151
12. Tik stevig op de zijkanten van de elektrode om er zeker van te zijn dat er geen luchtbellen in de dop
zitten. Houd de elektrode een paar uur in water om te acclimatiseren.
13. Kalibreer vóór installatie.
21.2. ALGEMENE INSTALLATIEOVERWEGINGEN
• Elektrodes kunnen eenvoudig worden geïnstalleerd met behulp van de ¾" NPT externe schroefdraad.
• Installeer de elektrode niet ondersteboven.
• Draai de elektrode met de hand op zijn plaats. Draai vervolgens, afhankelijk van het proces, een of twee
slagen vast met een sleutel om vast te zetten. Overschrijd de koppelspecificatie van 10 N•m (7,3 lb-ft)
voor de elektrodenensor niet.
• De sensor verbruikt zuurstof. Zorg voor voldoende waterbeweging (ongeveer 0,03 m/sec.) langs het
detectiegebied, ongeacht het installatietype, om plaatselijke zuurstofuitputting en foutief lage meet-
waarden te voorkomen.
• Het membraan moet bevochtigd blijven om te voorkomen dat waterdamp het membraan passeert en de
elektrolyt uitput.
• Bescherm de elektrode en het membraan tegen sterke stroming om onstabiele metingen te voorkomen.
In turbulente beluchtingsbassinsinstallaties plaatst u de elektrode in een stuw voor nauwkeurigere
metingen.
• Bescherm het membraan tegen stompe voorwerpen.
• Houd het membraan schoon om een vrije uitwisseling van zuurstof mogelijk te maken.
• Vermijd snelle stroomsnelheden (risico op cavitatie) en langzame stroomsnelheden (risico op zuur-
stofuitputting).
• Er moeten voorzieningen worden getroffen voor het verwijderen van de elektrode uit het proces. Houd
bij het kiezen van de plaatsing rekening met de toegankelijkheid van de elektrode voor onderhoud.
21.3. INSTALLATIESCHEMA'S EN MONTAGEACCESSOIRES
21.3.1. Afmetingen elektrode
Ø 17 mm (0.7")
3/4'' NPT
30 mm (1.2")
53 mm (2.0")
HI7640-18zz galvanische DO-elektrode met aangesloten kabel
Opgelost zuurstof meten met galvanische elektrode
3/4'' NPT
165 mm (6.5")