j
Druk op
om het borduurraam te verplaatsen
zodat de draadmarkering op de stof is uitgelijnd met
het licht van de LED-aanwijzer.
*
Druk op
om met het licht van de LED-aanwijzer
de naaldpositie te controleren.
Memo
• Voor de nauwkeurige naaldpositie draait u het
handwiel langzaam naar u toe (tegen de klok in) om
de naald omlaag te zetten. Draai vervolgens het
handwiel van u af (met de klok mee) totdat de
markering op het handwiel boven staat. U kunt de
borduurarm niet verplaatsen als de markering op
het handwiel niet boven staat.
a
k
Druk op
.
l
Verwijder de draadmarkering.
m
Begin met borduren.
Instelling voor selectie van gebiedsfunctie
ongedaan maken (niet-borduren instelling)
U kunt de instelling voor selectie van de gebiedsfunctie
ongedaan maken (waarmee u opgeeft dat een garenkleur niet
moet worden geborduurd) toepassen op een deel van het
patroon met een specifieke kleur.
a
Druk op
op het borduurbewerkingsscherm.
b
1 Markering
c
PATRONEN BEWERKEN
Geef in de garenkleuren volgorde aan welke
garenkleur niet geborduurd moet worden.
De geselecteerde garenkleur wordt gemarkeerd in
blauw.
Druk op
.
De markering
wordt weergegeven om aan te
geven dat de geselecteerde garenkleur niet wordt
geborduurd.
De delen van het patroon die niet worden
geborduurd, worden verborgen op het
patroonvoorbeeldscherm.
Memo
• Als u de instelling wilt annuleren, selecteert u de
garenkleur en druk op
4
.
119