BEDIENINGSELEMENTEN
TYPISCH
1. iBR-hendel
2. Hendel in ontspannen stand
3. 25% van het bewegingsbereik nodig
om de iBR-functies te activeren
4. Gebruiksbereik
Bij snelheden boven de 15 km/h
schakelt u de rem in door aan de
iBR-hendel te trekken.
OPMERKING: Als de waterstro-
ming 15 km/h of meer is, kan ach-
teruit niet worden ingeschakeld als
de snelheidsdrempel voor achteruit
wordt overschreden.
Bij snelheden onder de 15 km/h
schakelt u de achteruitversnelling
in door aan de iBR-hendel te trek-
ken.
Wanneer u de iBR-hendel loslaat
na een rem- of achteruitmanoeuvre
wordt neutraal ingeschakeld.
WAARSCHUWING
Als de gashendel nog is inge-
trokken wanneer de iBR-hendel
wordt losgelaten, wordt na een
korte pauze een voorwaartse
beweging ingezet. Laat de gas-
hendel los als u niet voorwaarts
wilt optrekken.
OPMERKING: De neutrale stand
kan afgesteld worden door het iBR-
systeem te regelen.
Raadpleeg BEDIENINGSINSTRUC-
TIES voor nadere aanwijzingen.
54
4) Motoruitschakelaar
De motoruitschakelaar bevindt zich
in het midden van het stuur
TYPISCH
1. Motoruitschakelaar
Om de motor te kunnen starten,
moet de bindsnoerplug goed op de
motoruitschakelaar geklikt zitten.
WAARSCHUWING
Bevestig de bindsnoerclip altijd
aan het reddingsvest van de
bestuurder of aan de pols
(polsband vereist).'
TYPISCH
1. Bindsnoerplug op de motoruitschakelaar
2. Bindsnoer bevestigd aan het reddings-
vest van de bestuurder
Om de motor stil te leggen trekt u
de bindsnoerplug uit de motoruit-
schakelaar.