Zodra de iBR-hendel wordt losgela-
ten en de gashendel wordt ingetrok-
ken om naar voorwaartse stuw-
kracht te schakelen, zal de snel-
heidsperkende functie de snelheid
van de waterscooter opnieuw be-
perken tot de eerder ingestelde
snelheid.
Voorwaarden voor activering van
de modus snelheidsbegrenzer
De modus snelheidsbegrenzer kan
geactiveerd worden wanneer het
vaartuig sneller gaat dan 15 km/h.
OPMERKING: De modus snelheids-
begrenzer is niet beschikbaar indien
de trage-snelheidsmodus is inge-
schakeld.
Modus snelheidsbegrenzer
activeren
1.
Houd een constante snelheid
aan.
2.
Druk op de knop snelheidsre-
geling op het linkertoetsenpa-
neel.
1. Knop snelheidsregeling
U hoort een pieptoon, die aangeeft
dat u nu in modus snelheidsbegren-
zer bent, en een indicatorlichtje
voor de MODUS snelheidsregeling
gaat branden.
TYPISCH
OPMERKING: Een ingeschakelde
modus snelheidsbegrenzer beperkt
enkel de maximaal beschikbare
snelheid wanneer de gashendel
wordt ingedrukt. De gashendel
moet ingedrukt worden gehouden
om de voorwaartse snelheid te
handhaven. Zodra de functie snel-
heidsbegrenzer is geactiveerd kan
de kruissnelheid van de waterscoo-
ter met de gashendel worden ge-
wisseld van stationair tot de inge-
stelde snelheid. De snelheid van
de waterscooter kan verschillen
naargelang de omstandigheden op
het water.
Modus snelheidsbegrenzer
deactiveren
De modus snelheidsbegrenzer de-
activeren:
1. Laat de gashendel los.
2. Houd de SPEED CTRL knop in-
gedrukt of druk op de knop
MODUS.
Dat de modus snelheidsbegrenzer
is gedeactiveerd wordt aangegeven
door:
-
Het indicatorlichtje snelheidsbe-
grenzer gaat uit.
OPMERKING: Als de gashendel
niet helemaal wordt losgelaten
wanneer de knop wordt ingedrukt
om de modus snelheidsbegrenzer
te deactiveren, blijft het indicator-
BEDRIJFSMODI
93