4.16
Digitale interfaces
4.16.1
Functie van de interfaces
4.16.2
Interfaces aansluiten
8018015/AE00/V3-0/2019-10 | SICK
Wijzigingen en correcties voorbehouden
De digitale interfaces van de S700 zijn seriële interfaces (RS232C/V.24).
●
Via de interface #1 kan een afstandsbesturing worden ingesteld: de S700 ontvangt com-
●
mando's en verstuurt op commando via de interface meetresultaten en statusmeldin-
gen. Deze optie is mogelijk via het bedrijf
– met de optie "beperkt
blz.
159)
– met de Modbus-functies voor afstandsbesturing
bus", blz.
165).
Interface #2 is bestemd voor de output van meet- en kalibratiegegevens en statusmel-
●
dingen.
Als er een interface moet worden gebruikt:
Verbind het externe apparaat met de betreffende interface van de S700
1
blz.
65; meer informatie
Stel de interfaceparameters van de S700 en van het aangesloten apparaat zo in dat
2
deze identiek zijn
(zie "Digitale interfaceparameters", blz.
Voor interface #2: selecteer of de S700 bepaalde gegevens automatisch moet uitgeven
3
(zie "Digitale meetgegevens uitgeven", blz.
Een seriële interface functioneert alleen als de interfaceparameters van alle aange-
●
sloten apparaten overeenstemmen.
Met een functie kan de data-output worden getest
●
ten (hardware-test)", blz.
Afb. 18: Connector X2 (interfaces)
GND
TXD
EF
X2
1
2
GND
RXD
AANWIJZING:
Maximale piekspanning aan de digitale interfaces = ±15 V
AK-protocol"(zie "Afstandsbesturing met "AK-protocol"",
zie "Interfaceverbinding tot stand brengen", blz.
102).
121).
RS 232 C #1
RXD
RTS
CTS
DTR DSR
EF
EF
EF
EF
3
4
5
6
TXD
CTS
RTS DSR DTR
INSTALLATIE
(zie "Afstandsbesturing met Mod-
101).
(zie "Elektronische uitgangen tes-
RS 232 C #2
GND
TXD
RXD
RTS
EF
EF
EF
7
8
9
10
GND
RXD
TXD
CTS
G E B R U I K S A A N W I J Z I N G | S700
4
(zie afb. 18,
203).
CTS
EF
EF
11
12
RTS
65