De printer drukt 32 rijen af, gelabeld van A tot AF. Inspecteer de afdruk en schrijf het nummer van de meest
rechte lijn in iedere rij op (bijvoorbeeld A:9).
De eerste blokken patronen afgedrukt op een grijze achtergrond worden gebruikt om de HP Latex optimalisatie
en overcoat uit te lijnen. Deze zullen alleen zichtbaar zijn op bepaalde substraten, zoals zelfhechtend vinyl. Als
het beste uitlijningspatroon niet kan worden bepaald, moet de standaardwaarde 10 worden gebruikt.
Als u de correctiewaarden op het bedieningspaneel wilt invoeren, tikt u op het pictogram Optimaliseren en
vervolgens op
uitlijning van printkoppen) > Continue (Doorgaan). Voer iedere waarde in het venster met dezelfde letter in als het
overeenkomstige patroon.
OPMERKING:
printerkalibratie.
Witte inkt handmatig uitlijnen
De procedure is dezelfde als bij kleurprintkoppen.
Om de correctiewaarden op het bedieningspaneel in te voeren, tikt u op
(Geavanceerde kalibraties) > Manual printhead alignment (Handmatige printkopuitlijning) > White (Wit) >
Continue (Doorgaan).
Voer iedere waarde in het venster met dezelfde letter in als het overeenkomstige patroon.
Extra vloeistoffen handmatig uitlijnen
De procedure is dezelfde als bij kleurprintkoppen.
Advanced calibrations (Geavanceerde kalibraties) > Manual printhead alignment (Handmatige
HP raadt af het substraat aan de opwikkelspoel te bevestigen tijdens het uitvoeren van een
, daarna op Advanced calibrations
Witte inkt handmatig uitlijnen
175