mediacentrum, zijn uitgeschakeld en het voertuig op een koele en droge plaats parkeren.
Als iets tegen de bodem van de auto stoot of als een geluid vanaf de bodem wordt gehoord, neemt u onmiddellijk contact op met een NIO Service Center voor een veiligheidsinspectie van het chassis en de hoogspanningsaccu.
Pagina 395
Tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de auto wordt een hoogspanningsaccu die voldoet aan de volgende voorwaarden geacht te moeten worden gerecycled: 1.. Tijdens het onderhoud van een hoogspanningsaccu in een NIO Service Center worden de accucapaciteit en de staat van de accu geïnspecteerd. Voor een...
Pagina 396
Onderhoud van de auto Dit symbool op de accu betekent dat dit product niet mag worden verwerkt als huishoudelijk afval. Het recycleproces van de hoogspanningsaccu is: NIO of een derden- recyclingbedrijf aangewezen door NIO zal de recycling en vervolgbehandeling uitvoeren.
Onderhoud van de auto Het zekeringenkastje onder de kap van de voorbak VOORZORG Gebruik geen zekeringen met een stroomsterkte die hoger is dan de nominale stroom. Vervang de doorgebrande zekering alleen door een zekering van dezelfde nominale stroomsterkte en grootte. Serienummer Specificaties Beschrijving...
Pagina 398
Onderhoud van de auto Voeding schakelaarzijde UF01 60 A relais UR01 UF02 Carrosserieregeleenheid UF03 vooraan (voorruitenwis- sermotor), voeding KL30 UF04 Geïntegreerde gelijk- UF05 stroomomvormer met hoogspanning Omvormer voor (voeding UF06 KL30) UF07 UF08 Voeding schakelaarzijde UF09 relais UR09 UF10 Voeding schakelaarzijde UF11 relais UR03 Elektronische schakel-...
Onderhoud van de auto Zekeringenkastje in instrumentenpaneel VOORZORG Gebruik geen zekeringen met een stroomsterkte die hoger is dan de nominale stroom. Vervang de doorgebrande zekering alleen door een zekering van dezelfde nominale stroomsterkte en grootte. Serienummer Specificaties Beschrijving Relais voedingsaansluit- IR01 MINI Stoel/flexibel chassis-...
Pagina 401
Onderhoud van de auto Voeding schakelaarzijde IF07 relais IR02 Voeding onderrugsteun/ IF08 ventilator bestuurders- stoel Voeding onderrugsteun/ IF09 ventilator passagiersstoel Voeding flexibele chassis- IF10 regelaar 1 IF11 Voeding flexibele chassis- IF12 regelaar 2 Voeding regelmodule IF13 aanhanger Regeleenheid Body IF14 Gateway Voeding module voor draadloos opladen en...
Pagina 402
Onderhoud van de auto Voeding portierhendel op de buitenkant van de IF22 auto, bedieningsschake- laar bestuurdersportier Voeding carrosserierege- IF23 leenheid (achterbank en achterlichten) IF24 Voeding ETC/alcoholslot IF25 Voeding LiDAR-sensor Voeding carrosserierege- IF26 leenheid (ruitensproeierv- loeistofpomp) IF27 Voeding NOMI Voeding display digitaal IF28 instrumentenpaneel Voeding van de diagno-...
Pagina 403
Onderhoud van de auto Voeding pyrotechnische IF37 uitschakelaar Voeding elektronische IF38 schakelmodule Voeding remlichtschake- IF39 laar Voeding 1 voertuigrege- IF40 leenheid Voeding 1 multimedia- IF41 systeem-host Voeding 12V-aansluiting IF42 voorin IF43 Voeding USB-poorten IF44 vooraan Voeding USB-poort IF45 bedieningspaneel achter- Regeleenheid Body Gateway (feedback van IF46...
Pagina 405
Onderhoud van de auto Voeding achterlichten IF67 links en rechts in de achterklep Voeding voertuigrege- IF68 leenheid IF69 Interieurverlichting Voeding vier-portierluid- IF70 sprekers en sfeerverlicht-...
Onderhoud van de auto Zekeringenkastje in bagageruimte achterin VOORZORG Gebruik geen zekeringen met een stroomsterkte die hoger is dan de nominale stroom. Vervang de doorgebrande zekering alleen door een zekering van dezelfde nominale stroomsterkte en grootte. Serienummer Specificaties Beschrijving TR01 Relais achterruitontwa- TR02 ISO MINI...
Pagina 407
Onderhoud van de auto Voeding regelmodule TF05 achterklep Voeding 1 regeleenheid TF06 versterker TF07 Voeding omvormer TF08 achter Voeding 2 voertuigrege- TF09 leenheid Voeding 1 accumanage- TF10 mentsysteem Voeding 2 multimedia- TF11 systeem-host Voeding 2 regeleenheid TF12 Body Gateway Hoofdregelaar ADAS TF13 voeding 2 Hoofdregelaar ADAS...
Pagina 408
Onderhoud van de auto Voeding spoelzijde relais TF21 TR02 Voeding boordmodule TF22 voor opladen (communi- catie voor opladen) Voeding boordmodule TF23 voor opladen Voeding gordelspanner TF24 linksvoor TF25 TF26 Voeding flexibele chassis- TF27 regelaar 2 Voeding flexibele chassis- TF28 regelaar 1 Voeding 2 regeleenheid TF29 versterker...
Onderhoud van de auto Hoofdzekeringkast VOORZORG Gebruik geen zekeringen met een stroomsterkte die hoger is dan de nominale stroom. Vervang de doorgebrande zekering alleen door een zekering van dezelfde nominale stroomsterkte en grootte. Serie- Specificaties Beschrijving PF01 450A Gelijkstroomomvormer Zekeringenkastje in bagageruimte PF02 200A voorin...
Onderhoud van de auto Reiniging van en onderhoud aan de carrosserie Door uw auto regelmatig te reinigen en in de was te zetten kunt u hem beschermen tegen schade veroorzaakt door de buitenomgeving. Het interval voor het reinigen en in de was zetten van de auto is afhankelijk van de gebruiksfrequentie, de parkeeromstandigheden van de auto (in een garage, onder bomen, in direct zonlicht, enz.) en de weersomstandigheden.
Pagina 411
Onderhoud van de auto Om het wassen van uw auto te vergemakkelijken, kunt u naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay gaan en op Rijden/Parkeren > Wasmodus tikken, waar u het openen en sluiten van de portieren, ruiten, bagageruimte achterin en laadpoort kunt kiezen en de instellingen, ruitenwissers en portierhendels kunt ontgrendelen om beschadiging van de auto-onderdelen tijdens het wassen van uw auto te verminderen.
Pagina 412
Onderhoud van de auto beschadiging van de auto-onderdelen tijdens het wassen van uw auto te verminderen. VOORZORG Voordat u de auto in een automatische wasstraat wast, zet u hem in de neutraalstand (N-stand). Ga naar de pagina Instellingen op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay en tik op Rijden/Parkeren >...
Pagina 413
Onderhoud van de auto Ruitenwisserbladen Was in warm zeepwater. Gebruik geen reinigingsmiddelen op basis van alcohol of aardolieproducten. Ruiten en spiegels Reinig de binnen- en buitenoppervlakken van alle ruiten regelmatig met glasreiniger. Reinig het binnenoppervlak van de achterruit met een zachte doek en veeg het horizontaal af.
Pagina 414
Onderhoud van de auto Een dikke vuillaag op de velg kan tevens leiden tot onbalans in het wiel. Dit uit zich in trillingen afkomstig van de wielen die worden doorgegeven aan het stuurwiel. In sommige gevallen kan dit leiden tot voortijdige slijtage van de stuurinrichting. Sterk vervuilde velgen moeten daarom regelmatig worden gereinigd.
Onderhoud van de auto Reiniging en onderhoud interieur Reinig het interieur regelmatig met schoonmaak- of onderhoudsmiddelen om het in goede staat te houden. Stofzuig het interieur eerst, voordat u schoonmaakmiddelen gebruikt. OPMERKING • Sommige kleurstoffen (zoals van donker gewassen jeans of kleding van schapenvacht) kunnen vlekken maken op de bekleding.
Pagina 416
Onderhoud van de auto OPMERKING • Gebruik geen reinigingsmiddelen om het instrumentenpaneel, de airbaghoezen of de lederen bekleding te reinigen. • Om te voorkomen dat het leer vervaagt, mag u het voertuig niet lange tijd in fel zonlicht laten staan. Als u het voertuig in fel zonlicht moet parkeren, bedek dan alle lederen bekleding.
Als u een warmte-isolatiefolie of TPU-folie wilt aanbrengen op het zonnedak, let u erop de onderstaande blauwe delen te vermijden. Anders wordt de signaalontvangst beïnvloed. Als u vragen hebt, neemt u contact op met het NIO Service Center. Kleurenfolie/transparante folie...
Pagina 418
Hierdoor zal een storing in de elektrische componenten binnenin het instrumentenpaneel worden veroorzaakt. Folie op de achterruit De originele achterruit van de elektrische auto's van NIO hebben een goede thermische isolatie en blokkering van UV-straling. Wij raden u aan geen folie hierop aan te brengen.
Onderhoud van de auto Toepassing van antibacteriële producten Haptex Haptex kunstleer met antibacteriële eigenschappen door middel van een functionele laag gebaseerd op Biomaster AT300 (werkzame stof zilverchloride CAS-nummer 7783-90-6) voor gebruik in de bekleding van auto- interieuronderdelen (bijvoorbeeld in de stoelen, het instrumentenpaneel, de console en de stijlen): Biedt als antimicrobieel product bescherming tegen grampositieve en gramnegatieve bacteriën (bijvoorbeeld Staphylococcus aureus en Escherichia coli conform GB/T 31402 of ISO 22196).
Pagina 420
Onderhoud van de auto bestuurder en passagier de auto normaal gebruiken, hoeven verder geen extra voorzorgsmaatregelen te worden genomen. 2.. PETER-coatings met antibacteriële eigenschappen is gebaseerd op zilverfosfaatglas (werkzame stof CAS-nummer 308069-39-8) voor gebruik in gelakte auto-interieuronderdelen (bijvoorbeeld in de lak van de ICS-houder): Biedt als antimicrobieel product bescherming tegen grampositieve en gramnegatieve bacteriën (bijvoorbeeld Staphylococcus aureus en Escherichia coli conform ISO 22196).
Fabrikant (OEM) Ltd. NIO Hotline Zie de tabel met contactgegevens Website van NIO Zie de tabel met contactgegevens Het identificatieplaatje van de auto bevindt zich aan de rechterkant onderaan de B-stijl. Het merklogo van de auto is te vinden op de volgende plaatsen:...
Algemene informatie over de auto Instrumenten en bedieningselementen 1. Elektronische schakelaar voor de 8. Noodoproep en leeslampen binnenhandgreep 2. Bedieningspaneel ruiten 9. NOMI Slimme assistent 3. Schakelaars op de linkerkant van 10. Aanraakscherm het stuurwiel 4. Hendel voor richtingaanwijzers en 11.
Algemene informatie over de auto Waarschuwingssymbolen Naam Waarschuwingssymbool Beschrijving Gevaar! Raak compo- Waarschu- nenten onder wingssymbool hoogspanning niet hoogspanning aan. Hoogspanningscom- ponenten. Gevaar! Waarschu- Raak hoogspannings- wingssymbool componenten niet hoogspan- aan zonder bescher- ningscompo- mende uitrusting om nent 1 elektrische schokken te voorkomen.
Pagina 424
Algemene informatie over de auto laadpoort van de auto. Controleer bij het kiezen van een laadpistool altijd of het symbool op het laadpistool overeen- komt met een van de indicatoren in de laadpoort van uw voertuig: C, K of L. De spanningsbereiken behorende bij deze indicatoren zijn als...
Algemene informatie over de auto Voertuigidentificatienummer (VIN) Het voertuigidentificatienummer (VIN) staat in reliëf op de vloer onder de stoel van de voorpassagier. Het voertuigidentificatienummer (VIN) is te vinden op de volgende plaatsen: 1.. Aan de binnenkant van de motorkap 2.. Boven het uiteinde van de voorste aandrijfmotor 3..
Pagina 426
Algemene informatie over de auto U kunt het voertuigidentificatienummer (VIN) ook uitlezen met diagnosegereedschap (NIO Diagnostic System Generation II (BD2)) dat compatibel is met de auto: 1.. Sluit het diagnose apparaat aan op de diagnosepoort van de auto en schakel het diagnosegereedschap in.
Algemene informatie over de auto Identificatielabel van de aandrijfmotor Het identificatielabel van de voorste aandrijfmotor bevindt zich onder de motor. Het identificatielabel van de achterste aandrijfmotor bevindt zich aan de linkerkant onderaan van de motor.
Pagina 431
Algemene informatie over de auto 1.. Geïntegreerde gelijkstroomomvormer met hoogspanning 2.. Stekker voor HV-uitschakeling in noodgevallen 3.. Airbag 4.. Gascilinder van de gordijnairbag 5.. Structurele versteviging 6.. Gordijnairbag 7.. Laadpoort 8.. Aandrijfmotor 9.. HVAC elektrische verwarming 10.. Hoogspanningsaccu 11.. HV-stroomverdeler achteraan 12..
Pagina 432
Algemene informatie over de auto Aandrijfmotor Het elektrische aandrijfsysteem levert het vermogen van het voertuig door de gelijkstroomenergie van de hoogspanningsaccu op een regelbare manier om te zetten in een mechanisch koppel, en dit op de wielen over te brengen om het voertuig aan te drijven.
Specificaties en parameters Afmetingen van de auto Item Numerieke waarde 4790 Lengte A (mm) 4913 (met de elektrische trekhaak uitgeklapt) Breedte B (mm) (exclusief buitenspie- 1960 gels) Hoogte C (mm) 1499 Wielbasis D (mm) 2888 Spoorbreedte voor E (mm) 1685 Spoorbreedte achter F (mm) 1685 Overhang voorkant G (mm)
Specificaties en parameters Massaparameters Item 75 kWh 100 kWh Ledig massa (kg) 2140 2160 Massa van de auto in rijklare toestand (inclusief koelvloeistof, olie, brandstof, 2215 2235 gereedschap, reservewiel en bestuurd- er) (kg) Vooras: 1121 1135 Verdeling van deze massa over de assen (kg) Achteras: 1094...
Specificaties en parameters Specificaties velgen en banden Item Numerieke waarde 245/45R19 102V XL Specificaties 245/40R20 99W XL Bandenspanning (bar) 2,6 (onbelast) Wielvluchthoek -0,37±0,5° Totale wielvluchthoek voor 0±0,5° Toespoorhoek voor (per wiel) 0,21±0,1° Totale toespoorhoek 0±0,05° Naspoorhoek voor 4,17±0,5° Totale naspoorhoek voor 0±0,5°...
Pagina 436
Specificaties en parameters 1.. Productnaam 2.. Markering belastingsindex 3.. Bandenmaat Wanneer op een band de aanduiding 245/40R20 staat, betekent dit dat het loopvlak een breedte heeft van 245 mm, dat de hoogte/breedteverhouding 40% is (d.w.z. dat de hoogte van de wang 40% van de breedte van het loopvlak is), de R geeft aan dat het om een radiaalband gaat, en 20 is de wieldiameter (in inches).
Pagina 437
Specificaties en parameters 5.. Toelaatbare maximale belasting en maximale bandenspanning van de band (niet voor normaal rijden) 6.. DOT-bandidentificatienummer Deze code begint met de letters DOT, gevolgd door cijfers en letters, waarbij de eerste 2 cijfers staan voor de identificatiecode van de bandenfabriek, de daaropvolgende 2 cijfers de bandenmaat aangeven, de volgende 4 cijfers het type band aanduiden, en de laatste 4 cijfers de week en het jaar aangeven waarin de band geproduceerd is.
Specificaties en parameters Parameters voor de motor Numerieke waarde Item Voor Achter Synchrone driefasemotor Asynchrone driefasemo- Aandrijfmotortype met permanente magneet Aandrijfmotormodel YS150S001 TZ210S001 Nominaal vermogen/ koppel van de aandrijf- 30/60 70/150 motor (kW/N·m) Piekvermogen/koppel van de aandrijfmotor 150/280 210/420 (kW/N·m)
Specificaties en parameters Specificaties voor het remsysteem en de wielophanging Item Numerieke waarde Voor Achter Dikte van remblok (mm) 2,5~8,7 Voor Achter Remschijf (mm) 32~30 20~18...
Informatie over banden Bandenspanning WAARSCHUWING Een te lage of te hoge bandenspanning verhoogt het risico op ongelukken en letsel. Controleer de bandenspanning regelmatig om de rijveiligheid te garanderen. Let er bij het controleren van de bandenspanning op dat de banden koud zijn (de temperatuur van de band moet gelijk zijn aan de omgevingstemperatuur, of de band moet na een rit 3 uur afkoelen).
Pagina 442
Informatie over banden band. Als u vaststelt dat er een spijker in een van de banden zit of dat een band ernstig beschadigd is, moet u tijdig contact opnemen met het NIO Service Center voor inspectie en/of vervanging van de band.
In dit geval moet u de auto zo snel mogelijk tot stilstand brengen en onmiddellijk contact opnemen met het NIO Service Center. Op de hoofdpagina van het middendisplay kunt u op Mijn ET5 tikken om de huidige bandenspanning te controleren die door het direct- bandenspanningbewakingssysteem (dTPMS) is gedetecteerd.
Informatie over banden Sneeuwkettingen Er worden geen sneeuwkettingen bij de auto geleverd. Indien nodig kunt u die afzonderlijk aanschaffen. Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van sneeuwkettingen: • Als u ongeschikte sneeuwkettingen gebruikt, kunnen de banden, velgen en het remsysteem van de auto beschadigd raken. Controleer nauwkeurig de specificaties van de originele banden en de relevante instructies van de fabrikant van de sneeuwkettingen.
Informatie over banden Sneeuwsokken Er wordt geen AutoSock bij de EL7 geleverd, maar u kunt ze apart aanschaffen. Let goed op de volgende punten als u AutoSock gebruikt: • Bij verkeerd gebruik van AutoSock kunnen de banden en velgen, en het remsysteem van de auto beschadigd raken.
Informatie over banden Winterbanden De auto wordt geleverd met zomerbanden. In een koude omgeving zijn de rijeigenschappen van de banden minder goed, ze hebben minder grip en worden gevoeliger voor stootschade. High-performance banden kunnen bij koud weer tijdelijk stijver worden en de eerste kilometers kan rolgeluid hoorbaar zijn, tot de banden opwarmen.
Als het lek groter is dan 6 mm of wanneer de band ernstiger beschadigd is, rijd dan niet verder en neem tijdig contact op met het NIO Service Center om de band te vervangen.
Pagina 448
Informatie over banden band. Als u vaststelt dat er een spijker in een van de banden zit of dat een band ernstig beschadigd is, moet u tijdig contact opnemen met het NIO Service Center voor inspectie en/of vervanging van de band.
Pagina 449
Ga zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde werkplaats om de band te laten repareren en het bandafdichtmiddel te laten verwijderen. • Als de band met bandafdichtmiddel is gerepareerd, neem contact op met het NIO Service Center om de slang van de opblaaspomp te laten vervangen.
Zorg bij druk of fileverkeer voor voldoende afstand. Trek uw veiligheidshesje aan, stel de gevarendriehoek op, schakel de alarmknipperlichten in en neem contact op met het NIO Service Center om de band te laten vervangen. WAARSCHUWING •...
Pagina 451
Informatie over banden VOORZORG De buitenrand van de velg is voorzien van een speciale beschermende coating. Bij het verwijderen en aanbrengen van bouten, banden of velgen, moet het werkvlak van de velg naar behoren worden beschermd om te voorkomen dat het oppervlak van de velg per ongeluk door harde voorwerpen wordt bekrast.
Pagina 452
Informatie over banden 6.. Verwijder de wielbouten en vervang het wiel. Zorg er bij het monteren van het wiel voor dat de bouten zijn uitgelijnd met de montagegaten en dat de metalen kant van het wiel goed aansluit op het montagevlak. 7..
Noodgegevens voor de eigenaar De gevarendriehoek opstellen In geval van nood moet u de auto voorzichtig naar een veilige plaats rijden. Gebruik het rempedaal om de auto helemaal tot stilstand te brengen, zet de auto in de parkeerstand en schakel de alarmknipperlichten in op de middenconsole om andere bestuurders en voorbijgangers te waarschuwen.
Pagina 454
Noodgegevens voor de eigenaar Opstellen van de gevarendriehoek: 1.. Klap de steun onder de driehoek uit. 2.. Klap de zijkanten van de driehoek uit. 3.. Maak de drukknop aan de bovenkant van de driehoek vast.
(meer dan 15 meter) aanhouden. Bel daarna naar de NIO-helpdesk voor pechhulp, waarna het pechhulpteam u zo snel mogelijk komt helpen.
Pagina 456
In dat geval ziet u ook een storingsmelding op het centrale display en moet u waar nodig contact opnemen met NIO. Gegevensverwerking Het verwerken van persoonsgegevens via het eCall-boordsysteem met 112-...
Pagina 457
Noodgegevens voor de eigenaar belangen van de personen in overeenstemming met Artikel 7(d) van Richtlijn 95/46/EG (3) te beschermen. Verwerking van dergelijke gegevens is uitsluitend beperkt tot gebruik in verband met het verwerken van noodoproepen met het Europese noodnummer 112 in noodsituaties binnen de betekenis van Artikel 5(2) van Verordening (EU) 2015/758.
Pagina 458
13 uur nadat een noodoproep is geactiveerd. Neem contact op met NIO voor hulp bij het uitoefenen van de rechten van gegevensonderwerpen en voor de instantie die verantwoordelijk is voor het afhandelen van toegangsrechten.
Pagina 459
Beëindigen TPS eCall van NIO kan alleen door de TPS-provider worden beëindigd. Informeer de TPS-provider als de oproep per ongeluk is gemaakt; de TPS-provider zal de oproep voor u beëindigen.
Pagina 460
Noodgegevens voor de eigenaar Taal ingesteld op het middendisplay º Aantal passagiers º • Contactgegevens Naam gebruiker (optioneel, als de gebruiker is geregistreerd) º E-mailadres gebruiker (optioneel, als de gebruiker is geregistreerd) º Mobiel nummer gebruiker (optioneel, als de gebruiker is geregistreerd) º...
Wanneer startkabels worden gebruikt om een externe voedingsbron te initialiseren, zijn spanningsvereisten van toepassing. Neem contact op met het NIO Service Center wanneer de accu leeg is om beschadiging van de accu te voorkomen. Hoe u een auto moet starten met startkabels: 1..
Pagina 462
Noodgegevens voor de eigenaar 3.. Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op de pluspool (+) van de 12V- accu in het helpende voertuig (B). 4.. Sluit het ene uiteinde van de zwarte kabel aan op de minpool (–) van de 12V- accu van het helpende voertuig (B).
Noodgegevens voor de eigenaar Noodontgrendeling van buitenaf Als het voertuig niet op een gebruikelijke manier geopend kan worden (zoals met de sleuteltag, sleutelloze toegang, NIO-app of NFC), kunt u de noodsleutel gebruiken om het portier aan de bestuurderszijde te openen. VOORZORG Bewaar de noodsleutel niet in het voertuig.
Pagina 464
Noodgegevens voor de eigenaar 4.. Om het bestuurdersportier te vergrendelen, draait u de sleutel eerst linksom om het te ontgrendelen en daarna rechtsom. VOORZORG Als u het voertuig wilt vergrendelen met de sleuteltag wanneer u deze hebt ontgrendeld met de noodsleutel, reset dan de slotcilinder door het portier aan de bestuurderskant te ontgrendelen en vervolgens te vergrendelen, om het voertuig veilig te houden.
Noodgegevens voor de eigenaar Het portier van binnenuit openen in geval van nood Als de hele auto is vergrendeld en het portier in een noodgeval moet worden geopend (bijvoorbeeld wanneer de elektronische schakelaar op de binnenhandgreep niet werkt of de auto doordrenkt is met water), moet u één keer aan de mechanische schakelaar van de binnenhandgreep trekken om het betreffende portier te openen.
Noodgegevens voor de eigenaar De achterklep in noodgevallen openen Open het vierkante blok boven de vergrendeling vanuit de binnenzijde van de bagageruimte achterin en gebruik uw vingers om de knop in de opening te verplaatsen en de achterklep te openen.
Noodgegevens voor de eigenaar Evacuatie in noodsituaties In geval van gevaar of een noodsituatie rondom uw auto, verlaat u uw auto zo snel mogelijk en belt u de hulpdiensten terwijl u goed op uw persoonlijke veiligheid let. Botsingen Als uw auto betrokken raakt bij een ernstige botsing, maar u in staat bent om op eigen kracht uw auto te verlaten, verlaat u zo snel mogelijk uw auto en gaat u naar een veilige plek om secundair letsel te voorkomen.
De EHBO-set bevat artikelen die in noodgevallen kunnen worden gebruikt. Zie de instructies in de EHBO-set voor specifieke aanwijzingen. De EHBO-set is 5 jaar . Na de vervaldatum kunt u contact opnemen met NIO voor een nieuw exemplaar.
Nooddienst Beschermende uitrusting voor reddingsacties Het e-aandrijflijnsysteem van de auto wordt aangedreven door de hoogspanningsaccu. Na een ernstige aanrijding kan lekkage van hoogspanningsstroom of accuvloeistof optreden. Daarom moet de reddingsoperatie aan het voertuig worden uitgevoerd door professionele reddingswerkers die geschikte beschermingsmiddelen dragen om hun persoonlijke veiligheid te garanderen.
Nooddienst Het hoogspanningscircuit onderbreken: Als u het hoogspanningscircuit moet onderbreken, moet u eerst de stekker voor HV-uitschakeling in noodgevallen uittrekken (deze bevindt zich aan de linkerkant vooraan in de bagageruimte voorin) en daarna de kabel losmaken die op de minpool van de 12V-accu is aangesloten (in de bagageruimte voorin, vlakbij de voorruit).
Pagina 471
Nooddienst 4.. Koppel de kabel los van de minpool van de 12 V-accu en omwikkel deze na het losmaken in isolerend materiaal om geleiding bij onbedoeld contact te voorkomen.
Neem contact op met het NIO Service Center. Waar nodig kan de auto op een auto-ambulance worden vervoerd. De auto op de auto-ambulance takelen: 1..
Pagina 473
Nooddienst tot het sleepoog stevig vastzit (2 in de afbeelding). Het sleepoog aan de achterkant van de auto (indien voorzien) wordt op dezelfde manier bevestigd als dat aan de voorkant. 3.. Trap het rempedaal in terwijl de auto in de P-stand staat. Ga op de bedieningsbalk onderaan het middendisplay naar de pagina Instellingen en tik op Rijden/Parkeren >...
Pagina 474
Nooddienst parkeerrem los te zetten, kan het voertuig over een zo kort mogelijke afstand worden verplaatst met behulp van wieldollies of een platformlier. • Trap het rempedaal of het gaspedaal niet hard in terwijl u op het middendisplay de Neutraalstand verlaat. •...
Nooddienst Reddingsactie bij een te water geraakt voertuig VOORZORG Bij het doorwaden van ondergelopen wegen is het aanbevolen om niet gedurende lange tijd in diep water te rijden (bij voorkeur niet hoger dan de bodemplaat van de accu). Anders kunnen de hoogspanningscomponent van de auto beschadigd raken.
Nooddienst Reddingsactie bij een brandend voertuig WAARSCHUWING • Raak geen enkel deel van het voertuig direct aan in geval van brand. Alle reddingsacties moeten worden uitgevoerd door professionals met gepaste beschermende uitrusting. • Het gas opgeslagen in de gordijnairbagcilinder en in de tank van de hogedrukluchtvering kan mogelijk uitzetten en ontploffen bij hoge temperaturen.
Nooddienst Reddingsactie bij een voertuig met acculekkage WAARSCHUWING Als lekkage van de hoogspanningsaccu door een botsing wordt veroorzaakt, dient de reddingsactie uitgevoerd te worden door professionals die gebruik maken van beschermende gezichtschermen en chemicaliënbestendige handschoenen. Raak de vloeistoffen nooit direct aan. Als de hoogspanningsaccu lekt, kan deze warmte genereren en zelfs brand veroorzaken.
Nooddienst Zone voor snijden en knippen door de hulpdiensten WAARSCHUWING Indien snijwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door professionele reddingswerkers, dienen deze gebruik te maken van geschikt gereedschap (zoals een hydraulische schaar) en een gepaste beschermende uitrusting om ernstig letsel te voorkomen. Wanneer snijden of knippen door de hulpdiensten noodzakelijk is, moeten geschikte gereedschappen worden gebruikt.