PATRONEN BEWERKEN
Display
Nr.
Naam
2
Geef het
patroonformaatbewerkingsscherm
Groottetoets
weer.
•
met behoud van de
verhoudingen.
•
verkleinen.
•
verkleinen.
•
met behoud van de
verhoudingen.
•
uitrekken.
•
uitrekken.
•
letterpatronen.
•
uitzondering van letterpatronen).
•
patroon in de richting die op de
toets is aangegeven.
3
Geef het patroonrotatiescherm weer.
•
Rotatietoets
•
patroon in de richting die op de
toets is aangegeven.
U kunt het patroon ook roteren
door de rode punt bij de hoeken
van het patroon te slepen.
4
Groepeer meerdere geselecteerde
patronen.
Groepstoets
5
Dupliceer het patroon.
Kopietoets
6
Wijzig het patroon in een
horizontaal spiegelbeeld.
Horizontale
spiegeltoets
7
Maak en bewerk een
herhaalpatroon.
Randtoets
8
Met deze toets kunt u de
draaddichtheid wijzigen voor
Steekdichtheidstoets
sommige lettertekens en
kaderpatronen. De dichtheid van
andere patronen kan worden
gewijzigd nadat het
patroonformaat is gewijzigd.
9
Wijzig de garenkleur.
Garenkleurentoets
0
Maak een applicatie-omtrek van
het patroon.
Applicatietoets
112
Uitleg
Pagina
114
: Het patroon verkleinen
: Het patroon verticaal
: Het patroon horizontaal
: Het patroon vergroten
: Het patroon verticaal
: Het patroon horizontaal
: Wijzig de grootte van
: Zet de grootte terug (met
: Verplaats het
: Zet de positie terug.
: Verplaats het
111
114
114
121
144
Display
Nr.
Naam
A
Scheidingstoets
B
Letterbewerkingstoets
C
Omtrektoets
D
Stippling/
meanderstekentoets
E
Toets
Instelling voor
selectie van
gebiedsfunctie
ongedaan
maken (niet-
borduren
—
instelling)
F
Meerkleurentoets
G
Toets Borduren
H
Geheugentoets
—
I
—
Redo-toets
J
Undo-toets
K
Wissentoets
L
Toevoegentoets
M
Patroonkeuzetoets
N
Meervoudige-
selectietoets
Uitleg
Scheid de doorgaande
letterpatronen om de spatiëring
aan te passen of later afzonderlijk
te bewerken.
•
: Selecteer waar het
patroon moet worden
gescheiden.
•
: Scheid het patroon. Een
gescheiden letterpatroon kunt u
niet opnieuw combineren.
Bewerk letterpatronen.
Extraheer de omtrek van het
patroon. Het geselecteerde
patroon kan worden gebruikt met
Mijn Design Center.
Druk op deze toets om stippling/
meandersteken, echoquiltsteken
of decoratieve vulsteken te maken
rondom een borduurpatroon.
Druk op deze toets om aan te geven
dat de geselecteerde garenkleur
niet moet worden geborduurd.
Druk op deze toets wanneer u in
letterborduurwerk voor elke letter
een andere garenkleur wilt
selecteren. De machine stopt aan
het einde van elke letter en de
bovendraad kan worden gewijzigd
terwijl u borduurt.
Ga door naar het borduurscherm.
Sla een patroon op in het
geheugen van de machine of op
een USB-medium. Het patroon
kan ook worden overgebracht
naar een computer via een
draadloze netwerkverbinding.
Voer de laatste, ongedaan
gemaakte bewerking opnieuw uit.
Maak de laatste bewerking
ongedaan.
Verwijder het geselecteerde patroon
(het rood omrande patroon).
Voeg nog een patroon toe aan de
combinatie.
Selecteer het te bewerken patroon
wanneer er meerdere patronen zijn.
Maak meerdere patronen
tegelijkertijd selecteerbaar.
Pagina
—
108, 113
176
159
119
—
—
153
—
—
—
109
110
110