Scherpstellen met AF (AF-methode)
128
De AF-puntselectie (of zoneselectie)
verschuift in de richting waarin u
<9> duwt.
Als u op <0> drukt, wordt het
middelste AF-punt (of middelste
zone) geselecteerd.
U kunt ook de instelwielen <6> en
<5> gebruiken om het AF-punt te
selecteren.
Stel scherp op het onderwerp.
3
Richt het AF-punt op het onderwerp
en druk de ontspanknop half in.
Het Live view-beeld wordt
uitgeschakeld, de reflexspiegel wordt
neergeklapt en er wordt automatisch
scherpgesteld. (Er is geen opname
gemaakt.)
Wanneer is scherpgesteld, laat de
camera een pieptoon horen en keert
u terug naar het Live view-beeld.
Het AF-punt dat u hebt gebruikt om
scherp te stellen, gaat groen
branden.
Als de scherpstelling niet wordt
bereikt, gaat het AF-punt oranje
knipperen.
Maak de opname.
4
Controleer de scherpstelling en
belichting en druk de ontspanknop
helemaal in om de opname te maken
(pag. 120).