Configuratie van de gastransmitter met behulp van de
magneetpen
Op de infrarood-gastransmitter Dräger PIR 3000 kunnen met behulp van een
magneetpen (zie "Accessoires/reserveonderdelen" op bladzijde 54.) de volgende
instellingen tot stand worden gebracht:
— Automatische nulpuntafstelling.
— Handmatige nulpuntkalibratie van het uitgangssignaal.
— Handmatige gevoeligheidskalibratie van het uitgangssignaal.
— Signaaloverdracht controleren, alarmgeving controleren en gascategorie weer-
1)
geven.
— Gascategorie wisselen.
Automatische nulpuntafstelling
Alarmgeving van het centrale apparaat deactiveren.
Gastransmitter via de kalibratie-adapter met stikstof, synthetische lucht of verse
lucht begassen en wachten tot de meetwaarde stabiel is.
Magneetpen in het bereik plaatsen dat met het symbool "
(binnen het zwarte veld) op het transmittermantelvlak en voor min. 5 seconden
vasthouden. Het uitgangssignaal van de gastransmitter wisselt na 5 seconden
naar de weergave van het kalibratiesignaal (3 mA), zolang de magneetpen wordt
vastgehouden. Gelijktijdig wordt automatisch een nulpuntafstelling van het opti-
sche meetsysteem uitgevoerd.
Magneetpen verwijderen. Na verloop van 30 seconden sluit het instrument de
nulpuntafstelprocedure af. Om de automatische nulpuntafstelling te bevestigen,
wordt i.p.v. het uitgangssignaal weer het kalibratiesignaal (3 mA) weergegeven.
Dit signaal wordt precies zó lang weergegeven als bij het begin van de automa-
tische nulpuntafstelprocedure.
Alarmgeving van het centrale apparaat reactiveren.
1) Het is aan te raden voor deze werkzaamheden iemand om hulp te vragen.
40
1)
1)
1)
" gemarkeerd is
0