Instructies voor gebruik
4.3.5 Storingen
CODE
OORZAAK
IF30
Laag waterpeil in de afwastank of de recirculatietank
voor het naspoelen, als geen afwasprogramma is geac-
tiveerd. Lekkage rond de rubbermoffen in de tanks.
IF31
Na het spoelen met recirculatiewater is de recirculatie-
tank niet leeg. Het filter in de recirculatietank zit ver-
stopt.
IF32
Alarm voor het verversen van het water.
IF33
Benodigde vultijd voor de tanks is overschreden. De
standpijp of afvoersluiting in de recirculatietank is
open.
IF34
Alarm voor wekelijkse reiniging
IF35
De kap is gesloten op het moment dat de stroom was
ingeschakeld.
20
Storingsberichten
Machinestoringen en bedieningsfouten worden op de displays getoond. IF-alarmberich-
ten kunnen door de operator worden verholpen. Bij andere ER-berichten of als een alarm
na de reset met de 0/1-knop weer optreedt, moet de hulp van geautoriseerd onder-
houdspersoneel worden ingeroepen..
10.1.2006
OPLOSSING
Controleer of de standpijp is afgesloten. Controleer of
de rubbermoffen niet zijn beschadigd. Sluit de kap of
gebruik drukknop 0/1 op het paneel om het alarm te re-
setten. de machine zal het vullen starten.
Reinig het filter. Het alarm kan worden gereset met
drukknop 0/1 op het paneel.
Ververs het water in de tanks en herstart de machine.
Controleer of de standpijp en afvoersluiting zijn geslo-
ten. Het alarm kan worden gereset met drukknop 0/1
op het paneel.
De machine moet grondiger worden gereinigd dan bij
dagelijks reinigen.
Open en sluit de kap. De machine zal het vullen star-
ten.
Rev. 2.0