Controle- en waarschuwingslampjes
Controlelampjes, linkerzijde
1. Storing in
uitlaatgasreinigingssysteem
Rijd de auto naar een erkende
Volvo-werkplaats om het
systeem te laten controleren.
2. Storing in ABS
Als het lampje brandt, werkt het
systeem niet. Het normale
remsysteem van de auto werkt
dan nog wel, zij het zonder ABS-
regeling.
– Breng de auto op een veilige plaats tot
stilstand en zet de motor af.
– Start de motor opnieuw.
– Als het lampje echter blijft branden, moet
u de auto naar een erkende Volvo-
werkplaats rijden om het ABS-systeem te
laten controleren.
3. Mistachterlicht
Dit lampje brandt wanneer u het
mistachterlicht hebt
ingeschakeld.
4. Stabiliteitssysteem STC of DSTC
Het knipperende lampje geeft
aan dat het stabiliteitssysteem
werkt.
5. Geen functie
6. Voorgloeifunctie motor (diesel)
Het lampje brandt als de motor
wordt voorverwarmd. De voorver-
warming start als de temperatuur
lager wordt dan -2 °C. De auto
kan worden gestart als het lampje
gedoofd is.
7. Laag peil in brandstoftank
Als dit lampje gaat branden zit er
bij benzinemodellen nog
ongeveer 8 liter en bij dieselmo-
dellen nog 7 liter brandstof in de
tank.
Instrumenten, schakelaars en bediening
Controlelampjes, rechterzijde
1. Controlelampje voor aanhanger
Het lampje knippert, wanneer u
de richtingaanwijzers op de auto
en de aanhanger gebruikt. Als het
lampje niet knippert, is één van de
lampen op de auto of de
aanhanger defect.
2. Handrem aangetrokken
Het lampje brandt, wanneer de
handrem is aangetrokken. Haal
de handremhendel bij het
aantrekken altijd volledig
omhoog.
41