3. Handige functies
De opgeslagen instellingen voor aangepast papier aanpassen met de media-ID eenheid
1.
Druk op [Instellingen papierlade] linksboven op het scherm.
2.
Druk op [Aangepast papier beheren].
3.
Selecteer het aangepaste papier waarvan u de instellingen wilt wijzigen.
Als het papier dat u wilt selecteren niet wordt weergegeven, gebruikt u [Sprng nr rij] of scrolt
u door het scherm totdat het gewenste item wordt weergegeven.
4.
Druk op
5.
Druk op [Waarde scannen].
6.
Plaats het papier in de media-ID eenheid en haal het er vervolgens weer uit.
Houd de hoeken van het papier met beide handen vast terwijl u het plaatst.
Houd het papier plat als u het eruit trekt.
7.
Wijzig de instellingen.
8.
Druk op [Pap. opslaan].
Als u de instellingen voor [Papiergewicht], [Papiertype], [Type gecoat papier], [Papierkleur],
[Voorgeperforeerd] of [Structuur] wijzigt en op [Pap. opslaan] drukt, verschijnt er een bericht
waarin staat dat [Geavanc. instel.] wordt gestart. Om de wijzigingen voor die instellingen toe
te passen, selecteert u [Wijzigen]. Als u de wijzigingen wilt annuleren, drukt u op [Niet
wijzigen].
9.
Druk op [Overschrijven].
10.
Druk op
11.
Druk op het pictogram [Home] (
• Voor meer informatie over aangepaste papierinstellingen, zie Pag. 54 "Instellingen voor
aangepast papier".
• U kunt geen aangepast papier wijzigen dat is toegewezen aan een papierlade. Om dit te
wijzigen, dient u de toewijzing te annuleren.
52
.
.
DFZ009
) in het midden onderaan het scherm.