TYPISCH - IN DE OMGEKEERDE RICHTING
STUREN IN ACHTERUIT
LET OP In achteruit stuurt u
in de omgekeerde richting dan in
vooruit. Om de achtersteven van
de waterscooter in achteruit naar
bakboord (links) te sturen, draait u
het stuur naar stuurboord (rechts).
Om de achtersteven van de water-
scooter naar stuurboord (rechts) te
sturen, draait u het stuur naar bak-
boord (links). De werking in achter-
uit dient in open water te worden in-
geoefend om volkomen vertrouwd
te raken met de bedieningselemen-
ten en het stuurgedrag van de wa-
terscooter alvorens in een krappe
omgeving te werken.
Schakelen en remmen
Enkel modellen uitgerust met iBR
– De motor moet draaien om de
rem te kunnen gebruiken.
– De rem heeft enkel effect bij be-
wegingen in vooruit, ze heeft
geen effect op bewegingen in
achteruit.
– De rem kan niet verhinderen dat
uw waterscooter door stroming
of wind kan afdrijven.
De remfunctie kan enkel worden in-
geschakeld bij voorwaartse werking
op of boven de snelheidsdrempel van
8 km/h.
De rem wordt ingeschakeld en ge-
regeld als de iBR-hendel links op het
stuur minstens voor 25 % van het be-
wegingsbereik van de hendel wordt
ingetrokken.
smo2009-002-202_a
TYPISCH - iBR-HENDEL
1. iBR-hendel
2. Hendel in losgelaten stand
3. Stand op ongeveer 25 %
4. Bedrijfsbereik
Remmen dient in open water bij
geleidelijk hogere snelheden te
worden ingeoefend om volkomen
vertrouwd te raken met de bedie-
ningselementen en het stuurge-
drag van de waterscooter.
_______________
BEDIENINGSINSTRUCTIES
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
87