MOTOR ACCELEREERT ONVOLDOENDE OF MIST VERMOGEN (vervolg)
5. Zwakke vonk.
– Zie MOTOR SLAAT OVER, DRAAIT ONREGELMATIG in dit hoofdstuk.
6. Storing in het motorbeheersysteem gedetecteerd (controleer of het motor-
verklikkerlichtje BRANDT).
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
7. Injectoren verstopt.
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
8. Brandstofdruk laag.
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
9. Water in de brandstof.
– Aftappen en vervangen.
DE BOOT BEREIKT ZIJN TOPSNELHEID NIET
1. Waterinlaat jetpomp verstopt.
– Voer de REINIGING VAN DE JETPOMP-WATERINLAAT EN IMPELLER uit
volgens de beschrijving in de SPECIALE PROCEDURES.
2. Impeller beschadigd of slijtring versleten.
– Neem contact op met een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
3. Defecte compressor of intercooler (255 motor).
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
4. Storing in het motorbeheersysteem gedetecteerd (controleer of het motor-
verklikkerlichtje BRANDT).
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
AANDRIJFSYSTEEM MAAKT ABNORMAAL GELUID
1. Wier of afval zit vast rond impeller.
– Voer de REINIGING VAN DE JETPOMP-WATERINLAAT EN IMPELLER uit
volgens de beschrijving in de SPECIALE PROCEDURES.
2. Impelleras of aandrijfas beschadigd.
– Neem contact op met een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
WATER IN HET RUIM
1. De aftapplug(gen) is (zijn) niet vastgedraaid.
– Draai de aftappluggen vast.
2. Defecte spuitgatklep.
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
3. Uitlaatsysteem lekt.
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
4. Versleten koolstofring aan de aandrijfas.
– Raadpleeg een erkende Sea-Doo sportbootdealer.
RICHTLIJNEN VOOR HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
______________
129