Inbedrijfname – Instelling
Draaien, tot de druk in de klepstand -
steller is opgebouwd en het ventiel iets
voorbij de blokkeerstand open gaat.
Indrukken, om de blokkeerstand op te
heffen
draaien Code 0
Indrukken, codegetal 0
knippert Draaien AUtO
Indrukken
De regelaar gaat naar automatisch
bedrij f. Getoond wordt de actuele ven-
tielstand in %.
Opmerking: Wanneer de regelaar tij dens
automatisch bedrij f neigt tot pendelen,
moeten de regelparameters K
worden bij gesteld. Daarbij moet als volgt
te werk worden gegaan:
– T
(code 18) op 4 instellen.
V
– K
(code 17) verkleinen, tot er een
P
stabiel gedrag van de klepstandsteller
ontstaat.
Nulpuntcorrectie
Wanneer het proces het mogelij k maakt,
moet aansluitend een nulpuntsinregeling
conform paragraaf 7.7 worden uitgevoerd.
7.7
Nulpunt inregelen
Bij onregelmatigheden bij de gesloten
stand, bij v. bij zacht afdichtende kleppen
kan het nodig zij n, het nulpunt opnieuw in
te stellen.
64
EB 8384-5 NL
en T
iets
P
V
OPGELET!
Het ventiel gaat bij de nulpuntsinregeling
kortstondig van de actuele slag-/draai-
hoekstand in de gesloten stand.
Opmerking: om een nulpuntsinregeling te
kunnen uitvoeren, moet de klepstandstel-
ler op de pneumatisch hulpenergie zij n
aangesloten.
Confi guratie vrij geven:
Draaien Code 3, weergave: No
Indrukken, codegetal 3 knippert
Draaien YES
Indrukken, weergave
Nulpuntsinregeling uitvoeren:
draaien Code 6
Indrukken, codegetal 6
knippert Draaien ZP
INIT-toets bedienen!
De nulpuntsinregeling wordt gestart, de
klepstandsteller stuurt het regelventiel
in de DICHT-stand en stelt het interne
elektrische nulpunt opnieuw in.
Init-modus
Standaard MAX