WEERGAVE
4.
Selecteer de gewenste instelling m.b.v. [ ] en
[ ] en druk op [SET].
Om dit te verkrijgen:
Helderder
Donkerder
• Druk op [ ] of [MENU] om de bediening voor het
bijstellen van de helderheid te annuleren.
Selecteer deze
instelling:
+2
+1
0
–1
–2
144
BELANGRIJK!
• Door de helderheid van het beeld bij te regelen wordt
een nieuw beeld gecreëerd bij het nieuwe
helderheidsniveau. Het oorspronkelijke beeld blijft
ook in het geheugen.
• De helderheid van de volgende type beelden kan
niet worden bijgeregeld.
— Filmbeelden en de icoon voor
spraakopnamebestanden
— Beelden met MOTION PRINT (afdrukken van
bewegende beelden)
— Beelden die met een andere camera zijn
opgenomen
— U kunt de helderheid niet bijregelen wanneer er
niet genoeg vrij geheugen beschikbaar is om het
resulterende beeld op te slaan.
• Wanneer u een beeld met een bijgeregelde
helderheid weergeeft op het beeldscherm van de
camera, geven de datum en tijd aan wanneer het
beeld oorspronkelijk opgenomen was, niet wanneer
de helderheid bijgeregeld was.