Alarmtoestand: lage PIP
Actief in alle modi behalve HFO, NHFOV en O2-therapie
Alarmtype: Visueel en akoestisch
Vergrendelend: ja
Definitie:
Voor CPAP. CMV, PSV, PTV en SIMV
1. De proximale druk moet tijdens de inspiratieperiode stijgen van onder naar boven de alarmgrens voor lage
PIP en moet boven de grens blijven die is ingesteld voor de inspiratieperiode.
Voor NIPPV en NIPPVtr
1. Het alarm Lage PIP wordt gedeactiveerd als het verschil tussen de PIP en PEEP wordt ingesteld op 6 mbar
of minder.
2. Als het verschil tussen de PIP en PEEP meer dan 6 mbar bedraagt, geldt het volgende:
a. Als RR 50 BPM of meer is, gaat het alarm af na 5 cycli van het beademingsapparaat.
b. Als RR minder dan 50 BPM is, gaat het alarm af na 2 cycli van het beademingsapparaat.
Reactie beademingsapparaat: Het beademingsapparaat geeft dit alarmbericht weer.
Reactie gebruiker: controleer de patiënt. Controleer het beademingscircuit. Pas de beademingsparame-
ters of de grens voor lage PIP aan.
Alarmtoestand: lage druk
Actief in alle modi
Alarmtype: Visueel en akoestisch
Vergrendelend: ja
Definitie: Als de proximale druk lager is dan het drukniveau Lage PEEP, wordt dit alarm gegenereerd.
Reactie beademingsapparaat: Als de proximale druk lager is dan het ingestelde drukniveau Lage PEEP, geeft het
beademingsapparaat dit alarmbericht weer. Als de gemiddelde druk tot onder nul, geeft de bewaking de controller
opdracht om de beademing stop te zetten. Als dat mislukt, grijpt het bewakingssubsysteem in en zet het
de beademing zelf stop.
Reactie gebruiker: controleer de patiënt. Controleer het beademingscircuit. Pas de beademingsparame-
ters of de grens voor lage PEEP aan.
Alarmtoestand: verandering MAX. druk
Alleen actief in HFO+CMV
Alarmtype: Visueel en akoestisch
Vergrendelend: ja
Definitie: Na een wijziging van de instelling van het beademingsapparaat worden de maximale en minimale
druk tijdens de inspiratie- en expiratiefase vastgelegd.
Voor activering van dit alarm moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
Voorwaarde 1:
1 - De vastgelegde maximale expiratiedruk moet minder dan 10 mbar bedragen
2 - De maximale druk tijdens de inspiratiefase moet meer dan 5 mbar afwijken van de vastgelegde waarde
Voorwaarde 2:
2 - De maximale druk tijdens de expiratiefase moet meer dan 5 mbar afwijken van de vastgelegde waarde
Reactie beademingsapparaat: Als aan de voorwaarden van scenario 1 of 2 is voldaan, geeft het
beademingsapparaat dit alarmbericht weer.
Reactie gebruiker: controleer de patiënt. Controleer het beademingscircuit. Pas de beademingsparame-
ters of druk op Auto set.
Technische gegevens
Alarmbericht: Drukverandering gedetecteerd
203
Alarmbericht: Lage PIP
Alarmtype: patiënt
Alarmclassificatie: 16
Prioriteit alarm: hoog
Alarm stil te zetten: ja
Alarmbericht: Lage druk
Alarmtype: patiënt
Alarmclassificatie: 17
Prioriteit alarm: hoog
Alarm stil te zetten: ja
Alarmtype: patiënt
Alarmclassificatie: 18
Prioriteit alarm: hoog
Alarm stil te zetten: ja