HOOFDSTUK 5 VOLGORDE BIJ HET BEDIENEN
5.1
OPSTARTROUTINE
5.2
OPWARMPROCEDURE VAN DE RÖNTGENBUIS
0171F NL 20181009
Opstarten van het systeem zoals beschreven in hoofdstuk 3.
Alvorens met röntgenstralen te kunnen gaan werken moet u
zich ervan te vergewissen dat de röntgenbuis behoorlijk is
opgewarmd. Vergewis u ervan dat – gedurende deze
procedure – niemand onverwacht zal worden blootgesteld
aan onnodige röntgenstraling.
Routinebelichtingen of -bestralingen mogen niet plaatsvinden als de buis niet
voorafgaand werd opgewarmd. Dit verlengt de levensduur van de röntgenbuis.
Wij adviseren u onderstaande procedure uit te voeren om de röntgenbuis op
te warmen, en wel aan het begin van elke werkdag en als de geselecteerde
röntgenbuis gedurende ongeveer een uur niet werd gebruikt.
Deze
opwarmprocedure
specifieke röntgenbuis. Raadpleeg de instructies van de
fabrikant van de röntgenbuis voor de feitelijk in gebruik
zijnde buis en vergelijk het advies met deze procedure. Is
sprake van tegenstrijdigheid met deze procedure? Volg dan
de instructies van de buisfabrikant op.
Warm de röntgenbuis als volgt op:
Sluit de collimatorlamellen volledig.
Selecteer een belichting gedurende 500 ms bij 70 kV, 100 mAs, 200 mA.
Borg dat niemand zal worden belicht.
Maak in totaal drie belichtingen en wel om de 15 seconden.
Overmatige verdamping van de gloeispiraal bekort de
levensduur van de röntgenbuis. Verminder de verdamping
door de duur van de 'Voorbereiding' voor het belichten zo
kort mogelijk te houden.
DX-D 300 U-arm
Gebruikshandleiding
wordt
toegepast
voor
een
77