LET OP Als de motor uit het
water draait, kan de warmtewissel-
aar in de rijplaat erg heet worden.
Vermijd elke aanraking met de rij-
plaat om brandwonden te voorko-
men.
1. Zet de dissel omhoog en blokkeer
deze zodra de bumperrail hori-
zontaal staat.
2. Open het zadel.
3. Koppel een tuinslang aan op de
spoelkoppeling van het uitlaatsys-
teem.
Raadpleeg
TEEM in dit hoofdstuk en volg de
procedure.
MERK OP
– Laat de motor nooit draaien zon-
der het uitlaatsysteem van water
te voorzien. Gebrek aan koeling
kan het uitlaatsysteem zwaar be-
schadigen.
– Laat de motor nooit langer dan
2 minuten draaien. De pakking
van de aandrijflijn wordt niet ge-
koeld wanneer de waterscooter
uit het water is.
4. Laat de motor reeds in de norma-
le gebruikstoestand 30 seconden
lang stationair draaien en leg de
motor dan stil.
5. Wacht minstens 30 seconden tot
de olie zich in de motor heeft gezet,
trek de peilstok dan uit en veeg hem
proper.
UITLAATSYS-
______________
smo2011-003-010_a
TYPISCH - RXT iS AFGEBEELD
1. Locatie van de oliepeilstok
6. Plaats de peilstok terug en duw hem
helemaal naar binnen.
7. Verwijder de peilstok opnieuw en
lees het oliepeil af. Dat moet tussen
de merktekens MAX en TOEVOE-
GEN liggen.
lmr2007-053-100_a
1. Max. (Full)
2. Toevoegen
3. Bedrijfsbereik
8. Voeg olie bij tot het peil dat tussen
de merktekens moet liggen.
Olie toevoegen:
– Schroef de oliedop los.
– Plaats een trechter in de olievulope-
ning.
– Vul de olietank bij tot het juiste ni-
veau.
OPMERKING: Niet te veel bijvullen.
ONDERHOUDSPROCEDURES
119