4
Het instrument mag alleen door vakpersoneel dat bekend is met de montage,
de inbedrijfname en het bedrijf van dit product, worden gemonteerd en in be-
drijf worden genomen.
Vakpersoneel in de zin van dit inbouw- en bedieningsvoorschrift zijn perso-
nen, die vanwege hun vaktechnische opleiding, hun kennis en ervaring en
hun kennis van de geldende normen, de hun opgedragen werkzaamheden
kunnen beoordelen en mogelijke gevaren daarbij kunnen onderkennen.
4
Gevaren die kunnen ontstaan aan het regelventiel door het medium, de stel-
druk en bewegende onderdelen, moeten met daarvoor geschikte maatregelen
worden voorkomen.
4
Deskundig transport en correcte opslag van het apparaat is een absolute voor-
waarde.
4
De aandrijvingen zijn geschikt voor toepassing in sterkstroominstallaties. Voor
de aansluiting en het onderhoud moeten de geldende veiligheidsvoorschriften
worden aangehouden.
Alleen uitschakelapparatuur toepassen, die is beveiligd tegen onbedoeld
herinschakelen.
4
Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan onderdelen die onder span-
ning staan; verwijder nooit de afdekkingen!
Veiligheidsinstructies
EB 8340 NL
3