STALLING
Stalling - Stalling
Hieronder vindt u een lijst met beschermende maatregelen
die moeten worden uitgevoerd als u de tractor langdurig
wilt stallen:
1. Reinig de tractor grondig. Werk indien nodig de lak bij
om roestvorming te voorkomen.
2. Controleer de tractor op versleten of beschadigde
onderdelen. Breng naar behoefte nieuwe onderdelen
aan.
3. Zet de hefarmen hydraulisch in de hoogste stand, zo-
dat de zuiger van de hefinrichting in de volledig uitge-
schoven stand staat. Hierdoor wordt de cilinder met
olie gevuld en worden de oppervlakken van de cilin-
derwanden beschermd tegen corrosie.
4. Smeer de tractor.
5. Vul de brandstoftank met diesel nr. 1.
LET OP: Gebruik geen diesel nr. 2 voor winterstalling, van-
wege de afscheiding van wasdeeltjes en het stollen bij lage
temperatuur.
6. Open de aftapklep van de radiateur en het motorblok.
Spoel het systeem, sluit de aftapkleppen en vul met
een oplossing van 50% permanente antivries en 50%
schoon water.
7. Verwijder de accu en maak deze grondig schoon. Zorg
dat hij volledig geladen is en dat het elektrolytniveau
correct is. Bewaar de accu op een koele, droge plaats
bij temperaturen boven nul en laad hem regelmatig op
tijdens de opslag.
8. Plaats blokken onder de assen van de tractor om het
gewicht van de banden te halen.
9. Dek de opening van de uitlaat af.
10. Trap het koppelingspedaal in, schakel de vergrende-
ling (1) in met de pen (2) op het koppelingspedaal.
Als het koppelingspedaal wordt vergrendeld in deze
stand, wordt de koppelingsplaat gescheiden van het
vliegwiel.
OPMERKING: De linker zijafscherming moet worden ver-
wijderd om toegang te verschaffen tot de vergrendeling van
het koppelingspedaal.
7 - ONDERHOUD
7-50
1
93099363