Productoverzicht
Gebeurtenissen en acties zijn genummerd en in paren
gekoppeld (statussen). Dit betekent dat actie [0] wordt
uitgevoerd wanneer gebeurtenis [0] heeft plaatsgevonden
(de waarde TRUE heeft gekregen). Hierna worden de
omstandigheden van gebeurtenis [1] geëvalueerd en bij de
evaluatie TRUE wordt actie [1] uitgevoerd, enz. Er wordt
steeds slechts één gebeurtenis geëvalueerd. Als een
gebeurtenis wordt geëvalueerd als FALSE gebeurt er niets
(in de SLC) tijdens het huidige scaninterval en zullen er
geen andere gebeurtenissen worden geëvalueerd. Dit
betekent dat bij het starten van de SLC gebeurtenis [0] (en
enkel gebeurtenis [0]) tijdens elk scaninterval zal worden
geëvalueerd. Alleen als gebeurtenis [0] is geëvalueerd als
TRUE voert de SLC actie [0] uit en begint hij met het
evalueren van gebeurtenis [1]. Er kunnen 1 tot 20 gebeurte-
nissen en acties worden geprogrammeerd.
Nadat de laatste gebeurtenis/actie is geëvalueerd, begint de
cyclus opnieuw vanaf gebeurtenis [0]/actie [0].
Afbeelding 2.5 toont een voorbeeld met drie gebeurte-
nissen/acties.
Afbeelding 2.5 Voorbeeld – interne stroomregelaar
®
VLT
Decentral Drive FCD 302 Design Guide
®
MG04H110 – VLT
is gedeponeerd handelsmerk van Danfoss
Comparatoren
Comparatoren worden gebruikt om continue variabelen
(zoals uitgangsfrequentie, uitgangsstroom, analoge ingang)
te vergelijken met een vaste ingestelde waarde.
Par. 13-11
Comparator Operator
Par. 13-10
Comparator Operand
=
TRUE longer than.
Par. 13-12
Comparator Value
. . .
. . .
Afbeelding 2.6 Comparatoren
Logische regels
Combineer maximaal drie booleaanse ingangen (TRUE/
FALSE-ingangen) van timers, comparatoren, digitale
ingangen, statusbits en gebeurtenissen die de logische
operatoren AND, OR en NOT gebruiken.
Par. 13-41
Logic Rule Operator 1
Par. 13-40
Logic Rule Boolean 1
Par. 13-42
Logic Rule Boolean 2
. . .
. . .
Par. 13-44
Logic Rule Boolean 3
Afbeelding 2.7 Logische regels
2
Par. 13-43
Logic Rule Operator 2
. . .
. . .
13
2