1
Stuurcilinder monteren
(uitsluitend modellen 30627 en
30631)
Benodigde onderdelen voor deze stap:
4
Schroef, M 10 x 30 mm
4
Ring
Procedure
1. Verwijder de schroef en de R-klem, waarmee de
stuurcilinder is bevestigd aan de verpakking. Bewaar
de R-klem voor latere montage.
2. Monteer de steunbeugel van de cilinder achter de as
met 4 schroeven (M10 x 30) en ringen (Figuur 3).
Smeer Loctite 242 of een gelijkwaardig hechtmiddel
op de schroefdraad en draai de schroeven vast met
een torsie van 65–81 Nm.
2
G005678
1. Steunbeugel van cilinder
3. Verwijder de kroonmoer en de borgpen van de het
uiteinde van de kogelverbinding van de stuurcilinder.
Steek het uiteinde van de kogelverbinding in het
middelste gat van de stuurstangarm van de as. Doe
dit vanaf de bovenkant van de stuurstangarm.
4. Bevestig het uiteinde van de kogelverbinding aan de
stuurstangarm met de kroonmoer (Figuur 3) en draai
deze vast met een torsie van 95–122 Nm. Monteer
de borgpen.
Figuur 3
2. Stuurstangarm
2
De spoorstang monteren
(uitsluitend modellen 30627 en
30631)
Benodigde onderdelen voor deze stap:
1
Spoorstang
Procedure
1. Verwijder de borgpennen en de kroonmoeren van de
uiteinden van de kogelverbinding van de spoorstang.
Steek de uiteinde van de kogelverbinding in het
achterste gat van de stuurstangarm van de as. Doe
dit vanaf de onderkant van elke stuurstangarm
(Figuur 4).
1
1. Spoorstang
2. Bevestig de uiteinde van de kogelverbinding aan
de stuurstangarmen met een kroonmoer en draai
deze vast met een torsie van 54–81 Nm. Plaats een
borgpen.
15
1
G005679
Figuur 4