SA 07.2 – SA 16.2 /SAR 07.2 – SAR 16.2
AM 01.1/AM 02.1
Informatie
12.2.2.
Motorbeveiliging (thermische bewaking)
Tabel 26:
Secundaire zekering F3 (interne 24 V DC voeding)
G-zekering overeenkomstig IEC 60127-2/III
Afmetingen
Uitgangsspanning (voedingsadapter) = 24 V
Uitgangsspanning (voedingsadapter) = 115 V
Tabel 27:
Secundaire zekering F4 (interne AC voeding)
G-zekering overeenkomstig IEC 60127-2/III
Afmetingen
Uitgangsspanning (voedingsadapter) = 24 V
Uitgangsspanning (voedingsadapter) = 115 V
1)
Zekering voor: verwarming huis van de aandrijving, aansturing magneetschakelaars, PTC-tripping
device (alleen bij 24 V AC), bij 115 V AC tevens stuursignaalingangen OPEN, STOP, DICHT
Zekeringen uitsluitend door zekeringen van hetzelfde type en met een gelijke waarde
vervangen.
→ Na het vervangen van de zekeringen de lokale bedieningseenheid weer monteren.
Beschadiging van kabels door verdraaien of inklemmen!
Functiestoringen mogelijk.
De lokale bedieningseenheid max. 180° draaien.
De lokale bedieningseenheid voorzichtig monteren om geen kabels in te
klemmen.
Ter bescherming tegen oververhitting en ontoelaatbaar hoge oppervlaktetemperaturen
van de aandrijving zijn in de motorwikkelingen PTC-weerstanden of thermoknopen
geïntegreerd. De motorbeveiliging wordt aangesproken zodra de maximaal toegestane
temperatuur van de wikkelingen is bereikt.
De aandrijving wordt gestopt en de signaallamp "Verzamelstoringsmelding" op de
lokale bedieningseenheid brandt.
De motor moet nu eerst afkoelen.
Uitvoering met thermoknopen (standaard)
Na het afkoelen van de motor (signaallamp "Verzamelstoringsmelding" gaat uit) kan
de aandrijving weer worden aangestuurd.
Uitvoering met thermoknopen en extra thermisch overstroomrelais in de
besturing (optie)
Voordat de aandrijving weer kan worden geactiveerd dient de foutmelding
(signaallamp "Verzamelstoringsmelding") te worden gereset. De reset wordt via het
in de besturingseenheid voor de aandrijving ingebouwde overstroomrelais uitgevoerd.
Daarvoor dient het deksel van de besturingseenheid te worden verwijderd en het
relais te worden ingedrukt. Het relais bevindt zich op de magneetschakelaars.
Uitvoering met PTC-weerstanden (optie)
Voordat de aandrijving weer kan worden geactiveerd dient de foutmelding
(signaallamp "Verzamelstoringsmelding") te worden gereset. De reset wordt via de
keuzeschakelaarstand Reset op de lokale bedieningseenheid uitgevoerd.
Verhelpen van storingen
F3
5 x 20 mm
500 mA T; 250 V
500 mA T; 250 V
1)
F4
5 x 20 mm
1,0 A T; 250 V
1,6 A T; 250 V
0,4 A T; 250 V
AUMA art.nr.
K001.183
K001.183
AUMA art.nr.
K004.831
K003.131
K003.021
67