Gebruik op het veld
5.3.18.3 Reinigen van de spuit bij een geleegde tank
Reinigen:
Voorwaarde vulpeil in de tank < 1% (bij voorkeur
tank leeg).
1. Pomp met 450 min
2.
Start het reinigen.
→
Hoofd- en hulproerwerk worden gespoeld,
reiniging binnenzijde tank ingeschakeld.
→
De reinigingsprocedure wordt automatisch
beëindigd.
Bij machines met DUS wordt automa-
tisch ook de spuitleiding gereinigd.
Tank leegmaken:
3.
Schakel het spuiten in.
Schakel de spuitfunctie tijdens het rijden
minstens 10 maal in en uit.
Spuit de spuit leeg.
4.
Schakel het spuiten uit.
5. Herhaal stap 1 t/m 3 een à twee keer.
→
De machine is schoon!
6. Tap een eventuele uiteindelijk resthoeveel-
heid via de aftapkraan (Afb. 91/K) op het
veld af.
7. Zuig- en persfilter reinigen.
Speciale werkwijze bij het kritisch verwisse-
len van het spuitmiddel:
8. Vul spoelwater bij.
9. Herhaal stap 1 t/m 6.
72
-1
aandrijven.
Afb. 90
Afb. 91
Afb. 92
Software AMABUS BAG0117.1 02.14