Opmerking: Het is niet mogelijk om deze optie te gebruiken voor ingangen die
aan het laatste ingangsnummer zijn toegewezen.
4.1.n.6.8 Deurbel
8 Deurbel
>Uit<
Als de optie Deurbel is ingesteld, kan de ingang worden uitgeschakeld en
afhankelijk van de "8.8.2 Deurbel" instellingen (zie pagina 168), kan dit een kort
signaal activeren op:
•
De GI zoemers op alle GI's die zijn toegewezen tot de betrokken gebieden
•
De interne sirene die is toegewezen aan de betreffende gebieden
4.1.n.6.9 Soaktest
9 Soaktest
>Nee<
De ingang kan worden ingeschakeld in de soaktestmodus voor
diagnosedoeleinden. De ingang in soaktest genereert geen alarmen op het
systeem maar de activering wordt bijgehouden in een logboek. Deze ingang
wordt niet gecontroleerd bij een inschakeling.
4.1.n.6.10 Installateurslooptest
10 Instal loopt
>Nee<
Als deze optie is ingesteld op Ja, wordt de ingang meegenomen in de
installateurslooptest. Zie "1.2.5 Looptest" op pagina 52 voor meer informatie.
4.1.n.6.11 Gebruikerslooptest
11>Gebr looptst
>Ja<
Als deze optie is ingesteld op Ja, wordt de ingang opgenomen in de
gebruikerslooptest. Zie "1.2.5 Looptest" op pagina 52 voor meer informatie.
4.1.n.6.12 Trildetector
12 Trildetector
>Nee<
Met deze optie wordt de functionaliteit van de trildetector geactiveerd. Indien
deze optie is ingesteld op Ja, werkt de ingang aan de hand van de instellingen
die zijn geconfigureerd in "4.1.n.7 Trildetector" 109.
Alleen de eerste acht ingangen op de centrale en de eerste acht op de
opsteekmodule ondersteunen deze optie.
Advisor Advanced Installatie- en Programmeerhandleiding
103