5
Installatie
5.1
Installatievoorschriften
Tab.17
In acht te nemen normen
Nederland
België
Nederland
Zwitserland
5.2
Locatiekeuze
5.2.1
Typeplaat
Afb.11
7796630 - V03 - 06122021
Besluit FeuVO, paragraaf 3
DIN EN 12828 (editie juni 2003): Verwarmingsinstallaties in gebouwen. Planning van een verwar
mingsinstallatie met warm water (tot een maximale bedrijfstemperatuur van 105 º C en een maxi
mumvermogen van 1 MW)
DIN 4753 : Installaties voor het opwarmen van drinkwater en water voor industrieel gebruik
DIN 1988 : technische regels betreffende drinkwaterinstallaties (TRW)
NBN D 30-003: Centrale verwarming, ventilatie airconditioning
NBN B 61-001: Ketelruimtes en schoorstenen
NBN B 61-002: Centrale verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kW -
Voorschriften voor hun opstellingsruimte, luchttoevoer en rookgasafvoer.
Woningen
Reglementaire installatie- en onderhoudsvoorwaarden:
DTU 65-17
Plaatselijke sanitaire regelgeving
Voor toestellen die op het elektriciteitsnet zijn aangesloten:
NF C 15-100 standaard –- elektrische installaties met laagspanning – Voorschriften
Voor het publiek toegankelijke gebouwen
Reglementaire installatievoorwaarden:
Veiligheidsreglement inzake brandbeveiliging en paniek in voor het publiek toegankelijke gebou
wen
Algemene voorschriften:
Artikelen GZ - Installaties op brandbare gassen en vloeibare koolwaterstoffen
Artikelen CH – verwarming, ventilatie, afkoeling, airconditioning en productie van stoom en sani
tair warm water
Specifieke voorschriften voor de verschillende voor het publiek toegankelijke gebouwen (zieken
huizen, winkels, enz.)
Besluit van 21 maart 1968 waarin de technische en veiligheidsbepalingen ten aanzien van de op
slag en het gebruik van olieproducten werd geregeld in zones niet vallen onder de wetgeving ten
aanzien van inrichtingen die gevaarlijk, ongezond of hinderlijk zijn en ten aanzien van de regelge
ving voor openbare gebouwen.
Richtlijnen van de AEAI (Vereinigung Kantonaler Feuerversicherungen).
Plaatselijke en kantonnale voorschriften.
De veilige afstand tussen brandbaar materiaal en de ketel en de uitlaatgassen moeten overeenko
men met de eisen van de AEAI-norm.
Waarschuwing
De installatie van het apparaat moet door een erkend installateur
worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale geldende
regelgeving.
Typeplaten moeten altijd toegankelijk zijn. De typeplaten identificeren het
product en geven de volgende informatie
Soort product
Fabricagedatum (Jaar - Week)
Serienummer
CE identificatienummer
De CN1 en CN2 resetcodes van de ketel
5 Installatie
AFC
23