Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Maximale Duur Van De Pompcyclus - Xylem Nexicon Gebruikershandleiding

Software - afvalwatertoepassingen
Verberg thumbnails Zie ook voor Nexicon:
Inhoudsopgave

Advertenties

3 Functiebeschrijving
Standaard afwisseling
NL
CODESYS-afwisseling
Vaste volgorde
Startverhouding

3.8.6 Maximale duur van de pompcyclus

26
Als een pomp niet beschikbaar is voor de automatische procesregeling, dan wordt die pomp
overgeslagen in het afwisselingsschema. Wanneer de pomp weer beschikbaar is, wordt hij
opgenomen in het wisselschema.
De pompen starten in een volgorde bij elke pompcyclus. Het systeem start de pomp die het
dichtst bij de laatst gedraaide pomp ligt volgens de slotnummers.
De pompen starten in de volgorde die is gedefinieerd in de geladen CODESYS toepassing.
CODESYS-afwisseling
Voor meer informatie, zie
De pompen starten altijd in dezelfde volgorde. De gebruiker stelt de startvolgorde voor de
pompen in op de HMI of via de externe interfaces.
Als een startpositie geen toegewezen pomp heeft, beschouwt het systeem deze als het
einde van de wisselvolgorde. Als een natte put met drie pompen bijvoorbeeld de volgende
configuratie heeft, wordt pomp 3 uitgesloten van de wisseling.
Startvolgorde
1
2
3
Elke pomp start een vast aantal keren vergeleken met de andere pompen. De pompstarts
worden zo verdeeld dat de volgende pomp die start de pomp is met de laagste startratio.
Een station heeft bijvoorbeeld twee pompen: pomp A en pomp B. De startverhouding voor
pomp A is tien en de startverhouding voor pomp B is één.
1. Pomp A start.
2. Het systeem controleert de startverhouding. Pomp A startte 1/10 keer. Pomp B is 0/1
keer gestart. 0/1 is de laagste verhouding.
3. Pomp B start.
4. Het systeem controleert de startverhouding. Pomp A startte 1/10 keer. Pomp B startte
1/1 keer. 1/10 is de laagste verhouding.
5. Pomp A start.
6. Het systeem controleert de startverhouding. Pomp A startte 2/10 keer. Pomp B startte
1/1 keer. 2/10 is de laagste verhouding.
7. Pomp A start.
8. Het proces gaat door totdat pomp A 10/10 keer is gestart en pomp B 1/1 keer.
Wanneer de starttellers voor alle pompen het ingestelde aantal bereiken, worden alle
starttellers op nul gezet.
Deze functie is alleen beschikbaar voor putten met de volgende configuratie:
• Bedrijfsmodus: Maak de put leeg
• Pompcyclusmodus: Waterniveau, Vlotterschakelaars, of Sonde
Het is mogelijk om de duur van de pompcyclus te beperken. Als de pompcyclus de
maximale duur bereikt zonder het stopniveau te bereiken, dan draaien alle pompen in de
pompcyclus op volle snelheid. Als de pompen de maximale duur voor volle snelheid
bereiken zonder het stopniveau te bereiken, start het systeem alle beschikbare pompen.
In een multipompstation is de functie bedoeld om bezinkingsproblemen in delen van de natte
put te voorkomen. Bezinking kan optreden wanneer één pomp lange tijd werkt en de andere
pomp of pompen stilliggen.
op pagina 33.
Pomp
Pomp 1
Pomp 2
Geen
Nexicon Gebruikershandleiding

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave