uuDe schakelaars rondom het stuurwiel bedienenuRuitenwissers en ruitensproeiers
■
Achterruitwisser/-sproeier
INT: Interval
ON: Continu wissen
OFF
Sproeier
■
Werking tijdens achteruitrijden
Wanneer u de transmissie naar de stand
werkt de achterruitwisser automatisch als volgt, zelfs al is de schakelaar ervan uitgeschakeld.
Stand voorruitwisser
INT
*1
(interval)
AUTO
*2
(interval)
LO (langzaam wissen)
HI (snel wissen)
*1: Modellen met ruitenwissers met handmatig wisinterval
*2: Modellen met ruitenwissers met automatisch wisinterval
234
De achterruitwisser en -sproeier kunnen worden
gebruikt wanneer de voedingsmodus op AAN staat.
■
Wisserschakelaar (OFF, INT, ON)
Wijzig de instelling van de wisserschakelaar aan de
hand van de hoeveelheid regen.
■
Sproeier (
)
Sproeit wanneer u de schakelaar naar deze stand
draait.
Houd de schakelaar vast om de ruitenwisser te
activeren en de sproeier te laten sproeien. Wanneer
u de schakelaar loslaat, stopt het sproeien en keert
de achterruitwisser na een paar wisslagen terug
naar de gekozen schakelaarstand.
(
R
schakelt terwijl de voorruitwissers geactiveerd zijn,
Werking achterruitwisser
Interval
Continu