Klimaatregeling
Elektronische klimaatregeling, ECC (optie)
Bedieningspaneel
1.
Auto
2.
Ventilator
3.
Recirculatie/"Interior Air Quality
System"
4.
Ontwaseming
5.
Luchtverdeling
6.
A/C, Aan/Uit (ON/OFF)
7.
Elektrische stoelverwarming, links
8.
Elektrische stoelverwarming, rechts
9.
Elektrische achterruit- en buitenspiegel-
verwarming
10. Temperatuurknop
70
Functies
1. Auto
Bij activering van de AUTO-
functie wordt de klimaatre-
geling automatisch
dusdanig ingesteld dat de
gewenste temperatuur
wordt bereikt. De automa-
tische functie regelt de verwarming, de
airconditioning, de ventilatorsnelheid, de
recirculatie en de luchtverdeling. Als u een of
meer handmatige functies selecteert, worden
de overige functies nog steeds automatisch
geregeld. Alle handmatige instellingen
worden uitgeschakeld, wanneer u de AUTO-
functie activeert. Op het display verschijnt
AUTOM. KLIMAAT.
2. Ventilator
U kunt de snelheid waarmee
de ventilator draait verhogen
of verlagen door aan de
knop te draaien. De ventila-
torsnelheid wordt automa-
tisch geregeld, als u AUTO
selecteert. De eerder ingestelde ventilator-
snelheid wordt dan genegeerd.
N.B. Als u de knop zo ver linksom draait dat
de ventilatorindicatie op het display uitgaat,
zijn de ventilator en de airconditioning uitge-
schakeld. Het display geeft het ventilator-
lampje en OFF weer.