NL
Aanwijzingen:
• Afhankelijk van de belichtingsmodus worden de belichtingsindelingen
door het veranderen van de sluitertijden en / of diafragma's gegene-
reerd.
• De volgorde van de belichtingen is: overbelichting(en) , correcte
belichting, onderbelichting(en).
• Bij gebruik van de automatische belichtingsreeks zijn alle
instellingen vastgelegd:
– De gevoeligheid die door de camera automatisch voor de niet-gecor-
rigeerde opname is bepaald, zal ook voor alle andere opnamen van
een serie worden toegepast; dat wil zeggen dat deze ISO-waarde
tijdens een serie niet wordt veranderd.
– De instellingen in de
-submenu's zijn niet effectief; dat wil
AUTO ISO
zeggen: het beschikbare sluitertijden-bereik van de camera is
geheel beschikbaar.
• Afhankelijk van de oorspronkelijke belichtingsinstelling kan het werk-
gebied van de automatische belichtingsreeks beperkt zijn.
• Onafhankelijk daarvan worden altijd het ingestelde aantal opnamen
gemaakt en kunnen er daarom aan het einde van het werkbereik
meerdere opnamen van een reeks op dezelfde wijze belicht zijn.
• De functie blijft actief tot ze in het menu weer wordt uitgeschakeld, of
de camera weer wordt uitgeschakeld.
Onder of boven het meetbereik gaan
Als de waarde beneden het meetbereik van de camera ligt, is een exacte
belichtingsmeting niet mogelijk. De dan eventueel nog in de zoeker
weergegeven meetwaarden kunnen leiden tot valse belichtingsresultaten.
Daarom verschijnt bij waarden beneden het meetbereik in principe de
melding
in de zoeker.
LO
Aanwijzing:
Als de waarde onder of boven het belichtingsbereik ligt, knippert de tijd-
of diafragma-waarde in de afdekkap-display.
34
Aanwijzingen:
• De langst mogelijke belichtingstijd is afhankelijk van de ingestelde
gevoeligheid.
• Bij lange belichtingstijden kan beeldruis ontstaan. Ter reductie van dit
storende verschijnsel maakt de Leica S automatisch na opnamen met
langere sluitertijden een tweede 'zwartopname' (tegen de gesloten
-
sluiter). De bij deze parallel-opname gemeten ruis wordt dan rekenkun-
ISO Auto
dig van de eigenlijke opnamerecord 'afgetrokken'.
• Bij langdurige belichtingen moet rekening worden gehouden met deze
verdubbeling van de 'belichtings'-tijd. De camera mag intussen niet
worden uitgeschakeld.
• Bij lange-tijd-opnamen is het aan te bevelen, het meegeleverde oculair-
afsluitdeksel te plaatsen. Dit verhindert een ongewenste, extra
belichting.
• Bij langere sluitertijden dan
op de monitor.
Noise Reduction
• Lange-tijd-belichtingen met de B-instelling vinden uitsluitend plaats
met de camera-interne spleetsluiter, zelfs als de hoofdschakelaar op
CS
staat.
Fotograferen met de zelfontspanner
Met de zelfontspanner van de Leica S kunt u opnamen met een vertra-
ging van (naar wens) 2 of 12 s maken.
De functie instellen / realiseren
1. In het menu, gedeelte
2. in dit submenu de gewenste wachttijd
3. Voor het starten van de procedure de ontspanknop doordrukken (zie
Aanwijzing:
In de wachtfase kan door opnieuw indrukken van de ontspanknop de
wachttijd opnieuw worden gestart; dat wil zeggen: worden verlengd.
⁄
s verschijnt als aanwijzing de melding
1
Procedure
2
Bij 2 s wachttijd:
Eerst vindt de belichtingsmeting plaats, bij autofocusmodus de scherp-
stelling en de spiegel klapt omhoog. Pas daarna begint de wachttijd.
Bij 12 s wachttijd:
De wachttijd begint onmiddellijk na het doordrukken van de ontspan-
knop, 2 s vóór het ontspannen klapt de spiegel omhoog.
Weergeven
De verstrijkende wachttijd wordt weergegeven:
– op de monitor door de melding
– door de LED op de voorzijde van de camera (voor de eerste 10 s bij 12
, het punt
CAMERA
Drive Mode
daartoe ook 'De foto-ontspanknop')
en het aftellen van de
Capture in 12s
resterende tijd tot aan het ontspannen.
s wachttijd): eerst langzaam, daarna snel knipperend.
selecteren en