OVERIGE OPNAMEFUNCTIES
Specificeren van het contrast
Gebruik de volgende procedure om het relatieve verschil
tussen de lichte delen en de donkere delen te regelen van
het beeld dat u opneemt.
1.
Druk tijdens een opnamefunctie (REC) op
[MENU].
2.
Selecteer de "Quality" (kwaliteit) tab,
selecteer "Contrast" en druk daarna op [ ].
3.
Selecteer de gewenste instelling m.b.v [ ] en
[ ] en druk vervolgens op [SET].
Om dit te verkrijgen:
Hoog contrast
Normaal contrast
Laag contrast
Selecteer deze
instelling:
+2
+1
0
–1
–2
128
Terugstellen (reset) van de camera
Gebruik de volgende procedure om alle instellingen van de
camera terug te stellen (reset) tot hun oorspronkelijke
defaultwaarden zoals aangegeven bij "Menureferentie" op
pagina 231.
1.
Druk op [MENU].
2.
Selecteer de "Set Up" (instelling) tab,
selecteer "Reset" (resetten) en druk daarna
op [ ].
3.
Gebruik [ ] en [ ] om "Reset" (resetten) te
selecteren en druk vervolgens op [SET].
• Selecteer "Cancel" (annuleren) en druk op [SET] als
u deze procedure wilt annuleren zonder de camera
terug te stellen.